Op een cliffhanger moet een
vervolg komen. Hoe essayisme dus te combineren met activisme? Voor mij begint een boek pas wanneer het geen genoegen neemt met een
gebruikelijke gang van zaken. En omdat de wereld mijn objectief is, haal ik bij
aldaar toegepaste methodes de mosterd.
In hun strijd tegen ggo’s
maakten Barbara
Van Dyck en Lien Vrijders (mede namens Nina Holland en
Anneleen Kenis) een wijziging van
strategie bekend. Ze doen niet
langer mee aan bezwaarprocedures, wegens schijnparticipatie. Hun interventies willen ze
eerder op het traject plegen, door de politiek-economische context bloot te
leggen.
Genretechnisch vertaald doen ze afstand van blog-, Facebookpost of opiniestuk.
Ze slaan de weg in naar een andere driesprong: pamflet, opstel of essay.
Mentaal gaan ad-hocmeningen opzij, die door hun overvloed zichzelf uitwissen.
Deze dienen een neoliberale ideologie, die parasiteert op de schijn ‘tolerant’ een
waaier van ‘diverse’ inzichten te faciliteren. Terwijl belangen elders
behartigd worden, mogen individuen, zonder naar elkaar te hoeven luisteren, elkaar
afslachten in iets wat ze voor een open debat houden.
Genoemde wetenschappers gebruiken er de in België reguliere kwalificatie
‘praatbarak’ voor. Ze hebben besloten hun bijdrage aan het maatschappelijk
debat structureler en doeltreffender te maken.
Een voorbeeld van waar zo’n strategie toe kan leiden is voor mij Zwijg, allochtoon! van Rachida
Lamrabet. Daarin vertelt deze schrijfster en juriste over de hel waarin ze
verzeild raakte nadat ze het scenario had gemaakt voor Project
Deburkanisation. Het leidde tot haar ontslag als juriste bij het interfederaal
gelijkekansencentrum Unia. Lamrabet verheldert en historiseert in Zwijg, allochtoon! de opvattingen die Project Deburkanisation liet schuren en plaatst ze in het huidige debat.
Iedereen zou het boek moeten lezen. Hartverwarmend pleit het om het fameuze
wij-zij-denken op te heffen. Het beargumenteert hoe bepaalde individuen en
voorvallen worden uitvergroot tot typisch voor ‘de islam’ en hoe de schijnbaar
schuldvrije cultuursector wit is gebleven (en ‘allochtonen’ cast en diversiteit als
subsidie-industrieel gegeven benut).
Intrigerend is
dat de zetter geen enkele alinea direct door een nieuwe laat volgen maar steeds
een hiaat inlast. Alsof het betoog strofische poëzie is.
Lamrabet zet uiteen
waarom een democratie rekening moet houden met minderheden. Dat het dragen van
een nikab, waarmee ze zelf geen affiniteit heeft, ook zou mogen mogen in plaats
van verboden. Voor mij grappig was haar associatie met individuen die bewust
geen smartphone hebben en die niet op sociale media zitten.
Bij Lamrabets ontslag,
waaraan ze weinig woorden wijdt, speelde Knack
een hoofdrol. Dat kopte boven de samenvatting van het interview dat alles
in gang zette ‘Unia-juriste Rachida Lamrabet: “Boerkaverbod is een verregaande inbreuk op de vrijheid van vrouwen”’ en tweette het
ook zo. Daags daarna luidde de integrale tekst: ‘Mijn kinderen zullen
eeuwig “de anderen” blijven. Dat maakt me bang’ en heette Lamrabet in de intro ‘schrijfster’.
Zo werd de
overheidspersoon naar voren
geschoven en de politiek, vooral N-VA, uitgenodigd: ‘Kielhalen!’ Misschien was
het berouw, of doordeweeks cynisme, dat Knack
vervolgens twee breed gesteunde open brieven tegen
het ontslag publiceerde waarin het recht
op vrije meningsuiting wilde zegevieren.
Was het uit een
bang voorgevoel dat Lamrabet tevoren had benadrukt te spreken als kunstenaar?
Het onderscheid is voor mij duister en ik zie sowieso niets ongepasts aan de
opvattingen die Lamrabet – als mens of werknemer of schrijfster – ontvouwde.
Evenmin begrijp ik haar bijbehorende idee: ‘Van kunstenaars verwacht iedereen
dat ze de goegemeente choqueren, dat ze tegen heilige huisjes aanschoppen.’
Van daaruit
redeneert Lamrabet dat ze de pineut was omdat ze niet tot het autochtone ‘wij’
behoort. Dat mechanisme van uitsluiting herken ik, maar ik zou niet durven
beweren dat het exclusief ‘allochtonen’ treft.
Ook weet ik niet
of de dienstdoende uitsluiters exclusief bij rechts te vinden zijn, zoals
Lamrabet meent. Haar containerbegrip ‘de dominante groep’ bevat volgens mij van
alles en nog wat. Wel kan die staat van gedeeltelijke ontkenning op conto
worden geschreven van mij in de hoedanigheid van witte ‘autochtoon’.
Mede daarom raad ik
dit boek iedereen aan. Want klopt het wel dat ik er een tegenspraak in ontwaar,
een regressie misschien andermaal? Bij Lamrabets verheugende anti-essentialisme
blijkt namelijk meer dan eens sprake van ‘bloed-en-bodem-Vlamingen’. Ook kan er
staan: ‘De moslima wordt altijd gekoppeld aan alle moslima’s overal ter wereld
en bovenal, ze wordt gekoppeld aan de moslima die leeft in de verbeelding van
witte mensen’.