donderdag 4 juni 2026

Een hollende inflatie

 


 

 

Alweer een tijd geleden had ik een simultaanlezing. Er was iets aan Als de dieren van Lieselot Mariën waar ik geen vat op kreeg. Wat precies, dat bleek mij uit Het verhaal van mijn schaarste van Marieke Groen. Nu las ik razendsnel Beladen huis. Ik voelde me ongemakkelijk met welk een efficiency ik dat recente boek van Christien Brinkgreve behandelde. Omdat het een bestseller is? Bijna schuldbewust greep ik naar iets wat ik voor een snelle associatie hield maar dat in de titel echoot: het drie decennia oudere Gesloten huis van Nicolaas Matsier.

Al uit de achterflap diende de vergelijking zich aan. Bij Matsier strekt zich een tekst uit van een lengte die nu wat overdreven zou zijn. Vier alinea’s vol lange zinnen, alsof hier een openingshoofdstuk van een beetje roman wordt voorgepubliceerd! De slotalinea zou inmiddels kunnen volstaan voor op een omslag: ‘Gesloten huis is Nicolaas Matsiers eerste, autobiografische, roman. Een ontroerend, geestig en tot nadenken stemmend boek over ouderschap en kindzijn, over waanzin en rouw.’ Daaronder ogen ook de auteursgegevens eindeloos, omdat ze slechts uit titels bestaan, zonder nominatie- of prijsvermeldingen. Ze monden uit in irrelevant geworden poortwachtersinformaties: ‘Fragmenten van Gesloten huis verschenen eerder in het tijdschrift Tirade. Matsier is redacteur van Raster.’

We schrijven 1994, het jaar waarin ik ‘in boekvorm’ debuteerde.

 

Bedriegertje

Bij Brinkgreve weet ik niet of de achterflap de oorspronkelijke uitgeversintenties nog weergeeft. Ik raadpleegde de achtste druk, verschenen na vier maanden. Die geeft geen enkele informatie (meer?) over Beladen huis zelf, alleen een klein citaat uit de eerste pagina. Verder is de flap gevuld met vier loftuitingen van bekende lezers. Van hen houden Lotte Houwink ten Cate en Marli Huijer zich op aan de rand van literatuur. Als publieksacademici, net als de auteur zelf? Haar ondertitel luidt Memoir, zonder lidwoord, en laat zich gevoelsmatig combineren met de omslagafbeelding. Een schilderij door Brinkgreves Amerikaanse generatiegenoot Jim Holland van een nagenoeg lege kamer, met stoel, naar de muur gekeerd fotolijstje en scherpe schaduw door lichtinval: introspectie, geen sensatie. Het boek wordt afgesloten met een lijst secundaire literatuur.

Op Gesloten huis ontbreekt dus elke aanprijzing, terwijl ik toch de zevende druk raadpleegde (na elf maanden). De ondertitel Zelfportret met ouders rijmt met de omslagafbeelding Bedriegertje waarop de zeventiende-eeuwer Samuel van Hoogstraten nauwgezet losse voorwerpen toont. In die dubbele suggestie van kunstgenre plus aanpak ligt een andere, esthetischer ambitie. Brinkgreve en Matsier schelen maar vier jaar. Vanuit een andere levensfase gebruiken ze rouw – om respectievelijk een echtgenoot en ouders – als aanleiding voor een terugblik. Terwijl Gesloten huis daarbij echter unieke gebeurtenissen opvoert aan de hand van details op de locatie, schildert Beladen huis patronen die niet noodzakelijk bij de locatie horen en evengoed voor anderen toegankelijk zijn.

Brinkgreves terughoudendheid is gepast. Na haar twee zonen toont ook zij haar versie van Arend Jan van Voss. Als linkse intellectueel beseft ze tegenover hem een traditionele vrouwenrol te hebben gespeeld, die wat hem betreft nog dienender had mogen zijn. Zo is het boek ook het verslag van een ontluistering, ziet ze nu pas hoe inschikkelijk ze is geweest. Ze ontwaart het drama dat, terwijl zij nog volop en erkend in de wetenschap en publicistiek functioneert, manlief na pensionering zijn culturele topfuncties verliest en geen zinvol alternatief vindt. Ooit klaagde hij er al over, ‘een combinatie van lijden als het aan de gang is en heimwee wanneer het verleden tijd is geworden’.