Alweer een tijd
geleden had ik een simultaanlezing. Er was iets aan Als de dieren van Lieselot Mariën waar ik geen vat op kreeg. Wat
precies, dat
bleek mij uit Het verhaal van mijn
schaarste van Marieke Groen. Nu las ik razendsnel Beladen huis. Ik voelde me ongemakkelijk met welk een efficiency ik
dat recente boek van Christien Brinkgreve behandelde. Omdat het een bestseller
is? Bijna schuldbewust greep ik naar iets wat ik voor een snelle associatie
hield maar dat in de titel echoot: het drie decennia oudere Gesloten huis van Nicolaas Matsier.
Al uit de achterflap diende de vergelijking zich aan. Bij
Matsier strekt zich een tekst uit van een lengte die nu wat overdreven zou
zijn. Vier alinea’s vol lange zinnen, alsof hier een openingshoofdstuk van een beetje
roman wordt voorgepubliceerd! De slotalinea zou inmiddels kunnen volstaan voor
op een omslag: ‘Gesloten huis is
Nicolaas Matsiers eerste, autobiografische, roman. Een ontroerend, geestig en
tot nadenken stemmend boek over ouderschap en kindzijn, over waanzin en rouw.’ Daaronder
ogen ook de auteursgegevens eindeloos, omdat ze slechts uit titels bestaan,
zonder nominatie- of prijsvermeldingen. Ze monden uit in irrelevant geworden poortwachtersinformaties:
‘Fragmenten van Gesloten huis
verschenen eerder in het tijdschrift Tirade.
Matsier is redacteur van Raster.’
We schrijven 1994, het jaar waarin ik ‘in boekvorm’ debuteerde.
Bedriegertje
Bij Brinkgreve weet ik niet of de achterflap de
oorspronkelijke uitgeversintenties nog weergeeft. Ik raadpleegde de achtste
druk, verschenen na vier maanden. Die geeft geen enkele informatie (meer?) over
Beladen huis zelf, alleen een klein
citaat uit de eerste pagina. Verder is de flap gevuld met vier loftuitingen van
bekende lezers. Van hen houden Lotte Houwink ten Cate en Marli Huijer zich op
aan de rand van literatuur. Als publieksacademici, net als de auteur zelf? Haar
ondertitel luidt Memoir, zonder
lidwoord, en laat zich gevoelsmatig combineren met de omslagafbeelding. Een schilderij door Brinkgreves Amerikaanse
generatiegenoot Jim Holland van een nagenoeg lege kamer, met stoel, naar de
muur gekeerd fotolijstje en scherpe schaduw door lichtinval: introspectie, geen
sensatie. Het boek wordt afgesloten met een lijst secundaire literatuur.
Op Gesloten huis ontbreekt dus elke aanprijzing, terwijl ik toch de
zevende druk raadpleegde (na elf maanden). De ondertitel
Zelfportret met ouders rijmt met de omslagafbeelding Bedriegertje waarop de zeventiende-eeuwer Samuel van Hoogstraten nauwgezet
losse voorwerpen toont. In die dubbele suggestie van kunstgenre plus aanpak ligt
een andere, esthetischer ambitie. Brinkgreve en Matsier schelen maar vier jaar.
Vanuit een andere levensfase gebruiken ze rouw – om respectievelijk een
echtgenoot en ouders – als aanleiding voor een terugblik. Terwijl Gesloten huis daarbij echter unieke
gebeurtenissen opvoert aan de hand van details op de locatie, schildert Beladen huis patronen die niet noodzakelijk
bij de locatie horen en evengoed voor anderen toegankelijk zijn.
Brinkgreves
terughoudendheid is gepast. Na haar twee zonen toont ook zij haar versie
van Arend Jan van Voss. Als linkse intellectueel beseft ze tegenover hem een
traditionele vrouwenrol te hebben gespeeld, die wat hem betreft nog dienender
had mogen zijn. Zo is het boek ook het verslag van een ontluistering, ziet ze
nu pas hoe inschikkelijk ze is geweest. Ze ontwaart het drama dat, terwijl zij
nog volop en erkend in de wetenschap en publicistiek functioneert, manlief na
pensionering zijn culturele topfuncties verliest en geen zinvol alternatief
vindt. Ooit klaagde hij er al over, ‘een combinatie van lijden als het aan de
gang is en heimwee wanneer het verleden tijd is geworden’.