En ineens was ze weg. De rouwkaart was bijna te mooi om waar
te zijn. Met een prachtig citaat van Georges Bataille (dat ze zelf vertaald had)
en een dito schilderij van Cy Twombly. Ook de verzekering dat alles in alle
rust was verlopen. Maar toch. Een geweldige vrouw, slim en betrokken, en tot op
het laatst volstrekt autonoom.
Is dat nu zo bijzonder dat ik haar publiekelijk wil
herdenken? Renée de Rijk woonde sinds jaar en dag dan wel in Amsterdam,
provinciaal was ze allerminst. Langere tijd verbleef ze in Curaçao,
Nieuw-Zeeland en Chicago. Met het babyboomersprofiel dat ze officieel had rijmde
haar leven evenmin. De Rijk viel idealen van haar jeugd niet af, maakte geen
carrière, hoefde zich niet los te maken van een geloof en ontleende haar
wijsheden niet aan popmuziek die als het ware met haar mee opgroeide.
Beter paste een mooi emancipatoir trekje. Zes jaar na het
afscheid van haar intellectueel en artistiek evenwaardige zielsverwant, die ze misschien
als sterrenstof hoopt terug te zien, was de herdenking op exact dezelfde plek
rimpelloos en exclusief geregeld door vriendinnen. Net zoals het snelle proces
ernaartoe, waarbij De Rijk slechts op voorwaarde van een vorstelijke fooi een
taxi naar de dokter accepteerde van de
beruchte multinationale firma Über.
Het heft dan maar helemaal in eigen handen! Overgeleverd is dat
deze generatie bij het prediken van veranderingen traditionele
man-vrouwverhoudingen intact liet. Zelfs prototypische revolutionaire studentes
fungeerden als secretaresse
en koffiejuf. Van die blijkbaar onontkoombare werkelijkheid moet De Rijk
een deugd hebben gemaakt, door leesclubs van allerlei groottes te bevolken
waarin mannen hooguit object waren.
Inborst
Ongeveer sinds het begin der tijden legde ze de voorlopige resultaten
van haar denkoefeningen vast in dagboeken, die op hun beurt aan de basis lagen
van haar memoires. Ze werkte daar nog aan, en had een afspraak staan met een
vriendin om de laatste tekstuele knopen door te hakken. Toen ik na haar dood een
vroege versie herlas, betrapte ik me op een dwaas stereotiep vrouwbeeld: de erg
zorgzame De Rijk was kinderloos en meldt niets over wensen dienaangaande.
Het boek als geheel kant zich nota bene tegen intimiteiten
en anekdotiek. Niet eens uit schaamte, denk ik, maar omdat De Rijk dat facet
van haar leven oninteressant vond; ze wilde hardop nadenken over een leven dat dat
zowel intellectueel als spiritueel en politiek-sociaal betekenis kon hebben,
‘boven de nood en het nut’ (ik citeer De Rijk die ofwel Heidegger ofwel
Hölderlin citeert). En op het vlak van kinderen kan ik evengoed beweren dat ze bij
de
Amsterdamse literaire stichting Perdu heel wat jonge dichters en schrijvers
heeft opgevoed.
Dat gebeurde alweer op een paradoxale wijze. Ze faciliteerde
literatoren, met uitnodigingen voor avonden over heikele, soms abstracte
kwesties. Vervolgens ging ze met hen in gesprek en leek het wel alsof haar elke
minuut iets nieuws werd onderwezen. Maar ik heb zelden iemand ontmoet die zo erudiet
was en zich daarin bleef trainen (bij Perdu begeleidde ze samen met haar zielsverwant
ook leeszondagmiddagen die telkens aan één schrijver waren gewijd). Iedereen,
mits in bezit van oren en geduld om De Rijk over de timiditeit heen te trekken,
kon iets van haar opsteken.
Omdat ze vooral geïnteresseerd was in literatuur die taal
met taal ‘problematiseert’ en die tekenen vertoont aan maatschappelijke
verhoudingen te willen sleutelen, kan het helpen De Rijks uitleg te volgen
waarom ze zou hebben gefaald op de Pedagogische Academie in Amsterdam. Geïnspireerd
door de Summerhill
School, de experimentele pedagogische aanpak in Reggio Emilia, de
Bilthovense Werkplaats
van Kees Boeke en Betty Cadbury en door het kunstonderwijs van Herbert Read, wou ze kinderen
omturnen tot kritische burgers in een betere wereld, terwijl ze geen orde kon
houden en het met haar zachtmoedige inborst fijner vond wanneer haar klas zich
intens vermaakte.
Dus ging ze pedagogie studeren, om op abstracter niveau te
begrijpen hoe opvoeding en onderwijs mogelijk wel een mentaliteitsverandering
teweeg konden brengen.
Verarming
Ook De Rijks adolescentenjaren in Nieuw-Zeeland voordien zijn
instructief. Ze was toen zo activistisch dat ze geen van haar toch weinig
kinderachtige studies (antropologie, kunstgeschiedenis en filosofie in
Auckland) wilde voltooien: de werkelijkheid ging voor. Wel kregen haar
vrienden-medestrijders zware gevangenisstraffen. Haar memoires tonen zich daar
nog altijd verontwaardigd over, maar bekennen ook, eindeloos afwegend, geen
definitief besluit te kunnen nemen wat een effectieve en ethische manier van
protesteren is. Ze heeft er een buffer voor nodig:


