Wanneer deemstert
Komrij, in een aanbevelenswaard boek tot leven gewekt door Lotfi El Hamidi, eindelijk
weg uit mijn leven? Mijn vorige stukje over ‘de’ polemiek, pro dissensus, werd gerepost op Neerlandistiek, waarna
Micha Hamel en Els Stronks, namens ‘de leerlijn polemiek’ van het Utrechtse
SchrijfLab, pro consensus, op dezelfde site een elegante weerlegging schreven. Voor een antwoord ben ik zo vrij trouw te
blijven aan mijn openbare privépodium.
Hamel en Stronks bekrachtigen mijn vermoeden dat het
SchrijfLab reserves heeft bij het genre omdat er verruwing is opgetreden in
debatten. Vanwege internet uiteraard. Dat relatief prille medium ijken ze aan
wat de publieke ruimte ten beste gaf ‘van pakweg het midden van de 18e eeuw tot
het jaar 2000’. Daarmee idealiseren ze naar mijn idee de voorstelling die (de
onlangs overleden) Jürgen Habermas van deze periode gaf, met als klassieke
locatie het koffiehuis.
Aan dat belangwekkende meningsverschil deed namelijk bepaald
niet elke burger mee. Het was een vermaak voor midden- en hogere klassen.
Geletterdheid gold een impliciete voorwaarde en omdat Hamel en Stronks ook
spreken namens de universiteit, meer in het bijzondere namens de opleiding
Nederlands, is het zinvol te vermelden dat de beheersing van standaardtaal de
minimumvoorwaarde leek voor deelname. Om een ‘eerbaar compromis’ te bereiken?
Daarbuiten heerste ‘het gelijk van de vismarkt’ – dat niets
met het fameuze, precieze fileren van ‘de ’ polemiek te maken had maar met een
waarheid die ‘ongezouten’ opklonk. Verder was er in kranten, de gereputeerde echokamers
van het koffiehuis als debatpodium, ruimte voor de ingezonden brief, om
onderdak te bieden aan rare vogels die hun eigen meningenliedje zongen. Een
vermaak feitelijk, voor hen die de mores wel machtig waren en als het ware met
mes en vork konden debatteren. Deze welopgevoede mensen gebruiken heden misschien
overfrequent de termen ‘graag’ en ‘helaas’, en zijn op sociale media allicht gul
met duimpjes en likes.
Hamel en Stronks laken de ‘verbale agressie’ die door
blijkbaar minder beschaafde mensen op internet wordt geëtaleerd. Het debat
wordt daar inderdaad niet per se beter van. Maar doet de montere, zogeheten
constructieve toon van AI dat wel? En bovenal, wat moet iemand dan die, zelfs
na het volgen van de leerlijn waarin je jezelf luxueus mag inbeelden om boos te
zijn, niet de goede manieren heeft waarmee van mening dient te worden verschild?
Terwijl die toch een serieus punt heeft? Bijvoorbeeld over een particulier én
algemeen onrecht dat, dankzij medemensen die behalve verfijning ook macht
hebben, verholpen zou mogen worden?
Banvloeken
Door die opleiding Nederlands is het interessant het
literaire bedrijf als voorbeeld te nemen van zo’n scheve werkelijkheid. Het
ensceneert kwaliteit en enthousiasme (‘passie’) terwijl gestuurde willekeur
regeert. Door het gretig
ontvangen pionierswerk van FixDit, dat de aandacht vestigt op vrouwen,
raken nu ook buitenstaanders ervan overtuigd dat in de schifting van het
overaanbod uitsluiten en verzwijgen cruciale routine-instrumenten zijn. In
plaats van over talent of kennis beschikken auteurs beter over een netwerk.
Het SchrijfLab is zo verstandig om tegen die deprimerende
realiteit niet de zoveelste man op te voeren die zijn verongelijktheid ter zake
leegkiepert. Bij ‘de leerlijn polemiek’ fungeert in eerste instantie Sytske van Koeveringe als spiegel.
Dat komt tegelijkertijd ook waarachtiger over dan daar Komrij voor van stal te
halen. Als man van het centrum had die in principe immers niets te klagen. Het
ontbrak hem feitelijk aan een geloofwaardig punt.
Daarom was het voor Komrij ook zo makkelijk om, met een
gevraagde frequentie, confrontaties aan te gaan. Tot Teun van Dijk lastig begon
te doen kon hij er zelf geen schade mee oplopen terwijl hij reputaties en
toekomstperspectieven van collega’s lustig aan flarden schoot. Alsof hij al op
sociale media opereerde, vanachter avatars. Ik zou toch menen: geen voorbeeld
voor wat Hamel en Stronks in het verlengde van de overwegend brave
neerlandistiekpraktijk voorstaan.
Raar vind ik dus dat het SchrijfLab plots gemaakte reclame voor
de leerlijn opgehangen heeft aan Komrij als ultrafileerder. De verschijning van
zijn biografie, rond de Boekenweek ook nog, gaat gepaard met een polemiekwedstrijd
voor jongeren. Alsof onrecht eerst valt te veinzen en daarna te ervaren. De
gebakken uien met bonen zijn gedoseerd voor de scheet van de week! Capitulatie aan de markt. Uitgezonderd de polemieken uit de jaren zeventig ontplooiden Komrijs
banvloeken-in-opdracht dan ook macht. Misbruik van macht, allicht – of ‘de mens
Gerrit’ in het alledaagse leven een schat was, is irrelevant.
Wissewasje
Die ontplooiing van macht is geen detail. Evenmin is dat het
blijkbaar evidente spreekrecht, verleend ooit door de poortwachters die
redacteur heetten en nu rechtstreekser door moderators in een AI-kleedje. Het
(populistische) verwijt aan het adres van een ‘elite’ wordt nog net niet uitgelokt!
Om het gelijk van de vismarkt te mijden, mag slechts verantwoord aan flarden
worden geschoten. En daar is hij dan, de fameuze wereld waarin veel mensen zich
niet gehoord weten en dan op sociale media beginnen te schreeuwen, en
vervolgens door de tone police worden
bekeurd omdat ze de verbinding verbraken. Hier strijdt de ‘parrèsia’ (Foucault)
maar weer de
oude strijd met het concept vrije meningsuiting.
Ook Hamel en Stronks raden terughoudendheid aan. Onze wereld
is te kwetsbaar. Leerlingen bijten beter op hun lippen om geen schade toe te
brengen. Dat op zichzelf verstandige advies dunkt me zuur in vergelijking met
wat millennials gewend zijn, als waarschijnlijk eerste generatie die in het
onderwijs de ‘eigen mening’ moest ventileren. In literatuur zijn ze
niet-polemisch uit overtuiging, en zetten dezelfde lippen wijd open om elk wissewasje
en trauma in de richting van een lezer te spugen. Mochten ze een goed netwerk
hebben, dan haalt dat binnenvocht zelfs de openbaarheid.
In het huidige cultuurklimaat blijft hier ook vraag naar. Sterker
nog, ik zie inmiddels oudere auteurs buigen voor deze in se polemische
overvaltactiek die klaarblijkelijk wel gepermitteerd is. Normaliter zou ‘de
literaire kritiek’ zulke onnavolgbaarheden of trends signaleren, duiden en
eventueel van een ‘striemende’ aanklacht voorzien volgens de wetten der
polemiek. Maar dat gebeurt dus niet.