woensdag 29 april 2026

Lippen op elkaar

 


 

 

Wanneer deemstert Komrij, in een aanbevelenswaard boek tot leven gewekt door Lotfi El Hamidi, eindelijk weg uit mijn leven? Mijn vorige stukje over ‘de’ polemiek, pro dissensus, werd gerepost op Neerlandistiek, waarna Micha Hamel en Els Stronks, namens ‘de leerlijn polemiek’ van het Utrechtse SchrijfLab, pro consensus, op dezelfde site een elegante weerlegging schreven. Voor een antwoord ben ik zo vrij trouw te blijven aan mijn openbare privépodium.

 

Hamel en Stronks bekrachtigen mijn vermoeden dat het SchrijfLab reserves heeft bij het genre omdat er verruwing is opgetreden in debatten. Vanwege internet uiteraard. Dat relatief prille medium ijken ze aan wat de publieke ruimte ten beste gaf ‘van pakweg het midden van de 18e eeuw tot het jaar 2000’. Daarmee idealiseren ze naar mijn idee de voorstelling die (de onlangs overleden) Jürgen Habermas van deze periode gaf, met als klassieke locatie het koffiehuis.

Aan dat belangwekkende meningsverschil deed namelijk bepaald niet elke burger mee. Het was een vermaak voor midden- en hogere klassen. Geletterdheid gold een impliciete voorwaarde en omdat Hamel en Stronks ook spreken namens de universiteit, meer in het bijzonder namens de opleiding Nederlands, is het zinvol te vermelden dat de beheersing van standaardtaal de minimumvoorwaarde leek voor deelname. Om een ‘eerbaar compromis’ te bereiken?

Daarbuiten heerste ‘het gelijk van de vismarkt’ – dat niets met het fameuze, precieze fileren van ‘de ’ polemiek te maken had maar met een waarheid die ‘ongezouten’ opklonk. Verder was er in kranten, de gereputeerde echokamers van het koffiehuis als debatpodium, ruimte voor de ingezonden brief, om onderdak te bieden aan rare vogels die hun eigen meningenliedje zongen. Een vermaak feitelijk, voor hen die de mores wel machtig waren en als het ware met mes en vork konden debatteren. Deze welopgevoede mensen gebruiken heden misschien overfrequent de termen ‘graag’ en ‘helaas’, en zijn op sociale media allicht gul met duimpjes en likes.

Hamel en Stronks laken de ‘verbale agressie’ die door blijkbaar minder beschaafde mensen op internet wordt geëtaleerd. Het debat wordt daar inderdaad niet per se beter van. Maar doet de montere, zogeheten constructieve toon van AI dat wel? En bovenal, wat moet iemand dan die, zelfs na het volgen van de leerlijn waarin je jezelf luxueus mag inbeelden om boos te zijn, niet de goede manieren heeft waarmee van mening dient te worden verschild? Terwijl die toch een serieus punt heeft? Bijvoorbeeld over een particulier én algemeen onrecht dat, dankzij medemensen die behalve verfijning ook macht hebben, verholpen zou mogen worden?

 

Banvloeken

Door die opleiding Nederlands is het interessant het literaire bedrijf als voorbeeld te nemen van zo’n scheve werkelijkheid. Het ensceneert kwaliteit en enthousiasme (‘passie’) terwijl gestuurde willekeur regeert. Door het gretig ontvangen pionierswerk van FixDit, dat de aandacht vestigt op vrouwen, raken nu ook buitenstaanders ervan overtuigd dat in de schifting van het overaanbod uitsluiten en verzwijgen cruciale routine-instrumenten zijn. In plaats van over talent of kennis beschikken auteurs beter over een netwerk.

Het SchrijfLab is zo verstandig om tegen die deprimerende realiteit niet de zoveelste man op te voeren die zijn verongelijktheid ter zake leegkiepert. Bij ‘de leerlijn polemiek’ fungeert in eerste instantie Sytske van Koeveringe als spiegel. Dat komt tegelijkertijd ook waarachtiger over dan daar Komrij voor van stal te halen. Als man van het centrum had die in principe immers niets te klagen. Het ontbrak hem feitelijk aan een geloofwaardig punt.

Daarom was het voor Komrij ook zo makkelijk om, met een gevraagde frequentie, confrontaties aan te gaan. Tot Teun van Dijk lastig begon te doen kon hij er zelf geen schade mee oplopen terwijl hij reputaties en toekomstperspectieven van collega’s lustig aan flarden schoot. Alsof hij al op sociale media opereerde, vanachter avatars. Ik zou toch menen: geen voorbeeld voor wat Hamel en Stronks in het verlengde van de overwegend brave neerlandistiekpraktijk voorstaan.

Raar vind ik dus dat het SchrijfLab plots gemaakte reclame voor de leerlijn opgehangen heeft aan Komrij als ultrafileerder. De verschijning van zijn biografie, rond de Boekenweek ook nog, gaat gepaard met een polemiekwedstrijd voor jongeren. Alsof onrecht eerst valt te veinzen en daarna te ervaren. De gebakken uien met bonen zijn gedoseerd voor de scheet van de week! Capitulatie aan de markt. Uitgezonderd de polemieken uit de jaren zeventig ontplooiden Komrijs banvloeken-in-opdracht dan ook macht. Misbruik van macht, allicht – of ‘de mens Gerrit’ in het alledaagse leven een schat was, is irrelevant.

 

Wissewasje

Die ontplooiing van macht is geen detail. Evenmin is dat het blijkbaar evidente spreekrecht, verleend ooit door de poortwachters die redacteur heetten en nu rechtstreekser door moderators in een AI-kleedje. Het (populistische) verwijt aan het adres van een ‘elite’ wordt nog net niet uitgelokt! Om het gelijk van de vismarkt te mijden, mag slechts verantwoord aan flarden worden geschoten. En daar is hij dan, de fameuze wereld waarin veel mensen zich niet gehoord weten en dan op sociale media beginnen te schreeuwen, en vervolgens door de tone police worden bekeurd omdat ze de verbinding verbraken. Hier strijdt de ‘parrèsia’ (Foucault) maar weer de oude strijd met het concept vrije meningsuiting.

Ook Hamel en Stronks raden terughoudendheid aan. Onze wereld is te kwetsbaar. Leerlingen bijten beter op hun lippen om geen schade toe te brengen. Dat op zichzelf verstandige advies dunkt me zuur in vergelijking met wat millennials gewend zijn, als waarschijnlijk eerste generatie die in het onderwijs de ‘eigen mening’ moest ventileren. In literatuur zijn ze niet-polemisch uit overtuiging, en zetten dezelfde lippen wijd open om elk wissewasje en trauma in de richting van een lezer te spugen. Mochten ze een goed netwerk hebben, dan haalt dat binnenvocht zelfs de openbaarheid.

In het huidige cultuurklimaat blijft hier ook vraag naar. Sterker nog, ik zie inmiddels oudere auteurs buigen voor deze in se polemische overvaltactiek die klaarblijkelijk wel gepermitteerd is. Normaliter zou ‘de literaire kritiek’ zulke onnavolgbaarheden of trends signaleren, duiden en eventueel van een ‘striemende’ aanklacht voorzien volgens de wetten der polemiek. Maar dat gebeurt dus niet.

zaterdag 18 april 2026

Boos en overspelig

 


 

 

Waar begon het? Er verscheen een betrokken boek van Lotfi El Hamidi, dat met de titel Stakkers en wolven Gerrit Komrijs bashing van ‘de islam’ citeerde, situeerde én bekritiseerde. Diens biograaf Arie Pos opende een meerdelig debat op HP-De Tijd en Neerlandistiek, waarbij laatstgenoemde site, ook via comments, melding maakte van een ‘leerlijn Polemiek’ op het onvolprezen Utrechtse SchrijfLab. Met een heuse wedstrijd voor jongeren, te ontbranden rond de verschijning van Komrijs biografie in de Boekenweek van 2027.

Uiteindelijk legde ik er ook mijn kakje bij. Het leek me toen niet opportuun te vermelden dat iedere bewering een polemisch ingrediënt bevat. Een dooddoener, maar door gewenning en herhaling kan een schijn van neutraliteit ontstaan die je er niet snel afkrabt. Onlangs gebruikte vakbondsman Bert Engelaar een heel boek, Kort door de bocht, om samen met slammer Bekvegter en nog wat vrienden keerzijden van zulke losse quasi-waarheden te tonen, inclusief ideologische herkomst. Wel viel die evengoed te ontwaren in hun eigen weerleggingen; polemiek bereikt niet snel een eindhalte.

Zelf ben ik allergisch voor de term ‘leerlijn’ en tegelijk fascineerde me de omzichtigheid waarmee de polemiek, die in Komrij een ongekroonde koning zou hebben gekend, werd benaderd. Dat had niet eens te maken met de literaire afkeer die voor het genre is ontstaan sinds de millennials. Crucialer was een maatschappelijk fenomeen dat het Utrechtse instituut (die aan de medewerkerslijst de naam Pos toegevoegd had) expliciet in de presentatie betrok: ‘polarisatie’.

Het begrip geldt als antipode van een ander veel gebezigd taalmerkteken: ‘verbinding’. In de vele bespiegelingen die het duo heeft verwekt wordt dan een oorzaak gevonden in sociale media waar men veeleer contact breekt dan verstevigt, maar evenzeer in groeiende ongelijkheid. Polemiek zou hoe dan ook tonen dat expliciete meningsverschillen contraproductief zijn, en een barrière opwerpen tegen ‘verbinding’.

Ten voordele van polarisatie geldt dan weer dat ze ‘de vrije meningsuiting’ zou dienen. In debatten is ook daar een antipode te vinden: ‘intolerantie’. Teruggekoppeld naar de aanleiding van ‘de islam’ zou dan een gevoeligheidje bovenkomen, dat het seculiere Westen na een beschamende traditie van ‘censuur’ zou hebben overwonnen. In de wereld daar weer naast, op TikTok vooral, bestaat rage bait domweg om producten aantrekkelijker te maken voor klanten.

 

Heel precies

Vanwaar de haast intuïtieve afkeer van een meningsverschil dat open ligt? Tot Trump zijn tweede termijn van acquit ging met een spervuur aan decreten, functioneerde ‘het’ westen op basis van consensus. In Nederland heet daar, historisch na de gepolariseerde jaren zeventig, de techniek van het ‘polderen’ mee gemoeid te gaan. Dat is een keuze. Zoals ik zelf altijd, bijvoorbeeld om die ongelijkheid beter te bestrijden, de voorkeur heb gegeven aan dissensus. En al vóór de millennials ondervond dat vele collega’s dit te grimmig achtten.

Grimmigheid lijkt in het polemiekgenre op twee manieren haar beslag te krijgen, waarbij hetzelfde strijdmiddel dienst doet in twee uitvoeringen. Het gaat om een steekwapen. Bij polemieken kan een ‘hakmes’ worden gebruikt of een ‘fileermes’. Bij de eerste variant ziet men ook wel een ‘botte bijl’, wat de geringe appreciatie al verraadt. De echte polemist fileert en doet dat idealiter virtuoos.

Het Schrijflab heeft voor die ambachtelijke activiteit in zijn leerlijn een aparte stap ingeruimd, bij wijze van oefening. Ze schetst eerst risico’s, die berusten op wat ‘snel scoren’ wordt genoemd, naar ik vermoed een leerlingvriendelijke versie van populisme: rumoer aanrichten om het rumoer. Dat gaat ten koste van een medemens. Met dat besef stelt het Schrijflab leerlingen voor een keuze:

 

Stel dat je meer wilt met een polemiek: de lezer geen ophef bieden, maar stof tot nadenken. Dan moet je de tekst van de tegenstander heel serieus nemen. Die heel precies lezen en fileren op gedachten, aannames en argumenten: dus niet alleen op wat er staat, maar ook op waar het vandaan komt dat het er zo staat. Zoals een visboer met een mes een vis fileert en de graten van de vis blootlegt. De basis van een polemiek die stof tot nadenken geeft is dan die precieze lezing van de tekst én de achterliggende motieven van de schrijvers. Hoe je je punt daarna opschrijft, is stap twee. In deze oefening kijk je hoe je fileertechnieken je kunnen helpen bij de eerste stap, en hoe je daarna je punt kunt maken. Met of zonder snel scoren, want scoren is natuurlijk wel scoren als je bezig bent lezers te overtuigen.

De schrijver, dichter en criticus Gerrit Komrij kon als geen ander teksten van anderen fileren.

 

Een curieus betoog, waarin mij de taalversterker ‘heel’ ontroert die blijft waarschuwen. Het is net alsof men vóór de introductie van Komrij al zegt dat het altijd mis kan lopen, zelfs als het goed gaat. Ook wie virtuoos fileert kan verbinding verbreken. Scoren als naast het doel schieten? Intrigerend vond ik elders te begrijpen dat het verbrokenverbindingsresultaat in het bijzonder vrouwen wordt aangerekend als ze harde kritiek leveren op andere vrouwen. Er speelt hier iets mee van solidariteit, dat na aan mijn hart ligt en dat ik in dit verband niet goed snap.

 

Nudistisch

Mij valt verder op dat de getroffen partij niet aan het woord komt. Over slachtoffers en eventuele sympathisanten is eerst door de polemische dader gesproken, en daarna door derden. Dat bleek in België onlangs nog bij de uitvoering van SANCTA, Florintina Holzingers beruchte opera tijdens de uitvoering waarvan toeschouwers onwel waren geworden van het bloed en seksueel geweld. Er traden naakte nonnen in op, ‘een nudistische persiflage van het religieuze leven van zusters’ volgens de Antwerpse bisschop Bonny die bezwaar aantekende namens katholieken. Toch riep hij hen op niet te protesteren, maar hun gekrenktheid om te zetten in paasvieringen.

Een getergde Holzinger meende strijdlustig: ‘what the fuck is wrong with shock?’ Haar voorstelling, die volgens de trailer een prachtige uitwerking gekregen had, kaderde ze zelf in brede westerse onrechtmatigheden. Maar volgens Gwendolyn Rutten was dat het punt niet. De oud-leider van de liberale OpenVld die inmiddels Anders heet, meende dan wel dat de bisschop een katholieke relaps beleefde, maar bovenal dat hij met vermeende lange tenen zijn geloof had laten kapen door extreem-rechts. Ze riep Bonny op tot verdraagzaamheid.

Meer kanttekeningen spoelden aan. Daarbij kwam één type argument mij bekend voor uit de lange geschiedenis van polemieken. Ik noem het deftigjes de substitutietechniek: voor het ter discussie staande object zet je iets anders in dat zijn controverse bewezen heeft. Vaak gaat het om ‘de jood’ of ‘de moslim’. In dit geval waren de blote nonnen dan te vervangen door besneden piemelaars of door blote meneren met ‘arafatsjaals’ en bomvesten.

In het debat zag ik wel geen blote paters voorbijkomen. Mogelijk omdat de SANCTA-regisseur een vrouw is, speelde hier blijkbaar geen seksisme. En waar velen geen begrip hadden voor bisschop Bonny’s protest tegen het hergebruik van christelijke symbolen, lag dat even later anders bij Trumps zoveelste narcistische provocatie, toen hij zichzelf door AI liet afbeelden als door handoplegging helende Jezus.

 

Uithangen

Uit mijn kwalificatie ‘zoveelste narcistische provocatie’ blijkt al dat, voor mij, polemieken niet als één geheel zijn op te vatten. Ik neem Florintina Holzingers shocktherapie veel serieuzer dan Trump. Dat brengt me in het vaarwater van de Utrechtse leerlijn Polemiek. Hoe schuchter en objectief de tien stappen daar ook zijn beschreven, ze tonen bij nagenoeg iedere fase voorbehoud. Wat Trump doet, zou volgens het SchrijfLab vallen onder ‘sarren’. Voor mij ontbreekt de intellectuele en geëngageerde basis die het choqueren door Holzinger wel heeft.

Maar bisschop Bonny’s protest wil ik evenmin opzijschuiven. Enerzijds zal dat uit ergernis zijn over de vanzelfsprekendheid waarmee Rutten religieuze instituties als dusdanig gedateerd beschouwt dat ze beter op de lippen bijten en het spreekrecht ongelimiteerd acht voor breuken met één specifiek geloof dat katholicisme is. Het doet denken aan de arrogantie anno 2008 van haar destijds door Verhofstadt aangestuurde partij en artistieke partners bij de euthanasie van Hugo Claus, tegenover aartsbisschop Danneels.

Aan de andere kant bevalt me aan Bonny dat hij opkomt voor bovenpersoonlijke waarden die hij tot nader order persoonlijk onderschrijft. Dat die moralistisch (kunnen) zijn, doet er niet toe. Ik zou het erger hebben gevonden wanneer de bisschop had gezwegen uit imagoredenen of omdat zijn strijd al vruchteloos gestreden zou zijn. Daarmee verschil ik alvast van het Utrechtse SchrijfLab dat een stap heeft ingeruimd voor ‘belangenafweging’. Mij is dat te strategisch, te pragmatisch.