zondag 17 mei 2026

De bui een moesson


 

 

Zou er ook in YouTube al zoveel AI schuilgaan dat de muziek me automatisch bracht bij ‘Águas de Março’? Mijn Braziliaans-Portugees is niet wat het nooit is geweest en in ‘Março’ hoor ik heus mezelf niet, maar het bossanovaliedje uit 1972 weerspiegelde een Hemelvaartsstemming in 2026. Het was herfstachtig koud en nat, en toch wist ik niet grondig somber te raken.

Zoals vele liedjes van Antônio Carlos Jobim is ‘Águas de Março’, improvisatorisch-spreekwoordelijk te vertalen als ‘Maartse buien’, vederlicht en weemoedig. Die laatste component zit allicht in de reeks van dalende akkoorden die onder een stabiele melodie ligt. Alsof de regen blijft vallen, maar zo mooi en harmonieus. Ik zou bijna het woord ‘troostrijk’ gebruiken.

Wat dat betreft is het lastig ‘Águas de Março’ te verbinden met het heden. Destijds was een halfjaar tevoren al, hoe raar het hier klinkt, uitgelekt wat er volgens De Club van Rome met de aarde als ecologisch fenomeen aan het gebeuren was, voordat het officiële rapport Limits of Growth min of meer gelijktijdig met Jobims meesterwerk verscheen. Inmiddels is de bui een moesson.

Evengoed in het rijke België van fermette retteketet. Afgelopen weekend nog kwam de bevestiging dat het land de hoogste bebouwde oppervlakte (32%) heeft van Europa. Hoe moet dat met het grondwater? Met maartse buien die ook in mei de straten en kelders als moeiteloos doen overlopen? ‘Águas de Março’ laat de luisteraar het hoofd schudden en zegt bijna letterlijk: lekker puh.

Dat doet de melodielijn namelijk, een bewijs voor Jobims vederlichte kant, in een kinderlijk klinkend vraag- en antwoordspel dat hij zingt met de geweldige zangeres van het nummer, Elis Regina. Ook is er iets met de tekst, waarvoor vertaalprogramma’s echt van dienst kunnen zijn. Het lied blijkt één lange opsomming. Van stonde af:

 

É pau, é pedra,
é o fim do caminho
É um resto de toco,
é um pouco sozinho

 

É um caco de vidro,
é a vida, é o sol
É a noite, é a morte,
é o laço, é o anzol

 

De komma programmeert hier wat in het jargon een enumeratio heet. In plaats van een verhandeling over gevoel en oorzakenpalet bij al dat hemelwater noemt Jobim losse dingetjes die er volgens hem en zijn bronnen mee te maken hebben. En die samen voor een voortdurend wisselende buienradar in het hoofd van luisteraars zorgen.

Al eerder was me duidelijk geworden dat ik van jongs af viel voor die techniek. Nu me begint te dagen dat ik in mijn eigen werk vaak verzamelingen aanleg, snap ik zonder tussenkomst van een biograaf-psycholoog beter waar die voorkeur en aanleg vandaan komen. Opsommingen zijn de grammaticale mal waarin verzamelingen de schijn van orde kunnen vertonen.