Zou er ook in YouTube al zoveel AI schuilgaan dat de muziek
me automatisch bracht bij ‘Águas
de Março’? Mijn Braziliaans-Portugees is niet wat het nooit is geweest en
in ‘Março’ hoor ik heus mezelf niet, maar het bossanovaliedje uit 1972 weerspiegelde
een Hemelvaartsstemming in 2026. Het was herfstachtig koud en nat, en toch wist
ik niet grondig somber te raken.
Zoals vele liedjes
van Antônio Carlos Jobim is ‘Águas de Março’,
improvisatorisch-spreekwoordelijk te vertalen als ‘Maartse buien’, vederlicht
en weemoedig. Die laatste component zit allicht in de reeks van dalende akkoorden
die onder een stabiele melodie ligt. Alsof de regen blijft vallen, maar zo mooi
en harmonieus. Ik zou bijna het woord ‘troostrijk’ gebruiken.
Wat dat betreft is het lastig ‘Águas de Março’ te verbinden
met het heden. Destijds was een halfjaar tevoren al, hoe raar het hier klinkt, uitgelekt
wat er volgens De
Club van Rome met de aarde als ecologisch fenomeen aan het gebeuren was,
voordat het officiële rapport Limits of
Growth min of meer gelijktijdig met Jobims meesterwerk verscheen. Inmiddels
is de bui een moesson.
Evengoed in het rijke België van fermette retteketet. Afgelopen
weekend nog kwam de bevestiging dat het land de
hoogste bebouwde oppervlakte (32%) heeft van Europa. Hoe moet dat met het
grondwater? Met maartse buien die ook in mei de straten en kelders als moeiteloos
doen overlopen? ‘Águas de Março’ laat de luisteraar het hoofd schudden en zegt
bijna letterlijk: lekker puh.
Dat doet de melodielijn namelijk, een bewijs voor Jobims vederlichte
kant, in een kinderlijk klinkend vraag- en antwoordspel dat hij zingt met de
geweldige zangeres van het nummer, Elis Regina. Ook is er iets met de tekst,
waarvoor vertaalprogramma’s echt van dienst kunnen zijn. Het lied blijkt één
lange opsomming. Van stonde af:
É pau, é pedra,
é o fim do caminho
É um resto de toco,
é um pouco sozinho
É um caco de vidro,
é a vida, é o sol
É a noite, é a morte,
é o laço, é o anzol
De komma programmeert hier wat in het jargon een enumeratio heet. In plaats van een
verhandeling over gevoel en oorzakenpalet bij al dat hemelwater noemt Jobim losse
dingetjes die er volgens hem en zijn bronnen mee te maken hebben. En die samen
voor een voortdurend wisselende buienradar in het hoofd van luisteraars zorgen.
Al eerder was me duidelijk geworden dat ik van jongs af viel voor die techniek. Nu me begint te dagen dat ik in mijn eigen werk vaak verzamelingen aanleg, snap ik zonder tussenkomst van een biograaf-psycholoog beter waar die voorkeur en aanleg vandaan komen. Opsommingen zijn de grammaticale mal waarin verzamelingen de schijn van orde kunnen vertonen.
