Als niets meer
zeker is, kan het ook in taal de vraag worden: kapitaal of onderkast? De
officiële, op internet toegankelijke Leidraad wijdt er een apart hoofdstuk aan. Volgens mij hoef je ze niet eerst te leren
om te voorspellen dat er allerlei regels ter zake zullen zijn doorbroken én
onderhevig zijn aan trends.
Om met het
allerlaatste te beginnen, In een recent verleden boog ik me over de spelling van voor- en achternamen, waarbij ik als actueel voorbeeld ‘bob
vanden broeck’ noemde. Nu, een boek later, heet hij weer ‘Bob Vanden Broeck’. Aanleiding
voor mijn stukje was overigens de fantastische bassist Esperenza Spalding
die zich had onthoofdletterd. Ik kon meer muziekacts noemen met een dergelijke
presentatie, en vergat die met kapitalen. Zoals MARO en ABBA (en, in zekere
zin, H.E.R. en P!NK).
Ad
infinitum. Of ad interim?
Vergeten was ik
de rol van sociale media te verdisconteren. Weliswaar ontsnapte me tussendoor wat routinezuur over de kapitalen die de wortelkleurige
en zijn entourage bij digitale communicatie inzetten, maar deze blokletters,
het verlengde van bolds, ogen te routineus om bij stil te staan. Wel duizelt het
besef dat dit conservatieve geweld formeel in de vakliteratuur met ‘het’ modernisme verbonden wordt.
Naar mijn idee is
het gebruik van hoofdletters en onderkasten subtieler geworden. Ik weet niet of
ik het ook intuïtief of hoogstpersoonlijk moet noemen, maar in eerste instantie
waren het studenten die me voedden met prikkels. Omdat in hun papers, ogenschijnlijk
zonder systeem, hoofdletters midden in een zin nogal opvielen, gevoegd bij evenmin
consequente onderkasten aan het begin van zinnen.
Hypotheses moeten
nog opgesteld, maar het lijkt me dat gebruikers van sociale media getraind zijn
in een zo adequaat mogelijke presentatie. Volgens
Éric Sadin ‘cureren’ mensen zichzelf op Instagram. Ieder zijn of haar
galerie annex museum! Daarbij kunnen taalconventies en
voorschriften hinderen, of juist uitnodigen ze aan te passen aan persoonlijker behoeftes.
Probleem is
alleen dat die media me onbekend zijn en dat ik volgens mij geen moed en puf heb
ze te bezoeken. Gelukkig kon ik uit artikelen twee Instagram-voorbeelden doorkopiëren.
In het eerste herdacht zanger-acteur Danny de Munk zijn
toneelvader Peter Faber
die was overleden. Voor mij was dat tekstje, een open brief eigenlijk, een
schot in de roos. Omdat kapitaal en onderkast inderdaad geen systematiek vertoonden
en emoties ter plekke weergaven:
(…)
Elke Keer als ik
je tegen kwam riep je
“HÉ STINKERD” !!!!!!
Jouw positiviteit was Enorm, net als Jouw Empatisch vermogen.
Jij bent & was een mooi en uniek kleurrijk mens
(…)
Voor mij is dit weergaloos. Ik meen althans vrij exact te kunnen navoelen waarom De Munk even een hoofdletter invoegde en dan weer een paar maten een kleine. Dit is muziek (waar emoji’s bij horen, maar die voeren te ver)! Alleen krijg ik het benauwd als taaldocent. Hoe kan ik nog uitleggen wat de afspraken zijn, zonder helemaal over te komen als een dodo, laat staan Nederlands als een bastion voor te stellen?