donderdag 10 september 2026

Mijn fucking gedicht

 


 

 

En nadat ik publiek had nagedacht over ontwikkelingen in het kapitaal- versus onderkastgebruik las ik: ‘Nu niet meer vragen Naar littekens / van de gevangenis, Brazilië of de kunstacademie.’ Het stond op de zestigste pagina van Het netwerk moest gebouwd worden, in een gedicht dat Maxime Garcia Diaz aansprekend had geopend met: ‘Een totaliteit verloren onderweg.’ Dat debacle leverde het vervolg, met die hoofdletter van het voorzetsel, niet alleen na een dubbele regelafstand die het boek in de greep heeft, maar ook na precies zoveel tabs dat het lijkt alsof er verticaal aangesloten wordt.

Daar gingen mijn hypotheses! De lijvige bundel gaat over virtuele werelden, en bevat gecopy-pastete collages, vertaalmachinewerk, schermafbeeldingen van WhatsAppgesprekken en selfies. Garcia Diaz’ lyrische ik stelt dat Paul Klees schilderij Angelus Novus ‘een meme werd’ door de negende these van Walter Benjamin. Ze bekent dat ze bij het woord ‘veld’ in eerste instantie niet aan de ‘fysieke’ wereld denkt, maar aan een beeldscherm. En in het Engels bij ‘view’ aan een of ander computermenu. Zo’n gemoed roept Jean Baudrillards reisverslag van Amerika in herinnering, uit de jaren tachtig, waarbij film voor hem aan de basis ligt van steden (die voorheen in Nederland en Italië na museumbezoek zijn inziens voortkwamen uit schilderijen).

Kan het dan zijn dan de dichteres schreef op de smartphone – en zich met de hoofdletter vertikte? Ik heb me laten vertellen dat, waar dat schermpje voor mijn onervaren en slechte ogen al helemaal niet bijster groot zou zijn, fouten niet altijd gerepareerd worden.

In een erg korte recensie mokte Mario Molegraaf over naar desinteresse neigende achteloosheid. De dichteres rept bijvoorbeeld van C.P. Cavavy die in de Lage Landen bekend staat onder de naam K.P. Kavafis. Misschien toont zich dan een generatieverschil. Is de Griek, in het Nederlands vertaald door Molegraaf en Hans Warren, door de dichteres wereldwijs in het Engels gelezen? En zou het voor haar onoprecht zijn een andere auteursnaam op te voeren? Zou het zelfs kunnen dat ze haar teksten, of een deel ervan, in het Engels gemaakt heeft en daarna terugvertaald naar het Nederlands? Er staat elders bijvoorbeeld ‘personificeren’ in plaats van ‘personifiëren’.

Tegelijkertijd met de bundel verscheen in 2025 bij dezelfde uitgeverij een editie onder de titel The network must be built. Alleen de onderkasten, zou ik koppig denken, verraden een niet integraal Engelstalige achtergrond.

Molegraafs ongemak, dat door dieptepsychologen schoolmeesterend kan worden genoemd, ervoer ik zelf bij Garcia Diaz’ debuut Het is warm in de hivemind uit 2021. Bij een lang gedicht, expliciet geïnspireerd op Allen Ginsberg, vertrekt Garcia Diaz vanuit een stelling: ‘Audrey schrijft’. Dit staat onderstreept, en wordt in de verantwoording voorzien van een YouTube-link. Gedienstig overtikken leidde me naar: Barbie and the 12 dancing princesses theme but you're one of them dancing in the secret garden.

Verrassend, omdat ik de zoveelste Lorde-verwijzing van Garcia Diaz’ generatie ontwaard dacht te hebben, waarbij de voornaam fout zou zijn gespeld (ik trap in die val de activistische publiciste niet te volgen in haar principieel weggekapte slot-y). Even verderop in het gedicht staat de naam dan ook correct, voluit bovendien: ‘Audre Lorde schrijft’. Dan volgt een citaat dat te herleiden valt naar het korte essay Poetry is Not a Luxury.

 

feelings were expected to kneel to thought as women were

expected to kneel to men

 

In de oorspronkelijke tekst zit natuurlijk geen enjambement en aan de onderkast (prehistorie!) valt nog te zien dat er iets aan deze zin moet zijn voorafgegaan. En dat is: ‘Kept around as unavoidable adjuncts or pleasant pastimes,’

Raar. Zo secuur als ik dit allemaal probeer bloot te leggen, zo slordig begon ik te lezen. De simpele voornaam ‘Audrey’ was de trigger, zodat ik niet eens de langere titel van het gedicht helemaal tot me had laten doordringen:

 

mad girl theory, or: audrey wollen never answered my email :(

after Allen Ginsberg

 

Anders dan de vrouwennaam (gespeld in onderkast) had ik de mannennaam (gespeld in kapitaal) meteen opgeslagen. Nu heb ik ook ontdekt dat de combinatie van een dubbelepunt en een haakje-openen de verdrietige emoticon L oplevert.

Allicht ligt dit aan mijn karakter. Maar ik ben ook nog een soort schrijver. Die verbaast zich over de manier waarop Maxime Garcia Diaz citeert, dan wel collages maakt. Ze haalt tekst in haar gedichten binnen waar ze het mee eens lijkt te zijn, als bewijsmateriaal, terwijl ik in mijn praktijk zogeheten discoursen tracht op te vissen, als documentatiemateriaal. Geen idee hoeveel in mijn boeken ik niet zelf heb geschreven, maar het zal behoorlijk wat zijn. Vaak betreft het frasen waar ik als (politiek) mens niet achter sta. Wel acht ik het mijn ‘taak’ om perfide taalbouwsels in tijdspannes te tonen.

Dus draag ik, net als Molegraaf, mijn generatie in mij mee? Tegenover onnavolgbare observaties over de virtuele wereld staan in Het netwerk moest gebouwd worden dagboekfragmenten, over een verblijf aan de universiteit in Iowa bijvoorbeeld, die in hun hoge mededelingsgehalte voor mij even onbegrijpelijk zijn. Bizar vind ik bovendien dat tegenover zulke expliciete, zakelijke mededelingen jeugdherinneringen staan waarbij details van een vaderfiguur met een horizontale streep als het ware zijn weggelakt.

De tekst uit Het netwerk moest gebouwd worden waarmee ik deze speurtocht begon, herbergt de regel: ‘Ik kan mijn fucking gedicht niet meer vinden’. Dat zit geen woord Grieks tussen. Sterker nog, daarna volgt maar liefst een dubbele witregel met regelafstand twee. Waarna:

 

De draden van het kromme verknoopte verhaal

niet meer wassen en ontwarren Een leven

 

te vertellen je was een klootzak voor je stierf. Je was dat ook voor het

grootste van het daarvoor. Maar gezelschap zoveel en herinner vele

jaren van waanzinnige persoonlijkheidsstoornis ik ben niet verklempt

aan het zijn. Ik zal een dood gedicht brengen als je wil.

 

Deze hakkelende emotionaliteit druist tegen alles in wat ik als poëzie beschouw. En toch. Die kapitaal van ‘Een leven’ weerstaat mijn duidingselasticiteit, net als de onderkast van ‘te’ na de loden witregel. Ook weet ik werkelijk niet of het zinnetje ‘Je was… het daarvoor’ grammaticaal is, of dat er een woord ontbreekt voor ‘daarvoor’ – en of dat dan ‘Leven’ moet zijn. En de diagnose ‘waanzinnige persoonlijkheidsstoornis’, die in mijn leesgewemel louter door millennials kan worden gesteld (Maxime Garcia Diaz is van 1993)… Om nog te zwijgen van het woord ‘verklempt’.

Ruwe tekst die in haast op een smartphone vastgelegd lijkt. Hier val ik even voor. Waarvoor dan feitelijk?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten