Is er in
coronatijden wel voldoende aandacht voor spam? Mijn hobby is aanwijzen waar een
tekst bekent niet-menselijk
te zijn:
Uit ons systeem is gebleken dat de klantgegevens gekoppeld
aan dit e-mailadres zich helaas niet voldoen aan de algemene voorwaarden. (…)
Na deze datum vind automatisch een verzoek plaats die ook automatisch zal
worden geïncasseerd wat €21,95 bedraagt.
Is de laatste zin,
bijvoorbeeld door WhatsApp-routine, inmiddels ingewikkeld om te corrigeren? Ik
vermoed dat mijn kwalificatie ‘niet-menselijk’ inadequaat is. Ook taal die algoritmisch
werd geprogrammeerd voor ontvangers, zal zoiets als een zender hebben.
Tot nog toe valt
me de spamoogst tegen. Het gaat onveranderlijk over hypotheekoffertes, terwijl we bevoorrecht
ons huis blijven afbetalen. Ook bind ik me als een Odysseus aan onze rekstok tegen
nette gulle wanhoop van wereldburgers – stervende met een aan schurken toevallende
erfenis – die me in gebroken Engels aanbiedingen doen die ik niet zou mogen
afslaan.
Zelfs verscheur
ik in het diepste geheim, met een in duizend stukjes te lokaliseren hart,
foto’s van spontane meisjes die me beter willen leren kennen en die houden van
‘uit eten gaan en bij mooi weer een terrasje doen’.
De coronaspam die
me echt trof, viel op de allereerste dag van de lockdown binnen en had de titel
Het is belangrijk om na te denken over uw
eigen uitvaartwensen. Er was een stemmig brandende kaars bij afgebeeld die
de achtergrond wazig maakte. Daaronder een betoog ten gunste van een begrafenisverzekering.
De zogeheten disclaimer spelde er eerlijk de nadelen van uit. Mijn overlijden was
‘niet gedekt in geval van:
-Deelname aan gewelddaad, terreur of oorlog met uitzondering van
professionele omstandigheden
-Zelfmoord binnen het 1e verzekerde jaar
-Het plegen van misdrijf of misdaad’
In coronatijden
is het schimmig wie er een misdrijf begaat door contact met anderen doelbewust
te mijden – gesteund door noodwetten. Ik heb nooit het talent gehad om naar de
toekomst te kijken maar nu al wil ik,
kinderen indachtig, niet weten hoe op draconische maatregelen zal worden
teruggekeken.
Gelukkig is er
altijd iets wat me terug in de fictie kan trekken. In de film Nebraska onderneemt een verwarde oude
man een hele tocht naar een kantoortje waar hij een miljoen dollar meent te
krijgen. Wegens een standaardbrief met die belofte, die bewaarheid wordt als
het vermelde persoonlijke nummer het winnende zou zijn.
Nebraska was zo prachtig omdat een zoon van die man hielp
de tocht te voltooien. Naar de desillusie dus, die voor de duur van de reis een
geweldig mooie illusie was. Ook geeft de zoon aan zijn vader na afloop de twee
relatief goedkope dingen die deze met het miljoen ogenblikkelijk had willen kopen.
Geweldig aan de
coronacrisis dunkt me nieuwe deskundigheid. Zo getuigden al diverse autoriteiten
van de Universiteit van Breda – toen ik daar
opgroeide heette die de School voor Toerisme.
Hoe vergaat het de
champagne-industrie? Iedereen rept voortdurend van ‘bubbels’ en bedoelt daar
steeds iets anders mee dan de feestdrank onder beter gesitueerden. Sinds
wanneer is dat woord zo prominent in non-alcoholische zin? Het begon op te
duiken rond de verkiezing van Trump, die een coladrinker lijkt. Toen duidde het
op grote groepen mensen, terwijl ‘bubbels’ nu gezinseenheidjes moeten
vertegenwoordigen. Waar de eerste groep zwakte vertoonde in kennisbreedte, ontplooit
het gezin een onvermoed taaie kern. Daar drink ik op!
Ik kan me
vergissen, maar volgens mij gebruiken sinds de corona-uitbraak communicatiekundigen
in hun tekstwerk steeds meer bold.
Als hulp aan laaggeletterden?
In een intranetbericht
stond boven een instructie van 320 woorden de code TL;DR: ‘too long, didn’t read’. Er was een link bij naar een zogeheten
infographic.
