vrijdag 19 augustus 2011

Je kind

Ooit, in De gezel, heb ik een gedicht geschreven dat zo eindigt:

Rond de waxine joeg bombast. Onder dek bevoelde hij
zijn fontanel. Parelmoer op geschubd dak. Borstelde
licht, vanwaar die nervatuur. Koud was het morgen,
beleefdheid van een nader jaar bijgehaald, of de heg
diende gesnoeid – gesnoeid in een aanwas van weten.

Die fontanelpassage is beroerd, zal gelezen of gehoord zijn. Inmiddels zijn aan mijn vaderlijk oog twee fontanellen voorbij getrokken. Ik heb geen trek die zogezegd ware werkelijkheid in enigerlei poëzie te vangen. Wel valt het besef niet te loochenen dat die fontanellen een gevoel hebben verwekt ‘waarvan ik niet wist dat ik het in me had’. Dat het nogal apart was, blijkt ook hieruit dat gewenning uitblijft omdat een volgende aanblik mij ondersteboven krijgt.
Laatst zag ik hem opnieuw, bij onze gourmande, een uitsparing in de nog schaars begroeide hoofdhuid. Het frappante is dan wat eronder aan het gebeuren is – het beweegt daar in een vast ritme. Men ziet het hart kloppen. De aanblik maakt, in elk geval mij, glashelder dat je kind leeft maar niet voor altijd.
Het Verraad van de Wereld. Simpel.
Het staat me niet bij eerder te zijn doortrokken door zo’n extreme angst. Het is ook immer denken en overleggen om de verontwaardiging gedempt te krijgen dat zo’n fontanel niet gelijk het slot erop gooit. Los van het feit dat een moeder geboortekanaaltechnisch nog minder zou lachen, zal het voorzorg wezen: een baby die leert kruipen en lopen, slaat zo frequent met zijn hoofd tegen de vloer dat een gesloten schedel louter schervenglinstering zou vertonen. Slimme meid wel, de natuur. (Ronduit magnifiek is de ontdekking dat de fontanel zich moet hebben afgesloten. Van het taalkundig genie staat me althans bij dat ze steeds verwoeder pogingen deed om te springen en maar niet van de grond kwam – tot op de gelukzalige dag van de lift off de schedel, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, potdicht was gegaan.)
De godsgruwelijk gore kinderhonger in Afrika blijft in alle opzichten ver weg, maar de al snel als ‘apocalyptisch’ bestempelde wind- en regen- en hagelhoos die gisteren een bezoek bracht aan Pukkelpop, moet behalve de aanwezigen hun ouders hebben getroffen. Vanaf het bericht dat er zes doden zouden zijn gevallen, had redelijkheid geen vat op de makers van de 60.000 festivalgangers. De verwaarloosbaarheid van de kans dat jouw kind tot de ongelukkigen behoort, zal niet als zodanig zijn ervaren.
Ook werken punten en komma’s niet echt meer, valt er een lettertje weg en zo.
Het is een raar soort ironie dat uitgerekend in een tijd van zoveel geavanceerde middelen tot communicatie de techniek zowel mee- als tegenwerkte, waardoor het karretje van de ratio definitief in de poep vastliep. Ouders die informatie van het internet wilden halen, kregen per minuut meer griezelbeelden van YouTube en dergelijke. Persconferenties die de gemoederen tot bedaren wilden brengen door met voorlopige feiten op de proppen te komen, pakten aldus averechts uit. Achterhaald! En bovenal: door de noodsituatie was er tot gsm’s, die het verlossende woord konden geven, niet of nauwelijks door te dringen.
In de absoluut niet arcadisch te noemen tijd van paard en wagen was wellicht uren later op basis van geruchten iets gaan rondzingen. De bezorgde ouder had niet eens de mogelijkheid zijn kind persoonlijk te bereiken. Niet gek dus dat geloof doorwoog in het maatschappelijk leven. En dat liedjes bezweringen konden zijn; het is slechts een kleine stap uit gospel voor de soul, maar een grote voor de secularisatie van de emoties.
Don't Mess Up A Good Thing.

Naschrift
Door het veelvoud en de prominentie van lugubere getuigenissen zou je bijna vergeten dat er ook nuchtere verslagen
zijn geweest die, zonder iets af te doen aan het drama van de slachtoffers, prettig relativeren. Ook dat ressorteert onder pluriformiteit, al wordt die ervaren als taboe.

maandag 15 augustus 2011

Tijdelijke peren? Nee, tomaten

Hoewel er deze zomer veel is gebeurd, lijken de formules voor komkommertijd in tact te blijven. Bijvoorbeeld De Standaard heeft een reeks lange interviews op een landgoed, waar twee bekende Vlamingen een dag met elkaar doorbrengen. Afgelopen zaterdag leidde dat tot de publicatie van een gesprek tussen Caroline Gennez en Bernard Dewulf. Ik zou liegen als ik beweerde een grote fan van hen te zijn, maar het stuk amuseerde me wel. Veel is er mij niet van bijgebleven, en me dunkt dat dit het oogmerk van het genre is, zoals de sfeeromlijsting erbij hoort.
Een dag later bracht de site voor literatuur De Contrabas echter het volgende:

Filosofisch naar de sterren kijken

Wat gebeurt er als je een politica (Caroline Gennez) en een schrijver (Bernard Dewulf) in een villa zet.
In Villa Hellebosch, niet Felderhof... Dan krijg je... dit:

"Caroline Gennez: 'Ik ga veel luisteren, dacht ik, want die man schrijft zo mooi. Als die zo mooi praat als hij schrijft, ga ik veel zwijgen.' Bernard Dewulf: 'En laat ik dan net niet zo'n prater zijn.' Caroline Gennez: 'Maar u schrijft écht zo mooi. Zoals de meeste mensen ken ik u van die stukjes in de krant vroeger, dat kleine rustpunt elke dag.' Bernard Dewulf: 'Wil je alsjeblieft niet "u", zeggen, doe maar "je",.'"

En: "We ruilen de huiskamer voor de terrastafel. De flessen wijn gaan mee. Het zomeravondgevoel slaat toe. Filosofisch naar de sterren kijken hoort daarbij. Bernard Dewulf heeft een jaar filosofie gestudeerd. Van Caroline Gennez is bekend dat ze wel graag eens een filosoof op haar nachtkastje heeft liggen. ('Toen ik veertien was, las ik ergens de titel Also sprach Zarathustra. Wat zei hij dan, wou ik weten, en wie heeft dat geschreven? Ik ben toen het halve land afgereisd om dat boek te vinden.') Maakt filosofie het leven mooier, vragen we."

AAAAHHHHH!
Geplaatst door Chrétien Breukers op 14-8-11 Permanente link

Reacties

Wat een ontzettend veel te lang verhaal.
Geplaatst door:
Paul Abels 14-8-11 om 16:16

Ik heb helemaal geen verstand van filosofie, maar kan mij gelukkig nog wel een paar indringende woorden van Zarathustra voor de geest halen: "ich lehre euch den übermenschen ..."en, als ik mij goed herinner, daarna: "der Mensch ist Etwas was überwunden werden soll.Zijn betoog heeft zoveel invloed gehad, dat het wel een verwijzing verdient.
Geplaatst door: Jacob van Schaijk
14-8-11 om 20:49

Opmerkelijke frasen:"Het zomeravondgevoel slaat toe. Filosofisch naar de sterren kijken hoort daarbij. Bernard Dewulf heeft een jaar filosofie gestudeerd. Van Caroline Gennez is bekend dat ze wel graag eens een filosoof op haar nachtkastje heeft liggen."De en zin is nog fraaier dan de andere (dat kan in een kasteelroman!).Vooral omtrent de omvang en het draagvermogen van Caroline's nachtkastje willen we liever niets weten.
Geplaatst door:
Adriaan Krabbendam 14-8-11 om 22:58

Nu hoop ik maar dat ik me vergis en dat het toevallig is dat hier vier mannen voornamelijk aan het veronderstellen zijn over de belangstelling voor filosofie van één vrouw. Dat er hier dus ware mediakritiek wordt bedreven. Ook wil ik, al was het als legitimatie van een rare onderneming als De Honingpot, geloven dat internet bijdraagt aan de verhoging van van alles en nog wat en dat het geen hangjongeren zijn die, met zelf ontwikkelde antineoliberale geplogenheden, hun vrije zondag opofferen voor inzichten ten faveure van de publieke ruimte. Laat staan dat ik van De Contrabas, geheel naar haar eigen geest, subsidie en verdiensten in twijfel wil trekken. Indien onverhoopt cultuur en beschaving ten onder gaan, dan zullen de namen van Chrétien Breukers, Paul Abels, Jacob van Schaijk en Adriaan Krabbendam in de Lage Landen zeker voortleven.
Wel zou ik benieuwd zijn naar de ratio van hun posting. Of is het juist de clou dat ik me zulke dingen niet behoor af te vragen?

vrijdag 12 augustus 2011

Hoor (de drummer speelt een break)

Martin Bosma’s wetsvoorstel om meer Nederlandstalige muziek op de radio blijkt al lang te zijn aangenomen, met steun van de Socialistiese Partij! Dit was me vanuit het verre België ontgaan, tot vanochtend, hier op de radio, zijn persoonlijke top vier door de zogeheten Holland Watcher werd overgeleverd:

4. ‘Voor de toekomst van het land moeten wij, open en welberedeneerd, aan onze kinderen de normen en waarden van onze ouders doorgeven die teruggaan tot aan de Gouden Eeuw en die onze natie wederom groot zullen maken.’ (De Breedbekkikkers)

3. ‘Anders dan de linkse elite wier taal altijd versluierd is omdat ze haar eigen belangen in de subsidies wil doordrukken, mag de stem van het volk gehoord worden. Wij hechten er daarom aan sans rancune ons hart te luchten.’ (De Raggende Manne)

2. ‘Vreemdelingen hebben hier niets te zoeken. Als ze, op uitnodiging van onze vrienden uit de Grachtengordel, zo nodig denken te kunnen profiteren van onze sociale voorzieningen, moeten ze niet zeuren wanneer ze soms worden blootgesteld aan onze beste satirische krachten, in de traditie van Theo wiens dood niet vergeefs mag zijn geweest’ (DHC)

1. ‘De enkele vreemdeling die zich aan de oorlogszuchtige ideologie van de islam heeft weten te onttrekken, mag hier blijven, op voorwaarde dat hij zich aanpast door een scrupuleuze studie van het westerse cultuurgoed in de traditie van Spinoza, die zijn lenzen zo scherp sleep dat onze blik de vulgaire praat van het falderappes zal blijven ontmaskeren’ (De MoraalMarokkaan)

Amen.

woensdag 10 augustus 2011

Levertraan

In de bundel Energie (1946) schreef Gerrit Achterberg een lollig gedicht, wel met de bekende paranoïde inslag:

Microben

De stad is overvol van uw microben.
Van alle zijden dringen op mij aan
woorden, die met u in betrekking staan:
sigarenmagazijn, abdijsiropen,

spekslagerij, Van Houten, levertraan.
Hoe zal eenmaal het raadsel zich ontknopen,
dat alle namen naar u uit doet gaan,
alsof gij in de dingen zijt gekropen.

Ik kan nog uren door de straten lopen:
de taal houdt u in ’t alphabet bijeen
tegen reclamezuil en uithangborden.

De doden spreken nimmermeer maar worden
artikelen, die wij in winkels kopen
voor ’n fluistering over de toonbank heen.

Vooral de vierde en vijfde regel, van elkaar gescheiden door een hulpeloze witregel, werken op mijn lachspieren. Willekeurige, na een halve eeuw allemaal wat verouderde, woorden die naar een centraal, cruciaal geacht punt zouden verwijzen. Misschien heeft het procedé Koot en Bie, toen ze nog Klisjeemannetjes waren, geïnspireerd in hun conference over seks, waar het orgasme zowel wordt vergeleken met een klaterende bergbeek en gevulde koeken als met Bulgaarse yoghurt.
Het perspectief is ook om te draaien. Dan staat de naam niet meer garant voor wat hij ooit lijkt te hebben betekend en heeft mogelijk geen dinges. Zou zo’n middelpuntvlietendheid door president Obama eergisteren, in zijn speech tegen de gereduceerde kredietwaardigheid van zijn land, zijn ervaren? Ik vond het zo verbijsterend dat hij geen geloof zei te hechten aan de intrekking van de triple A-status (die mij eerder aan bier doet denken) omdat Amerika Amerika is.
Natuurlijk zal daar een noodzakelijke portie retoriek in meespelen, mede gelet op zijn grote tegenspelers van de Teaparty, bij wie alleen al het noemen van hun land van herkomst erin gaat ‘als Gods woord in een dominee’. Toch meende ik bij de president werkelijk enige verwondering te proeven, dat de naam niet volstond. Daarachter begint immers de afgrond naar de realiteit. De recente rellen in Londen demonstreren hoe complex de verhoudingen tussen natie en burger geworden zijn en, vooral, hoe meer eendimensionaal ze alledaags worden gevoeld. Die nauwelijks te sturen, laat staan te beheersen perceptie geldt evengoed voor de meest actuele persbureaus en hun bedienaars. En op hun beurt gaan hun wederwaardigheden voorbij de grenzen van de natie.
Mogelijk willen voorbij de afgrond echter domweg eeuwige ongenoegens graag tot ontlading komen. Dan is elke aanleiding een joker en staat men als deskundige annex vakman alleen. Zo valt niets te repareren, dus worden alsnog motieven gezocht waarmee het slikken van een bittere pil tenminste zin heeft gehad.
Vrijwel zeker broeien er dan de vooronderstellingen en consequenties van ‘de multiculturele samenleving’, zodat niet altijd en overal meer ‘de politiek’ het heeft gedaan. Nu, in de zomervakantie van 2011 waarin zo ontzettend veel is gebeurd in afwezigheid van leiders, lijkt dat verwijt zowaar treffender dan gewoonlijk. Och, de tijd dat Funkadelic het nog kon hebben over One Nation Under a Groove!
Het geloof dat een naam of een staat een omlijnde gemeenschap draagt, heeft iets mythisch à la Achterberg gekregen. Of iets wat vanuit een zogenaamd oudere en wijzere blik kinderlijk en aandoenlijk heet. Het taalkundig genie kan inmiddels een beetje schrijven en schonk haar moeder en vader en vriendinnen gisteren elk voor zich een geweldig cadeau: een stukje karton waarop ze met viltstift K3 had geschreven. Dat iedere begunstigde vanaf nu haar wereld met zich mee kan nemen, zal onder het chapiter Spel & Illusie vallen.
Zelfs vastgeroeste historische waarheden blijken dikwijls net eventjes iets anders te liggen dan elke klare overlevering wil. Dit klinkt wel erg onpersoonlijk, wat nooit mijn bedoeling is maar nu heb ik daar ook bewijs voor. Sinds enige tijd ben ik namelijk bezig aan een werk over koffie, een kringetje mensen stuurt me tevens materiaal over dit onderwerp toe, ik drink bij wijze van participerende lichaamsempirie sedertdien ook wat meer van de drank per dag – en zo heeft zich in mij waarschijnlijk het idee kunnen nestelen dat de combinatie koffie en literatuur ‘op mijn naam’ staat.
Tot mij gewerd dat een voormalige collega aan de materie een nieuwe roman heeft gewijd die binnenkort verschijnt.
Na de eerste beduusdheid wilde ik meteen niet te kinderachtig zijn en het elke ander gunnen zo’n mooi onderwerp te behandelen. Mij overviel die wens nogal, vermoedelijk omdat ik er nooit goed tegen kan dat, vooral in comments op het internet maar evenzeer in wetenschap, bepaalde thema’s of auteurs een soort alleenrecht lijken te instigeren. Een vermelding van een artikel kan dan gepaard gaan met een nijdige memo door een klaarblijkelijk getroffene dat hij daar eerder over heeft geschreven. Wake up!
Vervolgens besefte ik pas echt evengoed in mijn eigen filter bubble te zitten. Sterker, het boek dat ik nog immer volop aan het maken ben stelt de vraag of koffie eigenaars heeft.
Ik begon de ontdekking van een derde in de relatie bijna leuk te vinden. Nou ja, niet liegen, Kregting, je probeert er ‘vrede mee te hebben’ of hoe heet dat tegenwoordig, ‘het een plek te geven’.
Wat mij een beetje blijft steken, is de aanprijzing ervan: ‘Sinds de Max Havelaar is er niet meer zo sterk over de koffie-branche [sic] geschreven.’ Ze staat op conto van een redacteur. Nog een vakgenoot! Maar waarom spreekt hij van ‘de’ Max Havelaar? Dat boek heb ik diverse keren gelezen, en elke keer ontdekte ik een ander. Een bepaald lidwoord vind ik sowieso vloeken met literatuur.
Wel omhels ik, zeker in de era van overproductie waar de economische crisis nu gelukkig een eind aan maakt, de opvatting dat een schrijver en lezer de lat zo hoog mogelijk moet leggen voor zijn producten. Het voorbeeld voor deze roman dunkt me uitstekend. Bij mijn boekje had ik eerlijk gezegd dezelfde in het hoofd. Dwaas natuurlijk, maar hier in huis vinden ze het allemaal best. Zolang althans ik Multatuli ‘niet navolg in zijn schulden’.
Maar zelfs dan zullen firma’s als Standard & Poor’s of Moody’s niet voor de deur staan. Ze doen dat überhaupt niet bij het deel van de mensheid dat sterft van de honger (per dag 24.000 aardbewoners, achtmaal zoveel dus dan ten gevolge van 9/11, dat dan ook veel korter duurde), noch bij hen die gaan zuchten onder klimaatveranderingen. Nu er dezer dagen toch een paar vallende sterren voorbijkomen, kan het een idee wezen een paar structurele wensen te doen. Niet voor een lezerspubliek, noch voor een electoraat, maar in naam van iedereen.

maandag 1 augustus 2011

Een tik van de koffiemolen?



Grappig hoe de reacties op het Noorse bloedblad gefaseerd gaan in Nederland. Eerst was er, expliciet politiek, verbolgenheid over de gelijkenis tussen de opvattingen van de moordenaar en die van Wilders (en meer rechtsextremismen in Europa). Of de schrille toon nu voortkwam uit frustratie over het kabinet, waaraan christendemocraten meedoen terwijl Wilders er de baas is, blijft ongewis. Meer omlijnd dunkt me de tweede, naar eigen indruk neutrale fase, waarin de moralistische toon ‘typisch Nederlands’ heette. Maar die reflex lijkt even typisch Nederlands; inclusief de oproep zijn kanis te houden is zelfhaat nooit ver. Blame game deel 2.
Ook het aanstippen van vermeende inconsequenties met reacties na de moord op Van Gogh onderstreepte schijnbaar een landsaard. Die critici hebben zelf een reuzenstap door het politieke spectrum gezet en ontplooien het fanatisme van de bekeerling. Raakt er iemand af van patronen? Degene die uit het geheel van reacties vooronderstellingen tracht los te wrikken en zich in de dat-heb-ik-ook-onder-de-leden-conclusie superieur én narcistisch betoont, levert evengoed een complementair deel van ‘de Hollander’. Waaraan tevens wordt bijgedragen door Wilders en zijn persbureau Twitter.
Hoe ook, het vooraf ‘gek’ of ‘krankzinnig’ verklaren van iemand lijkt infertiel en arrogant. Ten minste kan men de teksten bestuderen waar daders hun gruwelen mee uitleggen. Na Van Gogh heeft bijvoorbeeld Frank Vande Veire de redenaties van Mohammed B. ontleed en nu is er dat manifest A European Declaration of Independence. Hoewel de praktijktips, zoals het gebruik van koffiefilters en natuurlijk de koffiemolen (‘don’t get aburr-mill; they don’t work as well as blade-grinders’) voor de productie van bommen en gif wetenswaardig zijn, zou eerst mogen gecheckt wat eigen tekst is en wat copy en paste. En of binnen die verhoudingen bronnen met elkaar te rijmen zijn.
Ondertussen bewijst die parallel met de moord op Van Gogh dat de neiging lastig te bedwingen is grotere verbanden te zien. Ze zijn heikel, omdat ze een tragisch voorval ontdoen van zijn uniciteit. Zo werd zanger en veganist Morrissey er, ook na een precisering, niet populairder op toen hij de Noorse doden peanuts achtte vergeleken bij de ontelbare dieren die moeten sterven voor hamburger- en gebradenkippenketens.
Minstens zo interessant vind ik een betoog dat de gelijkenis met Noorwegen onwillekeurig opriep. Het betreft een lezing van socioloog Jean Ziegler, bedoeld als openingstoespraak voor de Salzburger Festspiele. Tegen de achtergrond van een voedseloverschot memoreert hij de gigantische kindersterfte aan honger op de wereld, waarbij de term ‘moord’ valt. Het gaat ineens om veel grotere getallen dan in Noorwegen. Helemaal verraste me de parallel niet, omdat ik net het fameuze boek De verworpenen der aarde had gelezen, van Frantz Fanon. Tot pogingen tot moord rekent deze naast honger verder uitzetting uit een woonruimte en sluiting van een fabriek.
Fanon schrijft over wat de derde wereld heette, vooral over Afrika waar hij als psychiater werkte toen het nog niet door China werd gedomineerd. Hoewel zijn boek een halve eeuw oud is, of misschien juist daarom, biedt het aardige ingangen tot onze actualiteit (meteen door het minstens zo fameuze voorwoord van Sartre, waaruit blijkt dat begin jaren zestig de wereldbevolking maar liefst driemaal minder koppen telde dan nu). Bijvoorbeeld door de beelden die van ‘de inlander’ rondgingen, die in weinig verschillen van de nuances waarmee Wilders de islam oproept. Mij heeft althans zelden de term ‘manicheïsme’ zo treffend toegeschenen.
Mogelijk kies ik nu de makkelijkste weg. Als ingezetene van de kunstwereld, met een belang bij het behoud van subsidies, zou het me eerder sieren echt te kijken naar wat Ramsey Nasr onlangs zoal ten faveure van cultuur heeft aangedragen. Kunst zou ons ‘[onder]scheiden van de apen’, zei hij bijvoorbeeld. Destijds vond ik die uitlating onaardig, inmiddels heeft Fanon me verduidelijkt hoe zo’n beeld uitpakt. Op vele manieren, demonstreert hij, gebruikten kolonisten woorden uit een dierlijk vocabulaire voor ‘de inlander’ – en toen deze, desnoods manicheïstisch of ‘ongenuanceerd’, in opstand kwam, bevestigde zich dat beeld. Selffulfilling prophecy?
Voor ik weer vastloop in mijn eigen wereldje lijkt het beter het betoog van Jean Ziegler nader te bezien. Hij ageert tegen neoliberalisme. Honger duurt voort omdat verlichtende ontwikkelingshulp terugloopt omdat er na de financiële crisis geld in banken gepompt moet, omdat speculanten, gesteund door hen, de prijs van landbouwgrondstoffen doen stijgen en arme landen een ondraaglijke schuldenlast torsen. En het zijn uiteindelijk niet eens naties, stelt Ziegler, die de touwtjes in handen hebben maar multinationals, privé-bedrijven dus, wier ‘winstmaximalisatie’ valt te zien als ‘het structurele geweld van het kapitaal’.
Des te relevanter dat Ziegler zijn betoog richtte tot CEO’s die op de Festspiele prachtplaatsen zullen bezetten. ‘De kunst heeft wapens die de analytische geest niet heeft: ze prikkelt de toehoorder, dringt door de dikste betonlaag van het egoïsme, de vervreemding en de afstand. Zij treft de mensen in hun innerlijk, beweegt hen tot onverwachte emoties. En plots breekt de verdedigingsmuur. De neoliberale winstwaan valt in stof en as. In het bewustzijn dringt de realiteit, ook de stervende kinderen, door. In Salzburg kunnen wonderen gebeuren: het ontwaken van de meesters van de wereld. De opstanding van het geweten.’
Die droom ging niet door. Zieglers toespraak werd geannuleerd omdat hij eind jaren tachtig contact zou hebben gehad met Khadafi. Maar Ziegler vermoedt dat de hoofdsponsors van het festival – Nestlé en Crédit Suisse – druk hebben uitgeoefend op de organisatie. Zijn intentie is er niet minder mooi om. Temeer daar hij zonder verpinken nog een inzicht vertolkt: ‘De stelling van de autonome kunst die losstaat van elke sociale werkelijkheid, beschermt de machtigen voor hun eigen emoties en de eventuele verandering van hun hart.’
Ondanks de moord die honger zijns inziens is, blijft Ziegler hoop houden. Vooral in actie uit de getroffen landen en ‘in de geduldige en nauwgezette opbouw van een radicale oppositie in de westerse landen’. Dan doelt hij niet fanonesk op geweld, dat slechts zou variëren op wat multinationals met hun kapitaal doen, maar op het gestructureerd overwinnen van de angst voor een materieel veroorzaakte dood. Het zal wel sentimenteel zijn, maar dat zou het einde van de Noorse jongeren minder zinloos maken.



Naschrift
Iemand uit wiens werk de Noor gretig citeert noemt A European Declaration of Independence een ‘
Google-manifest’ en herinnert eraan dat de naamgever van het marxisme, waartegen het manifest aantrapt, een notoir gedisciplineerd bibliotheekbezoeker was.

donderdag 28 juli 2011

Tiens


Terwijl de wereld, na een aarzelende start, ontzettend zijn best doet om de slachting in Noorwegen van sociaaldemocratische jongeren door een meneer die in een legitimerend manifest tekeergaat tegen cultuurrelativisme, multiculturaliteit en marxisme niet politiek te duiden, en al helemaal niet in termen van links en rechts, zodat individuen en ideologieën met verwante ideeën het debat kunnen framen, deed The Lost JFK Tapes: The Assassination, gisteren op de Belgische televisie, mij beseffen dat er een halve eeuw geleden andere liedjes gezongen werden. Deze documentaire, die de hele moord op Kennedy chronologisch met regelmatig onbekende (amateur)beelden navertelt, laat bijvoorbeeld een televisie-interview met een officier van justitie zien. Een dag na het voorval weet deze niet alleen zeker dat Lee Harvey Oswald de dader is die sowieso in zijn uppie handelde. Hij maakt ook zijn eis alvast publiek: de doodstraf – tot nu toe, zegt hij voldaan, heeft de rechter 23 van de 24 keer die suggestie van hem overgenomen.
Van begin af wordt Oswald door alles en iedereen ‘de communist’ genoemd.

maandag 25 juli 2011

Moody

Had Amy Winehouse een aanleiding voor haar finale levenscocktail? Bijvoorbeeld de ijselijke moordpartij te Noorwegen? Eén individu dat zichzelf kennelijk zo weet te overtuigen dat niemand er meer toe doet, anders dan als object van een gelijk – je zou voor minder aan de zuip gaan. Wel appelleerde die daad aan twee driften waar je niet chic over hoeft te doen: peilloze bewondering voor het stellen van een daad en dito angst om knettergek te worden.
Gestaag had de man de autonomie van zijn geluk zien tanen, dat pars pro toto scheen voor de gemeenschap. In Twee opvattingen van vrijheid suggereert Isaiah Berlin dat onaangelengd liberalisme, in de geest van John Stuart Mill en Benjamin Constant, aan wereldverzaking raakt, een anarchistische mentaliteit, aan een elitair snobisme ook misschien. Wel is dat type liberalisme, met de eis van een maximum aan niet-ingrijpen en minimale maatschappelijke eisen, weggelegd voor zeer weinigen. Ze wensen hun intellectuele en ambachtelijke potentie volledig te ontplooien. In de praktijk, zegt Berlin, is men bereid water bij de wijn te doen voor artikelen als veiligheid, status, welvaart, macht, deugd, eeuwig leven. Daarbij doet individuele vrijheid er minder toe. Volgens Berlin is men voor dat doel zelfs bereid zich aan strenge wetten te onderwerpen, zolang men het gevoel heeft betrokken te zijn bij een collectief dat alleen niet verstoord mag worden.
In hoeverre dat gevoel overeenkomt met de werkelijkheid of met een waan, zal wel de vraag zijn. Voor de beantwoording daarvan lijkt psychologisch doorzicht vereist. Mij zou het boeien om de tot nu toe bekende berichten over en teksten van de Noor te toetsen aan de topos van de studeerkamergeleerde. Deze werkt immers ook vanuit een isolement en ontwikkelt daarbij ideeën. Maar waar dan het besef groeit steeds meer te weten over steeds minder en er ruimte komt voor bescheidenheid, lijkt bij de Noor expansie opgetreden via de meest diverse bronnen. Schijnbaar bevestigden die steevast wat hij zocht, zodat hij waarlijk overal verstand van blijkt te hebben gehad.
Vooralsnog ziet het ernaar uit dat de Noor, die in de puberteit moet hebben kennisgemaakt met het zo ongrijpbare internet, zijn zekerheden allerhande van het web heeft geplukt. Indachtig de studeerkamergeleerde roept dat een recent onderscheid op, gemaakt door Allesandro Baricco. In zijn veelbesproken De barbaren zet hij de filoloog, die onder het juk van concentratie graaft naar betekenis en inzicht, af tegen een user, die surft tijdens een verstrooiende reis ervaringen. Met zo’n overzichtelijke voorstelling van de wereld weten zelfs werkwoorden wat zogenaamd diepzinnig, respectievelijk oppervlakkig is.
Meer treft mij een toon, mogelijk mediumgebonden, die ik in vele postings en comments ben gaan herkennen. Dat is de bravoure waarmee fenomenen en gebeurtenissen opgeladen worden met een bijna immer negatieve mening, niet zozeer beargumenteerd als wel in een logica van politiek incorrecte humeurigheid gekoesterd. Niet het delen van die mening maar het meedoen met die logica, inclusief waarden over het vele dat niet zou deugen, laat vervolgens gemeenschappen ontkiemen.
Op het meer dan 1500 pagina’s tellende manifest van de Noor, vlak voor zijn daad gepost, heb ik een test gedaan. Na berichten dat hij een tyfushekel had aan de Frankfurter Schule doorzocht ik het document op dat trefwoord. Het frappeerde terstond dat er niets minder dan walging werkzaam was, wat toch opmerkelijk is voor iets zo ouds dat ook nog eens stamt uit de filosofie. Verder ging die walging voortdurend een alliantie aan met politieke correctheid. De vanzelfsprekendheid zit dan in een complotteuze werking van die twee tegen alles wat ooit goed zou zijn geweest:

‘Political Correctness is not at all about “being nice,” unless one thinks gulags are nice places. Political Correctness is Marxism, with all that implies: loss of freedom of expression, thought control, inversion of the traditional social order, and, ultimately, a totalitarian state. If anything, the cultural Marxism created by the Frankfurt School is more horrifying than the old, economic Marxism that ruined Russia. At least the economic Marxists did not exalt sexual perversion and attempt to create a matriarchy, as the Frankfurt School and its descendants have done.’

Op de gok toetste ik vervolgens ‘Derrida’ in en, warempel, ook die bleek de lul, met hetzelfde brandmerk:

The contemporary Western European and American literary field is awash in “isms:” Marxism, Freudianism, feminism, and so on. Most of these are the academic cousins of what is called in the common culture “Political Correctness.” Literary theorists take their particular brand of criticism and apply it to literature in an effort to find self-affirmation in a “discovered” meaning of the text. (…) These “cultural critics,” so named because they critique literature based on the point of view of a particular culture, arose in the 1960s, but their schools of criticism only truly began to pick up steam with the arrival of the school of deconstruction in the 1970s. The works of the father of deconstruction, Jacques Derrida, began to be translated from the French by American professor Gayatri Spivak in the mid-1970s, a time when the U.S. literary scene was ripe for its influence. The economic Marxists were alive and well on Western European and American campuses, and the cultural critics were still being fed by the radicalism of the times. Feminists had gained a foothold in the earlier decade, but they had in their meagre arsenals only a vague feeling of repression. What they lacked was philosophical backing – the courage prompted by having their own logos. The arrival of deconstruction from France provided that philosophy. (…) Once they realised the power of this school of thought, the cultural critics embraced it readily, for here they discovered a method of attack on the traditional interpretations of literary works. They used deconstruction to remove traditional meaning and replaced it with new meaning. That meaning was the Political Correctness that infests [sic] our society today. (…) The intelligentsia had forgotten its literature in its haste to promote its politics. Unfortunately, that has not stopped the cultural critics from indoctrinating this new generation in feminist interpretation, Marxist philosophy and so-called “queer theory.” (…) The reliable saviour of the intelligentsia is the common man and his common sense. Common sense dictates that words do mean things, and as deconstruction posits otherwise it will be relegated to the margins of society. Sadly, its effects will linger on – it has given a sense of validity to cultural criticism and established a marketplace for its ideas.

Ik begon met me voor te stellen dat Amy Winehouse zulke systemen tot zich liet doordringen. Dat zal belachelijk zijn. Onlangs, in de door hun kwantiteit soms wat industrieel aandoende terugblikken, tien jaar nadien, werd een beetje meesmuilend gedaan over het feit dat Herman Brood vlak voor zijn zelfmoord een krant wilde lezen. ‘De economische pagina zal hij er niet op hebben nageslagen.’
Nou ja goed, stel dat Winehouse geen oog heeft gehad voor het Noorse drama, dan voel ik me ontslagen van de nergens voorgeschreven plicht de toch wel weer curieuze ontvangst ervan na te lopen. En me zelfs even tot de betreurde te bepalen. Wat een geweldige zangeres! Fijnzinnig spleetje tussen haar voortanden! Uitputtend is gezegd dat ze nu behoort tot de 27 Club met wellicht nog niet geheel ontbolsterde popmusici die op die leeftijd, door een te gretige belangstelling voor drank en drugs en dergelijke, overleden zijn. Maar louter bij haar en bij Jimi Hendrix en Janis Joplin ben ik werkelijk benieuwd en hoopvol over wat ze nog hadden kunnen maken, vanwege dezelfde toenadering tot jazz.
Des te leuker dunkt het me dat Winehouse op haar debuut Frank een versie gaf van ‘Moody’s Mood For Love’. Dat is een instrumentaaltje, niet van de firma die de kredietwaardigheid van landen in harde letters weet te taxeren maar van saxofonist James, waarbij achteraf tekst is geschreven. De waarschijnlijk bekendste vertolking is van George Benson, op zijn zalige sensilube-elpee Give Me The Night, die Winehouse moet hebben gekend. Destijds was van synthesizers vooral de pitchbender in zwang, een wieltje waarmee tijdens solo’s tonen werden bijgebogen als waren toetsenmannen bluesgitaristen. Precies dat wieltje lijkt mij Amy Winehouse’s grootste inspiratie – ik ken geen zangeres die zo virtuoos traploos weet te schakelen in een melodie. Evengoed in ‘Moody’s Mood For Love’, maar dan begeleid door een reggaeritme. De dialoogvorm van het nummer, waarvoor traditioneel de hulp van een derde ingeroepen wordt, neemt ze geheel voor haar rekening. Wat een gedecideerde vrolijkheid.

vrijdag 22 juli 2011

Signalement

Meer dan gemiddeld, zoals dat heet, was mijn belangstelling voor de verzamelbundel Beste buren. Daarin berichten ervaringsdeskundigen uit België over Nederland, en dito Nederlanders over België. De korte inleiding gaat zo van acquit: ‘We spreken dezelfde taal en we kopen kleding, boeken en shampoo in dezelfde winkelketens.’ Het eerste deel van de nevenschikking lijkt me onjuist. Inzake het tweede ervaar ik dat INNO en Bijenkorf, FNAC en Selexyz niet in beide landen zijn te bezoeken. Wel trachtte de Colruyt vergeefs de Bioplanet in Nederland te introduceren en opende Albert Heijn een filiaal in Brasschaat, met een aanbod voor de daar samengetroepte Hollanders en niet voor autochtonen. Het type lezer dat ik ben slaat dan in dezelfde inleiding het enige genoemde paginanummer erop na – dat niet blijkt te kloppen. Welk idee draagt de inleiding eigenlijk uit? Er worden ‘evoluties’ waargenomen: eerst zou Nederland gidsland zijn geweest, daarna zou België zijn geëmancipeerd. Dit is een notoir verhaal. De premisse is het failliet van de multiculturele samenleving. Alleen is dat geen feit, maar het door onze kennisvergaring sijpelen van een consensus vanaf het begin van de eenentwintigste eeuw. Inmiddels werd die consensus door Sarkozy, Cameron en Merkel geratificeerd en krijgt ze nu niet erg rechtvaardige alternatieven. Immigratie raakt halfslachtig, terwijl ze voor het behoud van de West-Europese levensstandaard onmisbaar is. Beneden de rivieren worden irreële taalvoorschriften bedacht die ondanks hun nationalistische intenties meer draagvlak krijgen. ‘Nederland en Vlaanderen zijn weer naar elkaar toe aan het groeien’, concludeert de bundel vooraf. Ook dit is veeleer een geloof, wellicht te verklaren uit de missie van de opdrachtgever van de bundel, en uit de context waarin deze opereert. Onlangs was er tussen de landen bonje over het inunderen van de Hedwigepolder, in verband met het uitdiepen van de Westerschelde dat gevolgen heeft voor de Antwerpse haven. Deze belangenstrijd geeft een meer waarheidsgetrouwe indruk van de verhoudingen, waarbij gedogen (een term die verankerd is aan het Nederlandse drugsbeleid?) het hoogst haalbare lijkt. Daarvoor geeft de bundel zelf overigens bewijs, doordat meermaals de rare onmogelijkheid wordt aangestipt om als laaglandse immigrant te stemmen waar je woont en belasting betaalt indien je de nationaliteit niet hebt. Overigens zit hier ook de Europese Unie ingewikkeld te wezen: het met lappen tekst gepaard gaande statuut van de ‘grensarbeider’ laat onverlet dat men zich in de buurlanden apart moet verzekeren (over pensioenen durf ik niet eens te spreken). Ook door ogenschijnlijk genuanceerder een kloof tussen de twee landen te signaleren, doemen er kansen voor griezelige gemene delers, die in de recente literatuurgeschiedenis enormiteiten opgeleverd hebben als ‘de Belgen zijn beter’. Ik heb me bij het doornemen van Beste buren menigmaal in de ogen gewreven dat een keur uit de artistieke wereld doodleuk voorbijgaat aan het basale onderscheid van taal. Omdat het vooraf werd uitgeschakeld? Op dat negeren is een spreekwoordelijke uitzondering, Joke van Leeuwen in misschien wel de meest adequate bijdrage aan het geheel – die twee jaar geleden reeds werd gepubliceerd. Het eveneens bestaande stuk van Charlotte Mutsaers maakte terzijde duidelijk dat een eigen stijl in deze verzameling vervreemdend werkt. In meer opzichten domineren de essenties. Ja, Willem van Zadelhoff rakelt het taalfacet op, maar schijnbaar om nominaties die hij wel en niet misliep op te voeren. Dit is extra treurig door de presentatie van de auteurs, niet op grond van wat ze hebben gedaan maar volgens het ingeburgerde hyperventilatieschema van welke prijzen ze gewonnen hebben. In dit geval dus een herhaling, die wellicht de grondslag van dit boek is. Ondanks het veelbelovende item van de ‘stedenbouwkundige principes’ op de achterflap van Beste buren schrijft op Benno Barnard na niemand over de verschillende ruimtelijke indelingen. Daaraan valt toch zoiets als de hoogte van de plafonds te relateren. Minstens een halve meter verschil zal geen weerslag hebben op karakters?! Absoluut in verband met de publieke ruimte staat het fietsbeleid, dat opnieuw alleen Joke van Leeuwen aanraakt. Het dreigt nochtans een hoogtepunt te krijgen doordat in België nieuwe wetten en verkeersborden gaan komen waarna het gepermitteerd is om voor een rood stoplicht rechtsaf te slaan. Wel lezen we tig keer het cliché van de Nederlandse pindakaas in de kofferbak, van de auto dus, naar Frankrijk Vakantieland, maar over specifieke etensbereidingen geen woord. Noch over de wijze waarop de bakker zijn brood verpakt. Sinds ik in België woon choqueert het me pas echt dat er aan gene zijde plastic zakken aan te pas komen die worden afgesloten met een plakkertje uit een soort niettang, dat slechts valt open te krijgen door verruïnering van de zak en dus de versheid principieel aantast. Dit is naar ik vrees het ‘narcisme van de kleine verschillen’ waar de bundel zich tegen afzet. Mis ik dus de gave van het kosmopolitisme? Ooit vermeldde dit blog mijn ontdekking, aan de andere kant van de wereld, ‘een Europeaan’ te zijn. Later zat ik heel wat dichterbij, op een terras in Zundert, toen een club van bejaarden binnen pedaleerde voor de classic koffie met warme appeltaart. Na het eerste woord door hen stelde ik vast: uit deze streek ben ik afkomstig. Wat Marc Reugebrink in de bundel ‘geboortelijkheid’ noemt. In Breda zelf waan ik me na al die jaren een toerist, tot er dialect opklinkt (dat ik helaas niet kan spreken). Doordat ze niet in mijn paspoort staan, zijn mijn kinderen nog even exclusief Belgisch. Het zal mij benieuwen welke van de twee nationaliteiten ze op hun achttiende zullen kiezen. Nu ja, mochten ze Hollander willen worden, dan zou me dat verbazen. Of niet: het zou een statement zijn. Tot slot nog even erkennen dat Beste buren me onbedaarlijk aan het lachen heeft gebracht met de afbreking ‘Fah-rrad’. En het is niet de maniakale landsmoralist maar de schoolmeester in mij die er voorts op wijst dat dit boek typografisch een cappuccino met cacao is. Kennelijk is het verschil tussen insprong en tab irrelevant, en kun je in een betoog net zo makkelijk witregels invoegen als verwijderen. Naschrift Dvd's van Nijntje laten de taalkeuze uit 'Nederlands' of 'Vlaams'.

zondag 17 juli 2011

Uit de nachtwakersstaat (test)


Dit is een onsamenhangend gezicht 
Dit is een samenhangend gezicht 
Dit is geen gezicht

maandag 4 juli 2011

Middelmatigheidsmilities

Het neologisme van Jeroen Mettes had ik verdrongen, maar in een recente recensie werd het, zonder tussen-s, opgeduikeld en ‘treffend’ genoemd, waarna prompt de getroffene terugmepte. Ineens dacht ik te begrijpen waarom de protesten tegen de bezuinigingen op cultuur een sof waren. ‘Middelmatigheidsmilities’ voelt hetzelfde aan als steun zoeken voor ‘de beschaving’: de al dan niet geschapen ander is onder de al dan niet ironische zelfverheffing geschoffeld. Een affiche bij die manifestatie dat hint naar een beruchte oneliner, staat hierboven. En de vele reacties op de toespraak van Ramsey Nasr leken niet zozeer door de behandeling van het object losgemaakt, als wel door de etalering van het subject. Wie het vanzelfsprekend vindt respect te krijgen voor zijn artistieke praktijk noemt degene door wie hij zich bedreigd weet geen ‘onderknuppel’. Het is wellicht gek dat ik dat suggereer. Volgens de wetten van het literaire bedrijf en de organisatiepsychologie hangt aan mij het merk ‘meedogenloze polemist’. Maar polemiek vereist een vlijmscherp mes voor één moment, geen laveloos geslinger met een goedendag. Mijn idee ontspruit dus niet uit een of ander fatsoen. Simpel moet afgewend dat artiesten vooroordelen over zichzelf bevestigen, die neerkomen op grootheidswaan. Het zou niet voor het eerst zijn dat een corrigerend bedoeld standpunt over kunst en politiek ontaardt in potten die ketels verwijten. Der kunstenaars superioriteit is bovendien op geen empirie gestoeld, en zou beter kunnen worden vervangen door het, naar ik vrees oprechte, besef dat ‘het volk’ hem niet nodig heeft, laat staan interessant vindt. Waaruit bestaan die vooroordelen verder? De kunstwereld zou er eentje zijn waar ons ons kent. In mijn branche is dat niet waar, maar ook niet helemaal niet waar. De lijnen kunnen soms wel erg kort zijn en om buitentekstuele redenen krijgen boeken geen gelijke kansen. En aangezien hun makers ongevraagd bloot staan aan interessanterige ‘feiten’ van derden, is het misschien beter te stellen dat ons ergens ons kent. Economisch regeert de redelijkheid evenmin. Menig onrendabele auteur weigert een bijbaantje en een substantieel aantal boeken blijft buiten de verkoop omdat juist genoemde derden er gratis aanspraak op maken. Men zou de gelaakte ander ook kunnen gebruiken om de hand in eigen boezem te steken en wat realiteit toe te laten. De dreigende decimering van literaire tijdschriften, die mij zeer aan hart zou gaan, ook omdat juist democratisch het getal geen absoluut criterium kan zijn, hoeft dan niet te worden omgeven door mythomane reflexen. Net als in de grotemensenwereld wordt de expertise er vooral geoutsourced aan een netwerk, en de core business van de tekstredactie is niet uitputtend. Het klopt dat er dingen in verschijnen die niet meer in boekvorm worden uitgebracht, maar wiens verdienste is dat? Wel valt het te snappen dat de overheidstoorn zich precies op deze institutie richt; ze is de laatste waar nog enigszins een gemeenschapsgevoel heerst, een gatekeeperschap optreedt en dus niet iedereen (‘elke halve zool’, tikte ik bijna) schrijver is. Comfortabel is belangeloosheid, het geloof dat je je ‘zuiver’ om de tekst kunt bekreunen en deze daarmee recht doet want ‘met dat gedoe eromheen houd ik mij niet bezig’ et cetera. Dit is de realiteit niet meer! Ik herinner me, in 1998, Literatuur en moderniteit door Ruiter en Smulders besproken te hebben, en daarbij vinnig te zijn: waar bleef die literatuur nou en waarom al de schetsen van het mettertijd cynischer wordende gedoe daaromheen? Zover was ik toen dus niet, te erkennen dat het zover was. Maar het in het licht van de actualiteit meest symptomatische dat Ruiter en Smulders beschreven was toen al oud. Het betreft de bondige reactie van Henk Spaan op een vernietigende esthetische kritiek van Jeroen Brouwers: ‘Gesubsidieerde fluim.’ Is er veel veranderd? Ik denk het niet. Hooguit is het tenentrekkend getuige te moeten zijn van de afwikkeling van het verhaal. Geldt dat trouwens evengoed voor het door advocaten gesloopte DSK-kamermeisje in New York, inzake het subsidiewezen leek het een dieptepunt dat de voorzitster van de Raad van Cultuur aftrad. Natuurlijk bedankt de staatssecretaris haar dan uit de grond van zijn hart voor bewezen diensten en respecteert hij haar keuze – heette dat ooit niet repressieve tolerantie? De stap terug past in zijn ideale scenario. Het was getorpedeerd indien dat terugtreden op een principiëler moment was gekomen. Nu heeft het iets van een verongelijkt kind dat haar zin niet krijgt. Was de wens de vader van de gedachte, of is er reële hoop gekoesterd, door old boys van VVD of CDA, iets aan de plannen van het kabinet te kunnen veranderen? Waarschijnlijk ligt het aan de verstrengeling van cultuur en media dat de protesten tegen het voorgenomen beleid onevenredig veel aandacht hebben gekregen. Minder vertekend kun je zeggen dat de politiek uitvoert waarvoor is gekozen. Voor de sloop in de cultuursector, die met meerderheid van stemmen is aangenomen, had geen enkele partij naast een obligaat protest enig alternatief. Door de angst voor ‘ideologisch’ te worden versleten ontbreekt het aan een verschiet. In Mettes’ neologisme pretendeerde het achtervoegsel ‘militie’ het tegenovergestelde, door letterlijk een avant-garde te willen zijn. En voor zover de hand niet in eigen boezem gaat, zou boven oncreatieve zelfingenomenheid beheersing te prefereren zijn. Door tegenstrijdigheden aan te wijzen in de nieuwe subsidiepolitiek, originelen te schetsen van ‘populistische’ voorkeuren (liefst zonder de ander onwetend te noemen), oorzaken van de weerzin op te sporen… Jezus, ik kan een praktijk beginnen als pater! Of dat een trend kan worden is mij duister, maar zeker is dat de protesten tegen het kunstbeleid averechts uitpakten. Wel kwam Jezus het graf uit, terwijl men het nu voor zichzelf gegraven heeft. Overigens snap en ervaar ik wel degelijk dat er kwaliteitsverschillen zijn. Innemend aan Mettes vond ik dat hij, ook wanneer hij niet getergd werd door mensen die hij met zijn neologisme stigmatiseerde, bij al zijn inzichten ook de plank mis kon slaan, maar daar gaande de commentaren verantwoordelijkheid voor opnam, eveneens bij de middelmatigheidsmilitiesposting.

donderdag 30 juni 2011

Salut


Was het vorig jaar Dante, dit jaar moest ons taalkundig genie afscheid nemen van Zidane. Hij gaat met zijn ouders terug naar China. Een zoen van de juf en hupsakee, de werkelijk hechte gemeenschap ontbindt. Het bleef een aandoenlijke chaos die, niet alleen door het aftellen van 10 naar 1, iets plechtigs had. Tot aan een gedicht in het schoolkrantje, waarvan de slotstrofe in opgroeiend België business as usual schijnt maar de notoire tolerantie van de Hollander in mij beproefde:

Vakantie is in een zetel in slaap vallen
en dromen dat je in de zevende hemel bent
en even aan God denken,
die ons dit alles zomaar gegeven heeft.

Misschien had de chaos ook iets paniekerigs, bij ouders die gewoonlijk met pruttelende motor op het vroegst mogelijk tijdstip hun kinderen nog net niet letterlijk de school binnengooien. Tot 1 september onmogelijk! Een eeuwigheid van twee maanden! Wat te doen? En hoe moet dat vroeger zijn gegaan?
Wanneer ik nu een grootouder was, zou ik meteen een zaak beginnen in kinderopvang. Of doen babyboomers dat al? Het is ook een raar idee dat de bevolking plots aan het toenemen is geslagen. Extra werk voor die opa’s en oma’s, al blijken nogal wat van die aanwassende gezinnen werkloos. Sowieso gaat deze demografische trendbreuk wat geven voor het milieu (onlangs voor het eerst beleefd dat een ongevraagde telefonische enquête rond etenstijd abrupt door de aanstichter beëindigd werd, toen het betreffende bedrijf, van pampers, vernam dat we wasbare luiers gebruiken).
Redelijkerwijs pakken zulke maatschappelijke ontwikkelingen voordelig uit voor de branche waarin ik mijn brood verdien. Maar ja, poëzie mag het ideale genre zijn voor mensen die hun spaarzame tijd graag efficiënt besteden, tot nader order regeert onredelijkheid. En dus dikke romans, van niet minder gezwollen handelsfirma’s, met vervlochten plots waarvoor de stamboomkennis enorm moet wezen.
Wel dacht ik afgelopen week een zeldzame proeve van tijdsempathie te hebben beleefd. Ik bleek echter niet de enige die een mail ontving van de ‘Directeur Consumentenmarkt’ der spoorwegen, die helemaal vanuit het Hoge Noorden waarschuwde voor ‘onstuimig weer’. Aangezien er expliciet bij vermeld werd dat reageren op de mail niet mogelijk was, bedank ik de meneer dan maar langs deze weg. Niet omdat het inderdaad zo’n weer werd dat een code oranje vigeerde, maar omdat het contrast weer schril was met Belgische spoorprestaties dienaangaande. Langzamerhand valt de zuurgraad van reacties op het zoveelste fiasco na de privatisering niet meer te harden en lijkt het beter te versterven. Maar wie ben ik?
In elk geval iemand die met het spreekwoordelijke geluk van de domme aan de voorspelde ramp ontkwam. Niet dat dit nu zo interessant is, integendeel, maar de bewuste dag ben ik het weer vooral dankbaar geweest. Nieuwe dimensies van voorbij de vierde wand hebben zich getoond. In de broeierigheid klonk er in de huiskamer namelijk een griezelig en mateloos irritant alarm dat we uiteindelijk wisten te detecteren. Het kwam uit de boekenkast waarin het taalkundig genie haar voorraadje heeft staan. Door de extreme temperatuur moet ‘het geluidsknopje’ in haar exemplaar van Rudy de Raket, gedrukt en geproduceerd in China, dermate zijn uitgezet dat het boek afging.
Wie durft dan nog te stellen dat de linkse kerk (een moskee?) ongevaarlijke hobby’s heeft waar ze beter zelf voor opdraait?

maandag 27 juni 2011

Als uw machtige arm het wil

Gaat de zaak-Barbara van Dyck mij nog loslaten? Beweging is er voortdurend. Inmiddels heeft de rector van de KULeuven ook een interview gegeven. Kan hij anders, moet zijn pr-afdeling hebben verzucht. De publieke opinie was drastisch gekeerd, en nabij kwam een aperte demonstratie van zijn personeel, met een mars door de stad die dan wel geen rekenschap als ‘de beschaving’ uitventte, maar zich hulde in de onsmakelijke titel Geen Berufsverbot voor Barbara. Het zal wel zijn redenen hebben. Zelfs wie het oneens is met de argumenten van de activiste, kan geen akkoord hechten aan haar ontslag. Barbara Van Dyck is geen Osama bin Laden of Nicolae Ceauşescu, die zonder vorm van proces omgelegd konden worden.
Juist op dat punt vergrootte de rector de wanorde door te stellen dat hij niet anders kon, buiten directbetrokkenen als Van Dycks eigen baas – ‘de arbeidswetgeving. Als het gaat om ontslag om dringende reden dan moet je dat binnen de drie dagen doen’. De demonstratie was immers op zondag 29 mei, en het ontslag op vrijdag 3 juni. In een variant op de excuuscultuur bleek ook een eventuele U-bocht bij hem en Van Dyck de normaalste zaak van de wereld: ‘Kijk, wij zijn tot nader order een katholieke universiteit. Deugden als berouw en vergevingsgezindheid betekenen iets voor ons. Dus ja, als zij zich alsnog zou distantiëren van de actie, dan kan daarover gepraat worden.’
Mogelijk waren dit eerste schermutselingen om op elegante wijze wat gezichten te redden. Openingen in een hoger diplomatiek verkeer dus. Zo is het alvast door de organisatoren van Geen Berufsverbot voor Barbara opgevat, die gisterenavond, een dag na het interview, besloten hebben de protestmars uit te stellen.
Dat de rector Barbara Van Dyck ondertussen niet op haar woord geloofde geen plantjes op het proefveld in Wetteren uit de grond te hebben getrokken en in het vuur van zijn gedragslegitimerende redenaties op zijn beurt een parallel trok met boekverbrandingen, versterkt naar mijn gevoel zijn imago niet. Maar hij is en blijft natuurlijk de baas, en nog even los van de mars is de vraag dan: valt er iets te doen tegen grove onrechtvaardigheid?
Eerst citeer ik het gedicht ‘Vogel’ van de Japanner Hiroshi Kawasaki:

Zeg, vogel!
Raak je soms in de war
omdat je veren hebt?
Nee toch zeker.
Ik denk dat je juist daarom
veren hebt. [vert. Noriko de Vroomen]

Slechts een witregel hoeft in ons gedachteleven te worden ingevoegd voor een op maat gesneden dramatische wending.
Er bestaat van tekenaar Albert Hahn een prent met de tekst: ‘Gansch het raderwerk staat stil, als uw machtige arm het wil…’ Dan schrijven we echter 1903, in de krant Het Volk, terwijl inmiddels het socialisme is afgeschreven en, in tijden van globalisering, ‘macht vanuit de basis’ natuurlijk helemaal. Toch heeft het er, voor een simpele ziel als ik, de schijn van dat juist in de zaak-Van Dyck collega’s de wending kunnen geven. De mars door Leuven, waarmee ze vermoedelijk netjes hebben gewacht tot na de examens, was maar een indicatie voor het feit dat ze de touwtjes in handen hebben en nu, met berouw als pasmunt, een traject van geven-en-nemen lijken in te slaan. Want wat kan een rector nog uitrichten als zeer vele academische personeelsleden zouden beslissen geen les meer te geven, geen studenten te begeleiden et cet? Dat zou chantage zijn, ja, waartegen het enige represaillemiddel van hogerhand, collectief ontslag, de organisatie naar de afgrond zou drijven.
Dit besef geeft zowaar enige sjeu aan het wel erg regulier geworden fenomeen internetpetitie, waarbij men zich met een simpele muisklik solidair kan tonen zonder effect in de wereld der grotebozemenschen. En daarmee verwekt dit fenomeen, nogmaals: voor een simpele ziel als ik en zonder iets af te willen doen aan de potentie van het medium, iets vrijblijvends bij de bedenkers en iets ijdels bij degenen die, per definitie zichtbaar, hun naam aan de zoveelste nobele actie verbinden. In dit specifieke geval dreigt de appreciatie echter omgekeerd uit te pakken: eens eventjes kijken wie er allemaal niet meedoen – fijne conculega’s zijn dat!
Is de zaak-Van Dyck uitzonderlijk doordat aan actie gekoppelde reacties verandering kunnen bewerkstelligen in plaats van rituele bewegingen (à la inspraak)? Speurend naar iets wat een even grote absurditeit in zich draagt en tot dito verontwaardiging leidt, kwam ik, na een korte weifeling, weer uit bij de afschaffing van de internationale trein Amsterdam-Brussel, waarvoor ik de internetpetitie trouwens getekend heb. Stel nu dat reizigers op dat traject gewoon de vervangende Fyra niet zouden nemen, dan bestendigt dat slechts de huidige situatie die al niet rationeel meer is: deze trein zit van stonde af heel erg leeg te wezen. Maar omdat de overheid in haar neoliberale wijsheid de faciliteiten betaald heeft en het beheer uit handen gegeven, kan men er slechts daaddodende pasta proeven.
Weigeren op z’n Albert Hahns is dan zinloos – tenzij de Nederlandse en Belgische regering de krachten zouden bundelen. Maar de tweede bestaat al een jaar niet meer en de eerste, euh.
De wereld kleurt nooit sepia. En in hoeverre het doel de middelen heiligt, daarover hebben zeer schrandere geesten al eeuwen geleden hun inzichten gedeeld. Ook wil ik niet de indruk wekken vóór elke verandering te zijn, al was het om het amper nog impliciete moralisme. Het meest geduchte van de laatste weken staat bij mijn weten op naam van de spellingscontroleur van Microsoft Word die in een Engels tekstbestand ‘clean’ aangericht had waar werkelijk iets anders stond (‘celan’).

dinsdag 21 juni 2011

Plantrekking (tentatief)

Volgens poëzie
Les Murray: ‘Under the overcoming / undiminishing sky you are scarcely supervised:/ you can let out language / to exercise, to romp in the grass beyond Greek.’
Eugène Savitzkaya: ‘Eerst waren wij roodhuidig en roodharig, maar doordat de nachten zich aan elkaar bleven rijgen, doordat we telkens bang werden en draaierig, verbleekten we ietwat.’ (vert. Rokus Hofstede)

Na verwerping
Moet ik geen verband onderzoeken met het clinamen?
Ik keer beter terug naar mijn vorige twee postings over het ontslag van Barbara van Dyck. En dan niet alleen omdat de KULeuven haar beginletter niet kent, of beter gezegd: niet meer, maar ook omdat het personeel van deze universiteit de praxis van die letter blijkt te moeten aangeven – zolang dat zonder resultaat blijft, is het beschamend dat men voor zo’n instelling werkt onder de noemer ‘zelfstandig academisch personeel’.

In herinnering
De zoveelste mop over Sam en Moos. Ze krijgen in een restaurant een schaal met een groot en een klein stuk vlees, waaruit Sam onmiddellijk het grootste pikt. Moos zegt dat dit onbeleefd is, waarna Sam vraagt welk stuk Moos dan zou hebben gekozen. ‘De kleinste’. ‘Nou, dan klopt het toch?’
Bij touwtrekken was er altijd iemand die opzichtig zijn best deed te doen alsof hij meetrok.

Door uitspraken
‘Een plastic zak kun je ook declareren.’
‘Ik vind het jammer dat ik niet mee kan helpen opruimen.’

Bij een donkerbruin vermoeden
Wat zijn jazzimprovisaties anders?
Nee hoor, zegt de caissière van de immense supermarkt een dag later tegen haar teamleidster, ik herinner me heel goed dat meneer vroeg om een beltegoed van Telfort, en zeker niet van T-Mobile, en trouwens, ik heb hem nog gevraagd van tien of van twintig euro en toen zei hij twintig. Yeah right.

Sub specie aeternitate
Wanneer je onder een boom schuilt voor de stortregen en getroffen wordt door de bliksem, is dat dan de schuld van de boom?

Met terugwerkende kracht
Vijftien jaar geleden schreef Saskia Sassen al dat we voor de internationalisering van de arbeid de taal van de immigratie gebruiken, zodat het een ondergewaardeerd proces wordt. ‘Wat beschreven wordt, is de inreis van mensen die uit doorgaans armere, onderontwikkelde landen, op zoek naar een beter leven dat het gastland te bieden heeft. Dit is een impliciete overwaardering van het ontvangende land.’

Via sofismen
Dat men iemand die je slaat de andere wang zou moeten toekeren, wordt louter beweerd door degene die de klap heeft uitgedeeld, zegt het vrouwelijke hoofdpersonage in La sconosciuta.
‘De heersende klassen hebben altijd geprobeerde lageren ervan te overtuigen dat uitbuiting en materiële armoede hun eigen schuld waren, terwijl ze zichzelf wijsmaakten dat hun eigen materiële belangen samenvielen met die van de gehele mensheid.’ (Christopher Lasch)

(Worden we een soort private bankers die met zelfverklaarde hogere doelen Griekenland gaan ondersteunen? Waar zijn we?)

Naschrift
Inmiddels blijkt een deel van de ZAP’ers op de KULeuven hun eerste letter alsnog serieus te nemen – en worden voor Barbara van Dyck woorden vervangen door daden! Mainstream media zouden hierbij kunnen likkebaarden, dus nu nog snappen waarom ook deze doorbraak weer louter op DeWereldMorgen te vinden is. Belieft een gespecialiseerd blog daar geen opening van zaken over te geven?

Naschrift 2
De academische betoging tegen het ontslag van een collega is alsnog aangekondigd met een Belgabericht in enige kranten. Moet het meer zijn? Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.

zondag 12 juni 2011

De kinderen van het korenland

Door de zaak-Barbara Van Dyck is het begrip ‘solidariteit’ met werkelijkheid geïnjecteerd. De naschriften bij mijn vorige posting lieten zien dat de reacties op haar ontslag door de KULeuven traag en op een bepaalde manier unisono waren. Spaarzaam protest oogde ritueel. Daardoor had de universiteit de wind in de rug, temeer daar ze de publieke opinie mee had. De verontwaardiging over de vernielingen op het proefveld in Wetteren was groot. Pas met de dagen raakte de kwestie omgeven door nuances en ontstonden er twee werelden.
Met name de site DeWereldMorgen publiceerde de ene posting na de andere die de politieke dimensie van het ontslag reveleerde en het belang onderstreepte dat Van Dyck had verdedigd in mondiaal perspectief. Mediaal trad er schizofrenie in, omdat officiële kranten zich hulden in stilte. Normaliter had dat het beeld bekrachtigd van DeWereldMorgen als stamtafel voor oudlinkse clichés of dito diagnoses, maar het zwijgen kreeg iets vreemds en inconsequents.
Hoe ze ook met haar eerste letter worstelt inzake de corporate identity, we hebben het hier over een katholieke universiteit, waartegen onmiskenbaar een antiklerikale traditie bestaat. Juist omdat mainstream media in de fakezaken rond de toenmalige kardinaal Danneels bij het overlijden van Claus (vermeende kritiek op diens euthanasie, het zogenaamd censureren van Erwin Mortier die tegen Danneels in het geweer was getreden) bakken artikelen en meningen hadden gedebiteerd, was te verwachten dat bij de zaak-Barbara Van Dyck het bulderende kanon van de seculiere deconfiture op het katholicisme, ditmaal in de gedaante van een universiteit, zou worden gericht. Dit gebeurde niet. Er waren ook twee verschillen: de zaak-Van Dyck ging ergens over en het beschadigde object was niet te horen op radio en televisie.
De toestanden rond Claus en Mortier serveerden neoliberale items: sensatie, grote naam, selectieve verontwaardiging. Morality sells, zeker indien er met begrippen als ‘censuur’ kan gezwaaid. Maar bij Van Dyck, die door de universiteit beticht was van het schenden van de vrije meningsuiting, stond de strijd in het teken van antineoliberalisme, tegen ggo’s. Haar boodschap is in die zin marginaal dat ze niet past in de huidige media, want hen ondermijnt. Biodiversiteit echoot pluriformiteit, Monsanto als equivalent van News Corporation.
Zo viel het, volgens mij althans, te begrijpen waarom de kwaliteitskranten de schitterendste stukken elders zagen verschijnen. Ook Lieven De Cauter, wiens scherpzinnigheden bij elk zichzelf respecterend medium thuishoren, publiceerde vrolijk door op DeWereldMorgen. De mainstream moest terug naar een internationaal of kosmopolitisch helicopterperspectief. Maar het tij was niet langer te keren. De onhoudbare argumenten bij van Van Dycks ontslag, dat steeds meer trekken kreeg van een executie zonder proces, verlokte alsnog solidariteit. Met activisten!
Meer dan een week na dato namen de kwaliteitskranten de draad op, met het resultaat van een petitie en griezelige consequenties van het ontslag. Een centrale nieuwssite relativeerde de primaire ophef en Barbara van Dyck gaf eindelijk een interview.
Tussen de sympatisanten heb ik niet degenen ontwaard die onder de vlag van solidariteit uitgerekend dezelfde dag de publieke opinie wisten te annexeren: de G1000 voor een verenigd België. Ze gaven aan de activisten eigenlijk les in effectieve marketing: interviewtje met foto (zonder rastahaar of piercing) en aankondiging van website, herkenbare naam van het project en in de twee meest belangrijk geachte kranten een samenvattend opiniestuk.
Waar de activisten hun punt trachtten te maken met een waaier aan feiten en details en daarbij de oprechte verontwaardiging niet steeds voor zich wisten te houden, was het statement van de G1000 tot in de puntsgewijze vorm overzichtelijk. Mij frappeerde daarnaast het pastoraal-consulentesk taalgebruik (‘de crisis is een kans’) en aandoenlijk gretige beelden die je beter niet van te dichtbij bekijkt (‘Politici doen denken aan een zogenaamde rattenkoning, een nest jonge ratten waarvan de staarten zodanig met elkaar verstrengeld raakten dat elke poging om zich los te rukken de knoop verder aanspant. De rattenkoning is geen lang leven beschoren: de diertjes, die hun handelen niet kunnen coördineren (elk sleurt in zijn eigen richting), sterven van honger en ontbering. De representatieve democratie, dat frisse stelsel van weleer, is een zuurstofarme omgeving geworden. Geen wonder dat het land in ademnood verkeert’).
Maar mensen die iets constructiefs willen doen, verdienen het voordeel van de twijfel.
Zelf heb ik deze week weer eens ondervonden hoe bescheiden literatoren mogen zijn. Door de posting over Barbara van Dyck en de naschriften ontving dit weblog veel meer bezoekers dan meestal, als het over mijn stiel van literatuur gaat. Terecht en grappig, van de maatschappij weet ik niet meer dan elk ander. Ieder dan zijn eigen hobby’s?
De laatste tijd heb ik me kunnen bezighouden met de poëzie van Gertrude Starink. Aan het begin van deze eeuw had ik er, om een artikel te kunnen maken, twee maanden in gelezen en jaren later, bij de herschrijving voor een boek, nog eens een maand. Ik had exclusief in de tekst vertoefd, terwijl nu biografische informatie opdoemde waarvan de editorische zijde het meest boeide. Tevens bleek dat Starink, onder haar eigen naam Ruth Smulders, eind jaren zestig met een paar gedichten gepubliceerd had in Dietsche Warande & Belfort. Redacteur Jos de Haes was onder de indruk gekomen van haar inzending voor een tienerpoëziewedstrijd, waar ze de derde prijs had gehaald. Ik snap dat wel. Mij fascineerde met name deze:

DE SLOOT

Ze stonden aan de overkant
De kinderen van het korenland
Hun haren steil hun oksels nat
En zwegen in hun trotse stand
Tegen die riepen hand in hand
De kinderen uit de stad

Nog een enigszins Hollands tafereel, maar toen al die klankvervlechting en acht lettergrepen! En bovenal: toen al het motief van het koren (dat het begingedicht van De weg naar Egypte domineert) voor een overzijde, een arcadia, betere wereld, de volledige representatie, et cet. Toen al datgene waardoor het gescheiden wordt: het water dat je kan weerhouden de realiteit in te duiken, maar waartegen ideeën mogen aangebracht die door bestaande polarisaties zelf polariserend zijn.

vrijdag 3 juni 2011

Et alors?


Omdat ze geen afstand wou nemen van haar aanwezigheid bij de vernieling van de veldproef met ggo-aardappelen in Wetteren, is Barbara Van Dyck door de KULeuven op staande voet ontslagen. Nou ja, op staande voet. De universiteit kwam pas in het geweer tegen haar onderzoeker van het Departement Architectuur, Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening, nadat ze op de televisie herkend was als woordvoerder van het Field Liberation Movement. Twee andere universiteitsmedewerkers die, na aldus te zijn gedetecteerd, in een gesprek de beweging lieten vallen, mochten wel in dienst blijven.
Vijf dagen heeft dit hele toneel geduurd, en voor Hemelvaart zag het ernaar uit dat alles met een sisser zou aflopen. Vandaag gebruikt de universiteit grote woorden als ‘deontologie’. Het lijkt dan raadzaam elke letter te wegen. En bij haar principiële veroordeling niet te reppen van ‘geweld’, dat in de echte wereld buiten de juridische betekenis mensen als object heeft, maar van ‘vandalisme’.
Wel betoont de KULeuven zich in die schijnbare onzorgvuldigheid consequent. Gaande deze week had de rector zich al met vier collegae van andere Belgische universiteiten verenigd in een open brief, die de actie van de hand wees als ‘een aanval op de wetenschap’. Door het blok van vijf universiteiten had het ook iets intimiderends. Poshy eigenlijk.
En opnieuw was het woordgebruik inexact. Men sprak niet van ‘vernieling’ maar van – het in historische zin beladen –‘vernietiging’ en diagnosticeerde bij de Field Liberation Movement dogmatisme. Wel raakten er reeds contouren zichtbaar van de stok waarmee Barbara Van Dyck zou worden geslagen: ze zou niet alleen ‘het recht op vrij onderzoek’ maar tevens ‘de vrijheid van meningsuiting’ hebben aangetast.
Als het niet zo diep triest was, zou ik het bijna interessant moeten noemen dat dit begrip deze week ook boven de rivieren misbruikt werd, tijdens het proces-Wilders. Ik heb er reeds op gewezen hoe complex het is deze man ondubbelzinnig een gebrek aan beschaving aan te wrijven. Temeer daar hij blijft vissen uit de traditie van degenen die hem aanklagen. Ditmaal beriep Wilders zich in zijn slotpleidooi zich op de autoriteit van Johan de Witt, Johan van den Oldenbarnevelt, Franz Kafka, Maarten Luther en Dwight Eisenhower.
Ik ben geneigd vele korrels zout aan te slepen wanneer de KULeuven beweert dat ‘het recht op vrije meningsuiting wordt geschaad’ door acties als die Barbara van Dyck steunde. Niet eens omdat men haar zelf de mond snoert, als wel omdat geen enkel motief van de activisten opdoemt, die juist de neoliberale hegemonie problematiseerden.
Misschien heeft de KULeuven het daar doelbewust niet over. Ik vertel helemaal niets nieuws als ik vaststel dat universiteiten er enerzijds niet voor terugdeinzen om, over ‘het recht op vrij onderzoek’ gesproken, zich laten sponsoren door bedrijven. Anderzijds zijn ze legbatterijen geworden van peer reviewing – die hun parallel universum slechts bevestigt en waarin concurrentie het eerste en het laatste is. Tevens valt te proeven dat de KULeuven zich, al is het langs een U-bocht van fantasmatische introjectie, aangetast weet in het meest neoliberale denkbaar: haar reputatie, kompas voor de positie op de markt. De open brief van de vijf mocht dan ook een onbetaalde reclame heten.
Natuurlijk, door bij tijd en wijle op te draven op opiniepagina’s lijkt het er warempel op dat universitaire medewerkers meedoen aan ‘het maatschappelijk debat’. Maar is nu niet juist de opiniepagina hét podium voor mainstream meningen die dat debat hooguit pamperen? Moeten alternatieve inzichten, zeker in België, niet buiten de grote kranten en bladen worden gezocht, op websites die zich hebben afgekeerd van de eenheidsworst die van ‘vrijheid van mening’ een marketingterm hebben gemaakt? En die nooit de context belichten, louter het schandaal bij de ander, omdat ze anders in hun eigen functioneren worden betrapt?
Bovenal: waar blijft bij al die woorden de daad?
Als ik me even op mijn niche mag storten, koffie dus, dan zou je zulke opiniemakers kunnen vergelijken met eigenaars van Senseo- en Nespressomachines. De handeling beperkt zich tot het plaatsen van een pad, in een smaak die dat ogenblik het best uitkomt. Met de ervaring van koffiezetten heeft het niets te maken. En met relevantie?
Nu ja, even wachten wat Rik Torfs, de ongekroonde mediakoning van de KULeuven, op deze onverkwikkelijke zaak langs diverse kanalen te zeggen heeft. Tot dan zou deze universiteit, en haar voltallige personeelsbestand, trots mogen zijn op Barbara Van Dyck.

Naschrift
Inmiddels is er een petitie en heeft Eric Corijn zich publiekelijk tegen dit ontslag uitgesproken. Hij koos daartoe wel een enigszins makkelijke weg, door beschimping van het katholicisme van de aanklager.
Mij is nog iets opgevallen: waar de Leuvense universiteit ‘geweld’ van begin af in juridische zin inzette, slikte ze haar aanvankelijke beschuldiging in dat Van Dyck in haar vrije tijd een ander systeem steunde dan in werktijd – zo’n leidraad zou hilarische consequenties hebben voor alle KUL-medewerkers. Met het latere opvoeren van een ‘vertrouwensbreuk’ werd er juist ineens een persoonlijk discours tussengeschoven.

Naschrift 2
Er is nu ook vanuit Leuvense kringen een open brief tegen het ontslag de wereld in geslingerd, waarin gerept wordt van een ‘Berufsverbot’. Mooie intentie, maar waarom met zo’n term de zaak even historisch beladen maken als het rectoraat dat doet? Volgens Van Dale zijn de hoofdletter en de cursief overbodig.
Verder heeft een van de Leuvense medewerkers die van het rectoraat wel mocht blijven zijn visie op de problematiek gegeven. En zoals dat dan gaat, doet de universiteitskrant aan damage control namens de rector.

Naschrift 3
Niet alleen de Universiteit Leuven, ook de burger zou Barbara van Dyck inmiddels dankbaar mogen zijn dat de maatschappelijke discussie over ggo’s, die jarenlang maar niet echt van de grond kwam, nu eindelijk ontbrandt. Helaas beperkt de reguliere pers zich tot een poll (een neoliberaal instrument?), maar op websites valt verbreding en nuance waar te nemen, in en onder artikelen en columns als deze, deze, deze, deze, en deze.

donderdag 2 juni 2011

Fijne prikkels


Peter Sloterdijk voorspelde: ‘Ik ben er zeker van dat democratie, als ze overleeft, dat zal doen bij de gratie van hen die niet bereid zijn haar te idealiseren.’ Tja, onmisbaar lijkt de nuchtere ‘sturende overheid’. Maar ze oogt niet als een gesjochten meisje. Geldt ze per reflex als links, en vervolgens als betuttelend? Fundamentalisme wordt dan wat telt, in de beeldvorming. De essentie is voor fanate doetjes. En over de langere termijn moeten de Jeremia’s zich maar buigen.
Nu schijnt men zich beter niet met evengoed gepostuleerde vooroordelen van anderen bezig te houden. Dat schijnt klagerig. Dan slechts registreren dat op één punt de overheid zelfs van haar fervente tegenstanders pal moet staan: tegen criminaliteit en allochtonen in het bijzonder. Plots blijkt gelijkheid voorbehouden aan eigen kring, die vanzelfsprekend onpolitiek is, laat staan fundamenteel neoliberaal.
Het laatste is een beetje cynisch van mij, terwijl ik het eigenlijk knap vind: die permanent te verbreiden indruk belangeloos te wezen. Dat zit ook bij de Tea Party, waar het offensief tegen de overheid à la Obama het detail overstemt dat onder deregulator Bush jr. de overheid aanzwol. Maar dat geschiedde natuurlijk om over de veiligheid van Amerika te waken, tegen die allochtonen van islamitische kunne.
Anderzijds heeft John Gray nuchter gewezen op een bezorgde meerderheid die bekneld zit tussen een onderlaag zonder hoop en een bovenlaag die elke burgerplicht negeert. Hoe klein of groot het oppervlak mag zijn dat de Tea Party bestrijkt, de boodschap is duidelijk: ze is TEGEN. Er doemen complotten van antichristenen en communisten en meer van dat vies en voos menselijk spul. Men kan dan twee dingen doen. Pingpongfilosoferen door te stellen dat juist ismen allerlei samenhangen zien die hun ideologie dwingend en reddend maken. Of men kan wegspurten. Beide reflexen kunnen beter ingetoomd voor een bespiegeling die niet eens reflectie hoeft te heten: gelet op de mogelijke omvang van al die Amerikaanse theedrinkers maken ze een interessant deel van het kiezerspotentieel uit.
Het alleropportuunst zou het wezen iets te doen met de boosheid op en het onpeilbaar diepe wantrouwen jegens de overheid. De whities uit de middenklasse vormen de meerderheid, helemaal tussen degenen die ook daadwerkelijk gebruik willen maken van hun stemrecht. Zij weten op lokale schaal hoe ze moeten organiseren voor een goed doel – het recept voor koffie met brownies kenden ze al voordat Starbucks daar muziek onder zette. Wie met I want to be left alone slechts één ‘Garbo-like thing’ te verkondigen heeft, zou mogen worden beproefd in die paradoxale collectiviteit van de afkeer voor bijstand door het hooggeleerde establishment.
Ach, er bestaat zo’n charmant gedicht van Joachim Sartorius, dat ‘Alexandria’ heet:

Daar achterin zat hij, aan die marmeren tafel,
zei de oude ober, onder de ouderwetse ventilators,
die toen al zo langzaam gingen,
onder dit plafond, art nouveau stucwerk,
la vie était confortable: Stanley Beach,
Glymenopoulo, en het liefelijke, kleine
Zizinia, nu een bioscoop,
waar in het seizoen Tosca gespeeld werd,
La Bohème en Lohengrin (het strengste
van Wagner, dat in die dagen ten Zuiden van Napels
acceptabel was). Daar zat hij, een Griek
uit een paar duizend Grieken,
die een half miljoen Egyptenaren gewoon niet zag.
Hij was stil blijven staan bij Strabo,
en leefde in een Europa van de verbeelding:
‘het geweldigste Emporium in de bewoonde wereld’,
dat nu bestaat uit stenen, uit de zee,
en een gevoel van oneindige vermoeidheid.
[vertaling Cees Nooteboom]

Het valt dan ook niet mee, noch in de VS noch in het luxe West-Europa. Overheidssturing verlokt in het geval van belastingwetten vooral listigheden van virtuozen met pietsjes te veel geld. Valt daar tegen in te brengen dat niemand het kan verbieden mensen welvaart te brengen, maatregelen worden pas echt heikel wanneer ze indruisen tegen gepropageerd gedrag.
Pleitend voor ‘het milieu’ klinkt het dat burgers de trein op moeten. Het helpt dan niet om te suggereren spitstarieven te verhogen. Het lijkt zelfs onslim populaire en handige spoortrajecten af te schaffen ten faveure van dure lijnen met weinig uitstapplaatsen. Niet alleen jaagt men mensen de auto in, men laat hen de status van proefdier bij Skinner niet eens bereiken.
Karel van Miert schijnt als EG-commissaris ooit lijnen op een kaart van Europa te hebben gezet, dwars door landen heen. Ze moesten zijn ideale transportnetwerk voorstellen, dat zijns inziens nooit te realiseren was vanwege nationale belangen en bevoegdheden. Zijn superieur Delors maande hem daar niks van aan te trekken en aan de slag te gaan. De anekdote plukte ik uit De passage naar Europa van Luuk van Middelaar, die meermaals laat uitschijnen hoe de pertinente afkeer tegen ‘Den Haag’ lauwtjes is vergeleken met wanneer het over ‘Brussel’ gaat en alle stoppen doorslaan.
De kwestie kan dus wel eens zijn tot waar we ons een gemeenschap wanen. Als die indruk top is, zou het nog kunnen dat we, een andere noviteit, betalen voor gesorteerd afval, ook voor het inleveren van asbest. Vooralsnog lijkt me dit dé stimulus voor sluikstort, met alle gevolgen voor aanpalende gezondheden van dien.
Overigens wil ik niet gezegd hebben principieel voor sturing te zijn en tegen eigen initiatieven met zelfoplossend vermogen. Mij is zelfs een voorbeeld bekend van wat in de beeldspraak wel een verkeersinfarct heet en dat gezond uitpakt. Vlak bij ons huis ligt een brug die, onder vertrouwenwekkend toezicht van een frituur, wordt geflankeerd door een dermate complexe viersprong, dat elke weggebruiker, fietser én automobilist, geïntimideerd raakt en zelfstandig vaart mindert. Van nog maar het geringste ongeluk daar is mij niets ter ore gekomen.
Wie weet binnenkort, nu er na jarenlange mobiliteitsstudies waar elk consultancybureau voor serieus is genomen maar getuige een borstroffelende informatiefolder ook de ‘inspraakronde’ niet onopgemerkt schijnt gebleven, over een periode van een halfjaar verkeerslichten gaan komen en ‘duidelijke signalisatie’.
Tegen de toch democratisch te noemen zin van de omringende mensheid heeft de frituur al moeten verhuizen. Er komt een kunstwerk dat Vreugdekreet heet.