woensdag 1 juli 2026

Zodra je omslaat


 

Toevallig komt me het gedicht ‘Toch niet helemaal’ van Judith Herzberg onder ogen:

 

Je lijdt, tijdens het lezen al

onder het naderhand vergeten.

Terwijl je ieder woord

en elke zin verinnerlijken wilt

verglijdt de hele bladzij

verdwijnt, zodra je omslaat;

en laat wat je daarnet

nog ijverig bewonderde

op slag verhongerd na.

 

Het klinkt hopeloos snobistisch, maar ik raakte al in de war door de eerste komma. Niets te vroeg, in elk geval! Mijn idee was dat die komma een tweede forceerde, aan het eind van de regel. Maar daar staat geen leesteken. Kennelijk heeft de nieuwe regel dat overbodig gemaakt. Even verderop zie ik dat ook gebeuren. Officieel hoort er tussen ‘wilt’ en ‘verglijdt’ een komma, maar dat wordt onnodig door die positie aan de rand – die al voor een minieme pauze zorgt.

Uiteraard kan men beweren: dit is poëzie, dus waarom zou er een grammaticale voorschrift worden gevolgd, of zou er sprake moeten zijn van consequentheid of zelfs logica? Ik vrees dat ik toch zo’n onsensationele lezer ben die zonder sociale media al begint te verklaren vanuit een routineparanoia: losse elementen met elkaar in verband (proberen te) brengen. Dan komt het leuk uit dat het gedicht als geheel over een verlies van duiding of grip nadenkt.

Leuk is volgens mij niet de kwalificatie voor een verschil in leesverwachtingen dat ik onderken tussen mijn gewoontes en die in het gedicht staan beschreven. Bij Herzberg draait het om ‘verinnerlijken’, terwijl ik niet eens met zekerheid durf te beweren dat ik een innerlijk héb. Veeleer een sensorische lastpak die laat weten wanneer iets weer onhelder is.

Zoals wat er na ‘de hele bladzij’ gebeurt. Indien de rechtermarge opnieuw een komma zou hebben opgeslokt (samen met de reguliere uitgang ‘-de’ van het genoemde vel papier), dan is ‘verdwijnt’ op de volgende regel een variant van ‘verglijdt’ op de vorige regel. Het vervangt dat werkwoord zelfs, kortheidshalve ditmaal zonder nog het object van die bladzijde te vermelden. Maar dat maakt de komma die dan meteen opduikt erg abrupt.

Ik ben opgegroeid met het schrijven is schrappen-dogma en voel daarom meer er een apokoinou te lezen. Daardoor valt het gedicht hier als een leporello uit te vouwen: verglijdt de hele bladzij, de hele bladzij verdwijnt. Dan is de komma voldoende gestut voor de cruciale handeling in Herzbergs gedicht: het omslaan van de pagina. Wat er daarna geschiedt, kan ze slechts aanduiden met het voorlopigste leesteken aller tijden, de puntkomma.

Tegen de gewraakte grammaticaregels zondigt Herzberg daarna. Haar vervolgzin doet net alsof er een komma had gestaan! Ze miskent de interpunctionele breuk die noopt tot een formulering zonder ‘en’. Zoiets als: ‘je laat wat je (…)’. Bovendien suggereert de dichter dat ze niet in het schrijven-is-schrappen-dogma gelooft: ‘daarnet nog’ en ‘op slag’ zijn hier feitelijk te veel. Maar feiten doen er niet toe in de topsport.

Verder snap ik uit het slotakkoord na de puntkomma het werkwoord ’bewonderen’ niet, dat op het verinnerlijkend lezen slaat. Volgens mij kun je idolen (tegenwoordig: iconen) bewonderen, maar geen gewoontes met goddelijke implicaties. In combinatie met het bijvoeglijk naamwoord ‘ijverig’ ontstaat er veeleer een reflexmatig enthousiasme, zoals misschien aanwezig in lichamen van socialemedia-gebruikers wanneer ze hartjes en duimpjes placeren: neoliberale gelovigen.

Tet slot is er in de laatste zin natuurlijk het ongrijpbare ‘verhongerd’, dat in combinatie met lezen naar geestelijke armoede hint. In Vlaanderen leerde ik de uitdrukking ‘op zijn honger blijven zitten’. Dan moet iedere diepere betekenis, wat dat ook moge zijn, nog de revue passeren. Herzbergs begrip kan ook letterlijk wijzen op het geknor in de maag, nadat je zo geconcentreerd hebt gelezen dat je de tijd uit het oog bent verloren.

In termen van duiding of grip kampt een lezer hier toch sterker met de fameuze aartsvijand Alzi – dementie die het ouder worden bedreigt. Waarmee het gedicht een biografisch perspectief openlegt. Maar toen Herzberg dit publiceerde, in 2013 in de bundel Liever brieven (oplage 155.000 exemplaren!), was ze nog geen tachtig, dus niet erg oud voor een vrouw. En voor zover er twijfel bestond, toonde het recente interview met Heerma van Voss nog altijd een scherpe geest.

Het Nederlands, wat dat ook moge zijn, spreekt van oudsher van ‘de bladzij omslaan’ en in dezelfde beweging later van ’de pagina’. Het Vlaams neigt naar ‘omdraaien’. En dat voor de cruciale actie in het gedicht, waarmee volgens de taal een verleden moet worden begraven. Om te kunnen vergeten, waar Alzi juist zo pijnlijk goed in is. Tussen ‘lezen’ en ‘leven’ zit dan ook niet heel veel verschil in ons dieventaaltje. Vallen ze daarbuiten dan samen? Toch niet helemaal.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten