maandag 6 juli 2026

Uit de werkplaats (11)

 


 

 

1.

Redigeren is een concentratiekwestie, wat zich door de hitte, in mysterieuze fasen, laat ervaren als een wegdommelen. Zou ik veel van het scherm hebben gemist? De geweldigste tropische verrassing in elk geval niet. Charles Trenet zong toch werkelijk ‘Douce’ en helaas geen ‘Douche France’.

 

2.

Bart Meulemans roman Een distel in bloei, ‘losjes gebaseerd op het leven van schilder Jan Vaerten’, bevat deze gedachte van de Vlaamse kunstenaar: ‘Vluchten is niet vergeten waar het bestaan ons toe veroordeelt, maar het net verhevigd ervaren.’ Begrijpen Nederlanders dit? Dus ‘net’ als bijwoord, in de betekenis van ‘integendeel’ of, duister voor Vlamingen, ‘juist’? Ondubbelzinniger was geweest om dit bijwoord en het voorafgaande lidwoord ‘het’ van plaats te verwisselen. Een distel in bloei verscheen bij een Amsterdamse uitgever, die riskeert dat ‘net’, met evenveel aforistische kracht, door de meerderheid van het potentiële publiek als zelfstandig naamwoord wordt opgevat.

 

3.

De Johan Polakprijs voor ‘de beste bundel van de afgelopen drie jaar’ ging naar een debuut. Wat als ik vervolgens deze Sarah de Koning toets aan ander institutioneel poëziegeweld? Zij stond op de longlist (niet op de shortlist) van de Grote Poëzieprijs en ze stond op de shortlist van de Herman de Coninckprijs. De GPP ging naar Samuel Vriezen die nergens bij de HdC te bekennen was, en de HdC ging naar Sandrine Verstraete die nergens bij de GPP te bekennen was. Achter deze betrekkelijke willekeur zou je de respectievelijke juryleden kunnen zien. Maar de invloed schuilt bij bestuursleden die jury’s benoemen en daarmee de ideologische en politieke marges van de kandidaten bepalen, plus welke netwerken worden geactiveerd.

 

4.

Als routinier, of de oude man die ik ben, lijkt me dat De Koning past in een trend die vorig decennium werd ingezet met Hannah van Binsbergen, en vervolgens Joost Baars en Radna Fabias: prijzen uit het niet-overheidsgestuurde circuit die naar debuten gaan. Met de suggestie: wij hebben tenminste het lef om ‘kwaliteit’ meteen te bevestigen. Ooit vertelde een jurylid me doodleuk, jaren na dato, dat de essaybundel Bunzing van Daniël Rovers uit 2005, waarvan ik als redacteur alleen maar shit over me heen had gekregen, eigenlijk de Greshoffprijs zou zijn toegekend maar dat men dat te wezensvreemd vond voor een debuut.

 

5.

Tussen neus en lippen door zegt John McWorther dat sensible lang ‘gevoelig’ heeft betekend, maar nu ‘gezond verstand hebbend’. Een equivalent in het Nederlands? Wakker?

 

6.

Arme Carmien Michels.

 

7.

Toen Dietsche Warande en Belfort nog belijdend katholiek was, schreef Maria Elizabeth Belpaire over literatuur met de mooie buitenkant die, naast het even holle begrip inhoud, zo fluks vorm wordt genoemd: ‘Aangestoken vruchten kunnen ook sappig en bekoorlijk schijnen; in den mond zijn zij er niet minder rot voor. Aan de kern der moderne kunst knagen twee afzichtelijke wormen: ongeloof en zedeloosheid. Hoe de lettervruchten ook prijken onder een vernis van uiterste verfijning en vergedreven beschaving, toch zijn zij voos van binnen. Op den onvergankelijken levensboom der kunst zullen zij geen versterkend voedsel zijn.’ Dat lees ik nadat de tweede versie van mijn appelboek op een haar na gevild lijkt.

 

8.

Terwijl ik mijn studenten aanraad eerst poëzie te lezen voordat ze hun sores in gedichtachtige vormen uitstorten, blijkt mijn Pastorius-improvisatie ‘Punk Jazz’ (uit Hakkel je, hakkel je) op Gedichten.nl., behalve een magere beoordeling, een categorisering onder ‘emoties’ te hebben gekregen, met drie trefwoorden: zorg, ego, chaos. ‘Met levensvragen’ (uit Dood vogeltje) ontving er coulantere kritiek, in de categorie ‘filosofie’, met de trefwoorden: incident, tweeling, vraagstukken.

 

9.

Interview met Maaike Meijer, heden de invloedrijkste vakgenoot. Ze bevestigt dat ze ‘te radicaal’ werd bevonden en ‘buiten de neerlandistiek gehouden’. Maar dankzij genderstudies en literatuurwetenschap…

 

10.

Verstandig dat het Letterenhuis het blad Zuurvrij eens uitbesteedt. Dalilla Hermans laat haar ideeën over de wereld stollen in een themanummer, normaal dodelijk voor literaire tijdschriften maar een aardige stok om heemkunde mee te bevechten. Ook verfrissend nobele onbekenden te ontmoeten, helaas geïntroduceerd door ChatGPT: ‘(…) via workshops rond rap, spoken word en expressie voor jongeren (…) blijft actief als publieke stem in debatten over burgerschap, samenleving en de stad (…) begeleidt vooral systemisch gemarginaliseerde mensen via een contextuele, creatieve en cultureel bewuste aanpak (…) vertrekt vanuit haar interesse in identiteit, collectiviteit en herinneringen’. Ibbel te vernemen over een toneelstuk anno 2003 waarvoor Geert Van Istendael zijn oor te luister legde in Molenbeek en een Ali ontwierp, ‘altijd 13 lettergrepen, geen hooggegrepen beelden, een volgehouden binnenrijm, niet bepaald post-Mallarmé’. De auteur ziet bovendien ‘emblemata’ in zijn personages, in ‘de tegenstelling uitgestotene/rijkaard’. In origineel typoscript roept Ali: ‘Mijn overtreding, mijn verbod, / mijn ongesluierde genot, / discriminatie van mijn hart / ik steel je uit de supermarkt!’ Wanneer hij ergens niet binnen mag: ‘Verboden toegang omdat ik niet wit ben’. En die reden heeft Van Istendael met pen gecorrigeerd in ‘blank’. In het licht van Hermans’ klachten over privacyschending vind ik het dapper dat haar drie kinderen, die ook bijdroegen, expliciet met voornamen en achternaam genoemd worden. De oudste is te bewonderen met whatsappjes – die in de geest van het Letterenhuis zijn afgebeeld, in een onberispelijk gespeld Nederlands met een vleugje nice en random.  

 

11.

Mother Mary Comes to Me: de memoires van Arundhati Roy. Toen ze een dag in de gevangenis moest, zaten bij haar in de cel ‘ter grootte van een tweepersoonsbed’ nog drie vrouwen, alle ‘beschuldigd hun schoondochter levend te hebben verbrand zodat hun zoon kon hertrouwen om een tweede bruidsschat op te strijken’.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten