1.
Redigeren is een concentratiekwestie, wat zich door de
hitte, in mysterieuze fasen, laat ervaren als een wegdommelen. Zou ik veel van
het scherm hebben gemist? De geweldigste tropische verrassing in elk geval
niet. Charles Trenet zong toch werkelijk
‘Douce’ en helaas geen ‘Douche France’.
2.
Bart Meulemans roman Een
distel in bloei, ‘losjes gebaseerd op het leven van schilder Jan Vaerten’, bevat deze gedachte van de
Vlaamse kunstenaar: ‘Vluchten is niet vergeten waar het bestaan ons toe
veroordeelt, maar het net verhevigd ervaren.’ Begrijpen Nederlanders dit? Dus
‘net’ als bijwoord, in de betekenis van ‘integendeel’ of, duister voor
Vlamingen, ‘juist’? Ondubbelzinniger was geweest om dit bijwoord en het voorafgaande
lidwoord ‘het’ van plaats te verwisselen. Een
distel in bloei verscheen bij een Amsterdamse uitgever, die riskeert dat ‘net’,
met evenveel aforistische kracht, door de meerderheid van het potentiële
publiek als zelfstandig naamwoord wordt opgevat.
3.
De Johan Polakprijs voor ‘de beste bundel van de afgelopen
drie jaar’ ging naar een debuut. Wat als ik vervolgens deze Sarah de Koning
toets aan ander institutioneel poëziegeweld? Zij stond op de longlist (niet op
de shortlist) van de Grote Poëzieprijs en ze stond op de shortlist van de
Herman de Coninckprijs. De GPP ging naar Samuel Vriezen die nergens bij de HdC
te bekennen was, en de HdC ging naar Sandrine Verstraete die nergens bij de GPP
te bekennen was. Achter deze betrekkelijke willekeur zou je de respectievelijke
juryleden kunnen zien. Maar de invloed schuilt bij bestuursleden
die jury’s benoemen en daarmee de ideologische en politieke marges van de
kandidaten bepalen, plus welke netwerken worden geactiveerd.
4.
Als routinier, of de oude man die ik ben, lijkt me dat De
Koning past in een trend die vorig decennium werd ingezet met Hannah van Binsbergen,
en vervolgens Joost Baars en Radna Fabias:
prijzen uit het niet-overheidsgestuurde circuit die naar debuten gaan. Met de
suggestie: wij hebben tenminste het lef om ‘kwaliteit’ meteen te bevestigen.
Ooit vertelde een jurylid me doodleuk, jaren na dato, dat de essaybundel Bunzing van Daniël Rovers uit 2005,
waarvan ik als redacteur alleen maar shit over me heen had gekregen, eigenlijk
de Greshoffprijs zou zijn toegekend maar dat men dat te wezensvreemd vond voor
een debuut.
5.
Tussen neus en lippen door zegt
John McWorther dat sensible lang
‘gevoelig’ heeft betekend, maar nu ‘gezond verstand hebbend’. Een equivalent in
het Nederlands? Wakker?
6.
7.
Toen Dietsche Warande
en Belfort nog belijdend katholiek was, schreef Maria Elizabeth Belpaire
over literatuur met de mooie buitenkant die, naast het even holle begrip inhoud, zo fluks vorm wordt genoemd: ‘Aangestoken vruchten kunnen ook sappig en
bekoorlijk schijnen; in den mond zijn zij er niet minder rot voor. Aan de kern
der moderne kunst knagen twee afzichtelijke wormen: ongeloof en zedeloosheid.
Hoe de lettervruchten ook prijken onder een vernis van uiterste verfijning en
vergedreven beschaving, toch zijn zij voos van binnen. Op den onvergankelijken
levensboom der kunst zullen zij geen versterkend voedsel zijn.’ Dat lees ik
nadat de tweede versie van mijn appelboek op een haar na gevild lijkt.
8.
Terwijl ik mijn studenten aanraad eerst poëzie te lezen
voordat ze hun sores in gedichtachtige vormen uitstorten, blijkt mijn
Pastorius-improvisatie ‘Punk Jazz’ (uit Hakkel
je, hakkel je) op Gedichten.nl., behalve een magere beoordeling, een
categorisering onder ‘emoties’ te hebben gekregen, met drie trefwoorden: zorg,
ego, chaos. ‘Met levensvragen’ (uit Dood
vogeltje) ontving er coulantere kritiek, in de categorie ‘filosofie’, met
de trefwoorden: incident, tweeling, vraagstukken.
9.
Interview
met Maaike Meijer, heden de invloedrijkste vakgenoot. Ze bevestigt dat ze
‘te radicaal’ werd bevonden en ‘buiten de neerlandistiek gehouden’. Maar
dankzij genderstudies en literatuurwetenschap…
10.
Verstandig dat het Letterenhuis het blad Zuurvrij eens uitbesteedt. Dalilla
Hermans laat haar ideeën over de wereld stollen in een themanummer, normaal
dodelijk voor literaire tijdschriften maar een aardige stok om heemkunde mee te
bevechten. Ook verfrissend nobele onbekenden te ontmoeten, helaas geïntroduceerd
door ChatGPT: ‘(…) via workshops rond rap, spoken word en expressie voor jongeren (…) blijft actief als
publieke stem in debatten over burgerschap, samenleving en de stad (…)
begeleidt vooral systemisch gemarginaliseerde mensen via een contextuele,
creatieve en cultureel bewuste aanpak (…) vertrekt vanuit haar interesse in
identiteit, collectiviteit en herinneringen’. Ibbel te vernemen over een
toneelstuk anno 2003 waarvoor Geert Van Istendael zijn oor te luister legde in
Molenbeek en een Ali ontwierp, ‘altijd 13 lettergrepen, geen hooggegrepen
beelden, een volgehouden binnenrijm, niet bepaald post-Mallarmé’. De auteur
ziet bovendien ‘emblemata’ in zijn personages, in ‘de tegenstelling
uitgestotene/rijkaard’. In origineel typoscript roept Ali: ‘Mijn overtreding,
mijn verbod, / mijn ongesluierde genot, / discriminatie van mijn hart / ik
steel je uit de supermarkt!’ Wanneer hij ergens niet binnen mag: ‘Verboden
toegang omdat ik niet wit ben’. En die reden heeft Van Istendael met pen
gecorrigeerd in ‘blank’. In het licht van Hermans’ klachten over privacyschending
vind ik het dapper dat haar drie kinderen, die ook bijdroegen, expliciet met
voornamen en achternaam genoemd worden. De oudste is te bewonderen met whatsappjes
– die in de geest van het Letterenhuis zijn afgebeeld, in een onberispelijk
gespeld Nederlands met een vleugje nice
en random.
11.
Mother Mary Comes to Me: de memoires van Arundhati Roy. Toen
ze een dag in de gevangenis moest, zaten bij haar in de cel ‘ter grootte van
een tweepersoonsbed’ nog drie vrouwen, alle ‘beschuldigd hun schoondochter
levend te hebben verbrand zodat hun zoon kon hertrouwen om een tweede
bruidsschat op te strijken’.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten