maandag 4 juli 2011

Middelmatigheidsmilities

Het neologisme van Jeroen Mettes had ik verdrongen, maar in een recente recensie werd het, zonder tussen-s, opgeduikeld en ‘treffend’ genoemd, waarna prompt de getroffene terugmepte.
Ineens dacht ik te begrijpen waarom de protesten tegen de bezuinigingen op cultuur een sof waren. ‘Middelmatigheidsmilities’ voelt hetzelfde aan als steun zoeken voor ‘de beschaving’: de al dan niet geschapen ander is onder de al dan niet ironische zelfverheffing geschoffeld. Een affiche bij die manifestatie dat hint naar een beruchte oneliner, staat hierboven. En de vele reacties op de toespraak van Ramsey Nasr leken niet zozeer door de behandeling van het object losgemaakt, als wel door de etalering van het subject.
Wie het vanzelfsprekend vindt respect te krijgen voor zijn artistieke praktijk noemt degene door wie hij zich bedreigd weet geen ‘onderknuppel’. Het is wellicht gek dat ik dat suggereer. Volgens de wetten van het literaire bedrijf en de organisatiepsychologie hangt aan mij het merk ‘meedogenloze polemist’. Maar polemiek vereist een vlijmscherp mes voor één moment, geen laveloos geslinger met een goedendag. Mijn idee ontspruit dus niet uit een of ander fatsoen. Simpel moet afgewend dat artiesten vooroordelen over zichzelf bevestigen, die neerkomen op grootheidswaan. Het zou niet voor het eerst zijn dat een corrigerend bedoeld standpunt over kunst en politiek ontaardt in potten die ketels verwijten. Der kunstenaars superioriteit is bovendien op geen empirie gestoeld, en zou beter kunnen worden vervangen door het, naar ik vrees oprechte, besef dat ‘het volk’ hem niet nodig heeft, laat staan interessant vindt.
Waaruit bestaan die vooroordelen verder? De kunstwereld zou er eentje zijn waar ons ons kent. In mijn branche is dat niet waar, maar ook niet helemaal niet waar. De lijnen kunnen soms wel erg kort zijn en om buitentekstuele redenen krijgen boeken geen gelijke kansen. En aangezien hun makers ongevraagd bloot staan aan interessanterige ‘feiten’ van derden, is het misschien beter te stellen dat ons ergens ons kent. Economisch regeert de redelijkheid evenmin. Menig onrendabele auteur weigert een bijbaantje en een substantieel aantal boeken blijft buiten de verkoop omdat juist genoemde derden er gratis aanspraak op maken.
Men zou de gelaakte ander ook kunnen gebruiken om de hand in eigen boezem te steken en wat realiteit toe te laten. De dreigende decimering van literaire tijdschriften, die mij zeer aan hart zou gaan, ook omdat juist democratisch het getal geen absoluut criterium kan zijn, hoeft dan niet te worden omgeven door mythomane reflexen. Net als in de grotemensenwereld wordt de expertise er vooral geoutsourced aan een netwerk, en de core business van de tekstredactie is niet uitputtend. Het klopt dat er dingen in verschijnen die niet meer in boekvorm worden uitgebracht, maar wiens verdienste is dat? Wel valt het te snappen dat de overheidstoorn zich precies op deze institutie richt; ze is de laatste waar nog enigszins een gemeenschapsgevoel heerst, een gatekeeperschap optreedt en dus niet iedereen (‘elke halve zool’, tikte ik bijna) schrijver is.
Comfortabel is belangeloosheid, het geloof dat je je ‘zuiver’ om de tekst kunt bekreunen en deze daarmee recht doet want ‘met dat gedoe eromheen houd ik mij niet bezig’ et cetera. Dit is de realiteit niet meer! Ik herinner me, in 1998, Literatuur en moderniteit door Ruiter en Smulders besproken te hebben, en daarbij vinnig te zijn: waar bleef die literatuur nou en waarom al de schetsen van het mettertijd cynischer wordende gedoe daaromheen? Zover was ik toen dus niet, te erkennen dat het zover was. Maar het in het licht van de actualiteit meest symptomatische dat Ruiter en Smulders beschreven was toen al oud. Het betreft de bondige reactie van Henk Spaan op een vernietigende esthetische kritiek van Jeroen Brouwers: ‘Gesubsidieerde fluim.’
Is er veel veranderd? Ik denk het niet.
Hooguit is het tenentrekkend getuige te moeten zijn van de afwikkeling van het verhaal. Geldt dat trouwens evengoed voor het door advocaten gesloopte DSK-kamermeisje in New York, inzake het subsidiewezen leek het een dieptepunt dat de voorzitster van de Raad van Cultuur aftrad. Natuurlijk bedankt de staatssecretaris haar dan uit de grond van zijn hart voor bewezen diensten en respecteert hij haar keuze – heette dat ooit niet repressieve tolerantie? De stap terug past in zijn ideale scenario. Het was getorpedeerd indien dat terugtreden op een principiëler moment was gekomen. Nu heeft het iets van een verongelijkt kind dat haar zin niet krijgt.
Was de wens de vader van de gedachte, of is er reële hoop gekoesterd, door old boys van VVD of CDA, iets aan de plannen van het kabinet te kunnen veranderen? Waarschijnlijk ligt het aan de verstrengeling van cultuur en media dat de protesten tegen het voorgenomen beleid onevenredig veel aandacht hebben gekregen. Minder vertekend kun je zeggen dat de politiek uitvoert waarvoor is gekozen. Voor de sloop in de cultuursector, die met meerderheid van stemmen is aangenomen, had geen enkele partij naast een obligaat protest enig alternatief. Door de angst voor ‘ideologisch’ te worden versleten ontbreekt het aan een verschiet. In Mettes’ neologisme pretendeerde het achtervoegsel ‘militie’ het tegenovergestelde, door letterlijk een avant-garde te willen zijn.
En voor zover de hand niet in eigen boezem gaat, zou boven oncreatieve zelfingenomenheid beheersing te prefereren zijn. Door tegenstrijdigheden aan te wijzen in de nieuwe subsidiepolitiek, originelen te schetsen van ‘populistische’ voorkeuren (liefst zonder de ander onwetend te noemen), oorzaken van de weerzin op te sporen…
Jezus, ik kan een praktijk beginnen als pater! Of dat een trend kan worden is mij duister, maar zeker is dat de protesten tegen het kunstbeleid averechts uitpakten. Wel kwam Jezus het graf uit, terwijl men het nu voor zichzelf gegraven heeft.
Overigens snap en ervaar ik wel degelijk dat er kwaliteitsverschillen zijn. Innemend aan Mettes vond ik dat hij, ook wanneer hij niet getergd werd door mensen die hij met zijn neologisme stigmatiseerde, bij al zijn inzichten ook de plank mis kon slaan, maar daar gaande de commentaren verantwoordelijkheid voor opnam, eveneens bij de middelmatigheidsmilitiesposting.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten