donderdag 27 februari 2025

Uiteindelijk uitmondend

 



 

Bij de blijheid van tenenfluiting, die down to the ground aan de overkant van de oceaan momenteel wordt gecelebreerd, komt behalve een scala aan boventonen vooral lenigheid los. Het verheldert daarom dat kunst- en cultuurfilosoof Thijs Lijster al in 2022, in Wat we gemeen hebben. Een filosofie van de meenten, het schitterende verhaal opdist van een ‘ketellogica’ die hij aan Freud toeschrijft. Het betreft een zeer krachtige, drievoudige weerlegging van een klacht een geleende ketel te hebben beschadigd: het ding was nooit geleend, was onbeschadigd teruggebracht en was bovendien al kapot.

Het verhaal wordt slechts onnavolgbaarder wanneer Lijster meteen daarna het paranoïde concept van het ‘cultuurmarxisme’, dat als ‘m.n. complottheorie’ Van Dale bereikte in september 2017, laat overvloeien in de hopeloze maar ook weer niet helemaal ongegronde stelling dat universiteiten en cultuurinstellingen ‘linkse bolwerken’ zijn. Nadat hij heeft verwezen naar de bewezen marginale aanwezigheid van marxisten aldaar, gaat Lijster namelijk nog even door:

 

‘En zelfs al zouden er in het onderwijs en in de cultuursector meer linksgeoriënteerde mensen rondlopen, dan is dat ook weer niet zo vreemd wanneer je bedenkt dat er, gemiddeld genomen, geen snede droog brood valt te verdienen en dat deze vakgebieden daarom dus eerder personen zullen aantrekken met ideële motieven en met nieuwsgierigheid naar nieuwe en andere ideeën.’

 

Onwaarschijnlijke clichés! Ten eerste zal er ook in deze sectoren onbeschoft veel geld te verdienen zijn, al was het door enkelingen. Zoals het me best mogelijk lijkt dat in het bankwezen schrale lonen bestaan voor niet-speculerende, dienstbare arbeid. Ten tweede kun je politieke voorkeuren niet serieus koppelen aan grondhoudingen tot en met nieuwsgierigheid (indien ik rechts was, zou ik me ‘gestigmatiseerd’ voelen).

Ik vrees dat in het huidige dogma van de wortelkleurige alleen al de term ‘linksgeoriënteerde mensen’ gendergerelateerd klinkt. (Zeker ben ik hier niet van, omdat Lijster zich verbijsterd toont dat er wereldbewoners zijn die nog woorden als ‘cyberspace’ gebruiken en die nog muziek kopen. Zoals ik, die bovendien pas door Van Dale kennismaakte met ‘cultuurbolsjewisme’.)

Zijn alinea besluit Lijster aldus: ‘In de financiële sector zullen wel relatief meer rechtse stemmers rondlopen, maar toch roept niemand op om dat “kartel” te doorbreken.’ Een jij-bak is nooit erg aangenaam, maar al helemaal niet wanneer ze stoelt op vooroordelen en wordt weggehouden van de werkelijkheid – volgens mij probeerde ruim een decennium terug, gevoelsmatig wel eeuwen geleden, Occupy, terecht, het kartel te vernachelen.

Dus vraag ik me af of 100% overtuigdheid annex volledige verontwaardiging wel pakt, wanneer je medestanders wilt krijgen voor jouw punt (hoor mij). Een weerkerende bête noire bij Lijster is bijvoorbeeld Ewald Engelen, wiens vinger op blinde sociaaleconomische vlekken bij mensen die anderen op blinde identiteitsvlekken wijzen inderdaad manisch kromt en die in Wat we gemeen hebben de nodige tegenkanting krijgt. Maar helpt ze ook? Eén geciteerde zin uit Engelens pamflet Ontwaak! pareert Lijster bijvoorbeeld zo: ‘Daarmee zegt hij dus in feite…’ Een dubbel pleonasme!

Aangrijpend vind ik de manier waarop Lijster memoreert hoe Jeff Bezos, een der tassendragers van de wortelkleurige, anno 2021 een ruimtereisje met zijn New Sheperd in de markt zette. Ik was het alweer vergeten, maar niet alleen de vorm van die raket liet, zoals Wat we gemeen hebben het formuleert, zelfs voor mensen die niets met Freud hebben weinig aan de verbeelding over, maar ook wat hij, Bezos dus, op zijn hoofd had staan tijdens de perspresentatie met bubbels: een cowboyhoed.

De filosoof in Lijster ziet dat accessoire als ‘symbool bij uitstek van het Go west waaruit volgens Hegel niet alleen de moderniteit maar in feite de gehele mensheidsgeschiedenis bestond; een beschavingsoffensief dat, als een estafetterace, vanuit het oude Griekenland vertrok en via het Romeinse, Frankische, Hollandse en Britse imperium, uiteindelijk uitmondde in het ontstaan van de Verenigde Staten‘.

Even lucide becijfert Lijster dat je aan de overkant van de oceaan niet tot oneindige naar het Westen kunt doorlopen zonder natte voeten te krijgen. De expansie moest verticaal. In een romantische hemel die door Hollywood werd verkocht, een virtuele door Silicon Valley en een belligerente ruimte door NASA. Bezos wordt dan ‘een Beverly Hills space cowboy, die uit zijn ruimtefallus stapt en de menigte nat spuit met champagne’.

Je zou Bezos ook een ‘cowboy 2.0’ kunnen noemen. Dan kan er een officiële taalwebsite bij, met een definitie: ‘ondernemer die zich buiten de gebaande paden waagt en daarbij soms regels aan zijn laars lapt’. Dat soms is weergaloos, tot het eng wordt. En voor die versteende metafoor van de gebaande wegen heeft het Nederengels out of the box-denken in petto.

Wat voor mijn eigen denken moet doorgaan was voor Bezos al op expeditie naar Van Dale, in een domein dat het graag afgraast, van recent toegevoegde woorden:

 

cowboyeconomie

toegevoegd in oktober 2006

1 ultrakapitalistische Amerikaanse economie, die m.n. gericht is op het verwerven van individuele welvaart

 

Bezos’ verdienmodel rijmt geweldig met nog een nieuweling in Van Dale, exact een jaar later:

 

cowboykapitalisme

toegevoegd in oktober 2007

1 op het Amerikaanse model geïnspireerde vorm van kapitalisme, waarbij alle economische activiteiten van individuen en organisaties gericht zijn op het vergaren van kapitaal = wildwestkapitalisme

 

Dat laatste synoniem herinnert aan een bepaald soort films, met witte meneren die ‘tegen de indianen’ nogal succesvol met revolvers zwaaiden die in het Nederlands ‘blaffers’ heetten. Anders dan papjochies zoals ik die op opiniepagina’s en blogs hun ongezouten mening uitscheidden, lieten zij hun van zweet en cool glanzende handen spreken. Een beroemd acteur in dat genre was Ronald Reagan. Later werd hij president en rolde tapijten uit waarop nieuwe woorden als de bovenstaande, inclusief gegarandeerd smakeloze toepassingen, konden pronken.

Vermoedelijk is ‘wildwestkapitalisme’ nóg minder romantisch; Van Dale gaf het in november 2019 zijn eigen jij-bak met de betekenis ‘cowboykapitalisme’. Omdat de wortelkleurige toen in zijn eerste cyclus zat en minder goed was ingelicht hoe de daad bij het woord te (laten) voegen? Inmiddels praat hij onverminderd gouden kak, waarvoor de vakliteratuur een genre heeft ingeruimd:

 

cowboyverhaal

toegevoegd in oktober 2011

1 in het Wilde Westen spelend verhaal over cowboys

2 indianenverhaal (2)

 

Die tweede betekenis stelt: ‘figuurlijk sterk, ongeloofwaardig verhaal’. En het rare is dat tussen de registratie van dit woord en de twee economische cowboywoorden de bankencrisis zit, waarop de Occupy-beweging van de grond kwam. Het was toen dan ook lastig voor beleggingsdeskundigen om verhalen te vertellen over hun stiel die geloofwaardig waren. Maar toch, onderstreept Lijster als zoveelste, wist links geen alternatief te brengen en blijven potten verwijten.

Had men er Franz Kafka niet even op na kunnen slaan? Die wist wel een ultrakort indianenverhaal, waarover ik me na meer dan een eeuw blijf verwonderen. Het gaat over paardrijden, dat voor geoefenden zonder sporen en teugels kan en voor professionals zonder paard, en misschien wel in de lucht waar de kans op een botsing lager ligt.

Overigens ben ik van mening dat het moreel onhoudbaar is om leraren zonder smartphone uit te sluiten van een lerarenkaart.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten