Als amateurcharlatan
in de neerlandistiek vroeg ik me ineens af: hoe zou het zijn met
de theorie over poëzie die J.H. de Roder vlak voor de eeuwwisseling ontwikkelde?
Zijn hypothese was, hopelijk nu niet te grof samengevat, dat gedichten neigen
naar betekenisloosheid omdat ritme dominanter is. Destijds in de hoogtijdagen van ‘het’
postmodernisme baarde die theorie zoveel opzien dat, in mijn herinnering,
zelfs dagkranten erover schreven. De Roder nam vervolgens de pamflettaire tekst
op in een essaybundel die door de KANTL van de
strik der eeuwigheid werd omgebonden. Ook reageerde Jan Lauwereyns
uitgebreid en vernietigend met het boekje Splash.
Maar toen was het 2005 en was de neerlandistiek blijkbaar al met andere zaken
doende die de vergetelheid in moesten.
Ik zou bijna
zeggen: en toen leefde iedereen nog lang en geleden. Maar daarmee citeer ik
Erik of Eric Bindervoet. Bovendien ging door mijn hoofd nu, een kwarteeuw
later, dus de vraag hoe het met De Roders theorie is gesteld. Bij mij werd ze
wakker gekust door twee boeken, die niets met elkaar te maken hebben – behalve
dat ik ze recent uit stapels viste.
De ene titel is De symfonie van onvrede. Daarin legt politicoloog
Catherine de Vries overtuigend uit hoe en waarom een van de deprimerendste
feiten uit de recente geschiedenis zijn beslag gekregen heeft: de massale koerswijziging
door kiezers-burgers van centrumlinks naar extreemrechts. Wat heeft dat met
poëzie te maken? Ik wil even niet polemisch doen. En gelukkig heb ik aan één
zin van De Vries genoeg om mijn link te leggen:
‘De boodschap van dit boek is dat
er onder de melodieën van radicaal-rechts een dieper ritme ligt dat de toon
zet: de gestage afbraak van publieke voorzieningen, veroorzaakt door de
politieke keuzes van middenpartijen – het afschudden van hun ideologische veren,
de uitverkoop van de staat aan de markt en het herdefiniëren van de kiezer als
consument.’
Deze zin is sowieso interessant. Tot en met haar boektitel
heeft De Vries gekozen voor een centraal beeld dat haar stelling aanschouwelijk
moet maken. Er horen terugkerende submotieven bij, zoals ‘noten’, ‘orkest’, ‘componisten’
en ‘dirigenten’, waarboven de abstractere titels van de drie delen evengoed de consequente
aanpak schragen. Dat bevordert het begrip en de samenhang, maar heeft in een
niet-literaire tekst ook iets verkrampts.
In het citaat laat het korte stukje vóór de dubbelepunt die tegenstrijdigheid
zien. Maar liefst drie termen hebben met muziek te maken. Daarbij duwde wat mij
betreft het adjectief ‘dieper’ vóór ‘ritme’ net ietsje te hard. Tot, sorry dat de
uitleg zo lang duurde, het pamflet van De Roder me te binnenschoot waarbij,
meen ik, ritme inderdaad de toon overweldigt.
Nu ja, het was maar een detail dat mijn blik allicht stuurde
bij de tweede titel. Na De Vries las ik namelijk het zalige boek Erratapedia. Daarin bundelde Erik of Eric
Bindervoet niet alleen een nieuw setje grillige
leutergedichten, ditmaal annoteerde hij ze ook uitbundig heterogeen. En
zoals te verwachten viel, overwoekeren al de noten de hoofdtekst nagenoeg
volledig. Het gedicht ‘The importance of being speels’ blijkt bijvoorbeeld kaal te
zijn voorgepubliceerd en telt vier bladzijden, terwijl het in Erratapedia, met eenentachtig voetnoten,
veertien pagina’s beslaat.
Maar De Roder heeft hier nog steeds niets mee te maken. Toch
legde ik het verband wel degelijk, in de jungle van annotaties. Murw door alle meer
of minder relevante informatie die Bindervoet daar op lezers los bombardeerde,
kwamen ook amper geïntroduceerde regels voorbij die voortijdig leken te zijn
afgebroken en die soms rijmden:
(…)
Maar luister dan
ook goed naar de klank van je eenzaamheid
Van een hartslag… uit
de as
Als de stilte je
herinnert aan wat er was
Aan wat je had…
aan wat er was… aan wat je had.
Klappen geeft de
donder als het regent.
(…) (p. 26, noot 69)
Misschien komt het doordat ik de elpee kocht in de herinneringsgevoeligste
jaren van de puberteit dat de oorspronkelijke tekst als het ware door mijn
aders circuleert. Maar die was nog altijd wel in het Engels, waarvan mijn
beheersing matig is. En voor ik het wist of zelfs maar kon herleiden, riep mijn
hele ik naar dit fragment terug. Dit is Fleetwood Mac anno 1977, in een echtscheidingslied
dat sindsdien talloze keren is gecoverd. Ja, thunder only happens when it’s raining.
En is dit dus ook niet wat De Roder bedoelde? Doordat ik het
liedje relatief goed ken, was ik toch nog niet helemaal overtuigd. Verder
lezend in Erratapedia, voor zover dat
kan, laat staan gestructureerd, dommelde ik in zekere zin in. Amuseerde me, miste
ongetwijfeld van alles, blies en slappelachte tot:
(…)
En menig keer heb
ik gefaald
Ik heb hoe vaak ik
ook beet in het stof de top gehaald
En dus moet je
doorgaan doorgaan doorgaan…
Wij staan als
beste bekend en wij blijven vechten tot het end
Wij zijn de
besten.
Wij zijn de
goeisten.
De kampioenste!
Geen tijd voor
stumpers
Want wij zijn de
beste kampioen…
(…) (p. 105, noot
17)
Dit is kolder, net als het laarzentrappelend gedachtegoed waar mijn gemoed me
naartoe stuurde. Weer een liedje, ditmaal verticaal geklasseerd bij het meurendste
denkbaar uit wat ik voor een
privétoilet houd. Mercury, het vroege gras van Ajax in De Arena, Van Gaal op het Museumplein,…
Waarom drong Queen door mijn bewusteloze lectuur heen? Dat moet
toch een argument pro De Roder zijn? Allicht is popmuziek – vanaf de babyboomers
en zeker vanaf ‘mijn’ generatie X – een vanzelfsprekend
cultureel referentiekader geworden dat ooit, voor een geringere groep
mensen, in literatuur te vinden viel. Volgens mij verwees De Roder ook naar Primo
Levi, die had getuigd dat bij het duivelse werk in concentratiekampen
gevangenen Dante reciteerden.
Daarnaast is Bindervoet natuurlijk een meestervertaler. Hij
beheerst het Nederlands zo goed, van haar highbrowste tot in haar
onsmakelijkste trekken, dat hem waarschijnlijk de PC Hooftprijs nooit is
gegeven uit mededogen met de reguliere laureaten. Iets verderop in zijn
Queen-massage varieert hij op het bovenstaande gekweel met ‘en wij blijven
vechten tot het very ergwaartste end’. Daarmee doemt Beckett, of minstens de
versie die Erik of Eric Bindervoet van hem gegeven heeft. Van het eind ook
van het begrip? Of het begin?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten