woensdag 2 augustus 2017

Nederland o Nederland





Amper waren we de grens over, of daar was het bordje al: ‘fietspad. dus niet brommen.’ Swiebertje ahoy! Maar Spakenburg bracht de variant ‘dus niet snorren’. Van Dale geeft bij dit werkwoord ‘onder het maken van een ruisend of gonzend geluid snel voortbewegen, m.n. door de lucht’ en ‘met een rijtuig rondrijden om te zien of men een vrachtje kan vinden’ en ‘in een snorder ergens heen brengen’. Wat gebeurt daar allemaal aan de voormalige Zuiderzee?

In een Leerdamse supermarkt zeurt een puber bij zijn moeder om vissticks. Als hij eindelijk zijn zin heeft gekregen, eist hij sla. De moeder, beslist: ‘Die kopen we niet’. ‘Waarom?’ antwoordt de jongen uiteraard. ‘We hebben sla in onze tuin.’ Ik geloof dat de verontwaardiging van de jongen gemeend was: ‘Maar moeder, je gaat toch geen sla uit de tuin halen wanneer je die gesneden en gewassen kunt krijgen?’

Doorn, zondagmorgen. We peddelen door een ongeveer twintig meter lang straatje. Het is verlaten, op één man na. Hij beent op ons af en zwaait met zijn wijsvinger naar ons vieren, één voor één. ‘Het is verboden hier te fietsen.’

Elke avond herlees ik op de E-reader een hoofdstuk uit De eindeloze jaren zestig van Hans Righart. Daar construeert hij een waterscheiding met voorafgaande decennia, waarin men zich zou hebben beziggehouden met vervelen. Op de campings die we bezoeken heerst die sfeer continu. Ook zijn de mensen er restloos wit. Überhaupt hebben we in Nederlandse provincies geen allochtoon opgemerkt.

Een paar jaar geleden ontwaarde ik in Nederland een ampersandeconomie, waarbij de middenstand dit grafische teken gebruikte om ongedwongenheid te suggereren & zo. Die trend lijkt nog gaande. Tegelijk prefereren steeds meer winkels de uitgang -uys boven -uis. Een Kookhuys en Eethuys bieden kennelijk homogene, ouderwetse kwaliteit. Wel geven hun specificaties als Bits & Bites en Drinks & Dinners dan tegenstrijdige signalen af.

De wegkapitein zegt over aangename zaken en ervaringen ineens vaak: ‘Hoe xxx is dat.’ Ergens komt die uitdrukking bekend voor, maar waarvan? How Sweet It Is To Be Loved By You?

Vlak bij de Van Goghs in het Kröller-Moller Museum wordt een onberispelijke dame door een aardige suppoost verzocht haar handtas bij de garderobe af te geven. ‘Om elk risico voor de schilderijen te voorkomen’. Beschaamd voel ik in de zakken van mijn broek. Van het ontbijt resteren daar nog twee cherrytomaten en een Opinel-mes.

Vóór het Museum vraagt een Gelderlander-journalist of hij ons mag interviewen over het omgaan met kunst door kinderen. Leuk onderwerp, maar de voorwaarde is dat we worden gefotografeerd. Anders hadden we kunnen vertellen dat iets pas vreemd wordt wanneer het als onvanzelfsprekend wordt benaderd. Anderzijds vond ik dat de gourmande mijn uitleg bij een serie Mondrianen wel erg makkelijk herhaalde. Het was ook een leuk toeval dat ze tevoren had gekampeerd in Domburg, waar Kröller Müller de ontwikkeling liet starten.

We zijn nog aan het bekomen van de verbazing dat er midden in het Soesterbergse groen een soort militair museum bestaat als we een feeëriek verlichte boslaan zien. Volgens het opschrift aan het hek leidt die naar de Herman Van Veen Foundation.

Op een terras te Rockanje krijgt een meneer een dampende mosselenschotel voorgezet. In plaats van aan te vallen maakt hij een foto. Dan begint hij op zijn telefoon te tokkelen en even later, bij een brede grijns, weer en nogmaals. Ik durf niet meer te kijken, totdat hij een boek begint te lezen. Oorlog en Terpentijn.

Het gezicht van de gourmande wanneer ze in een Italiaanse ijssalon te Amersfoort echt pistache-ijs proeft.

Onze fietsroute gaat via zogeheten knooppunten die ook hoogtepunten willen uitserveren. Zeker in stedelijke omgevingen worden we langs kapitale panden gevoerd. Kan er onder het geleuter over ‘de elite’ een tweede verhaal schuilgaan: dat haar onroerend goed voortbestaat bij de gratie van ruimhartige havenots?

Vergeten detail uit Righarts studie: bij het debat over de Duitser Claus von Amsberg als echtgenoot van de toekomstige koningin zei de gevolmachtigd minister van Suriname niet te begrijpen waarom de Nederlanders zo’n drukte hadden gemaakt over de nationaliteit van hun aanstaande schoonzoon. Het volk van Suriname had eeuwenlang onder slavernij gezucht! ‘En toch hebben wij geen hekel aan Hollanders. Was er een reden om een hekel te hebben aan de Hollanders, dan hadden wij het moeten hebben en niet u aan Claus’.

In een Harderwijks restaurant staat de muziek voor mijn oude oren wat hard, maar dat blijkt de clou van lounging. En geregeld verlaten het taalkundig genie en de gourmande tijdens het eten hun stoel om te dansen.

Voor het eerst van mijn leven in Flevoland geweest! Wel aan het randje, waar een strandindustrie bleek te zijn. Bij Zeewolde heet een appartementencomplex Bord’eaux.

Paniek onderweg: mijn bril? De wegkapitein dwingt me tot zelfonderzoek. Wanneer heb ik het ding voor het laatst gebruikt? Eh. Achterop onder twee kruiselings gespannen spinnen vervoer ik een dry bag, waarin een puilende tenttas zit waarin onder het grondzeil de buitentent is gerold waarin de binnentent is gevouwen in het binnenvakje waarvan… Deemoedig koop ik bij de Etos een nieuwe bril, waarmee ik aantoon evenmin een vooruitziende blik te hebben.

Aan de kassa van een supermarkt te Nunspeet rekent een mevrouw een halfje buswit af in heuse klederdracht! Achter haar betaalt een koppel in campingsmoking wat breezers. De jongen spreekt iets Oost-Europees, het meisje oogt nogal jong voor alcoholhoudendheid.

Tijdens een afdaling bij Hoenderloo doemt een kudde schapen op en een herder zijn hond en een groep pauzerende bejaarden. Ik laveer me er wonderwel tussendoor, maar kan niet voorkomen dat mijn rechter voortas de kuit van een mevrouw schampt. Sneller dan dat ik ‘O pardon’ heb geroepen zegt zij ‘Geif nie, jôh’. Wacht, was in de twintigste eeuw jôh niet voorbehouden voor jongeren? Werd dit woord zoiets als okay, dat door alle leeftijden overal in de zin kan worden ingevoegd? Voor ik mijn gedachten heb kunnen bepalen, wordt het taalkundig genie van de weg gereden door het zoveelste elektrischefietspaar. Het kijkt schielijk achterom en rijdt door (in België heet dat vluchtmisdrijf). En het taalkundig genie is zo ontsteld dat ze vergeet te huilen om haar bloed.

Een witte auto met het opschrift Belastingdienst.

Ook dit jaar, zonder aanhangfiets, hebben we veel bekijks. Ooit becijferde de wegkapitein dat indien elke toeschouwer een euro betaalde we break-even zouden spelen. Onder Chaam is het een wandelend echtpaar, bij wie het onduidelijk is wie op wie steunt, dat de fietsbrigade gadeslaat. We stoppen voor een versnapering, zodat we door het echtpaar ingehaald worden. Dan vertrekken we, de wegkapitein voorop, die meteen bij een kruising met haar rechterarm gebaart rechtdoor te gaan. Achter haar rug zwaait het mannelijk deel van het echtpaar.

P.S. Ik voel me toch genoopt op te merken – clichés dragen waarheid in zich – dat het in Nederland principieel veiliger fietsen is dan in België. De infrastructuur van de mobiliteit is doordacht, inclusief helvlakken voor rolstoelen en buggy’s. En aangezien achter elk ontwerp nu eenmaal een morele keuze ligt, plegen Belgische verkeerspolitici schuldig verzuim jegens de fietser. En zijn alle mensen die dagelijks in hun leaseauto’s files bevolken medeplichtig?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen