dinsdag 20 juni 2017

Transparantie tot onzichtbaarheid




Sinds kort is de gourmande op Wally. Dit miniatuurpersonage, dat wereldberoemd blijkt, bevindt zich tussen talloze anderen. Telkens geeft een kort tekstje een hint hoe hij te herkennen is.
Beroepsgedeformeerd dacht ik bij Wally in eerste instantie aan poëzie van Tonnus Oosterhoff, maar het ventje staat centraal in een zogeheten zoekboekenserie. Lezen is er kijken geworden.
De reeks Waar is Wally? zal helpen bij het bijeenschrapen van competenties voor eenentwintigste-eeuwse geletterdheid. Ik kan me ook indenken dat hij munitie geeft aan het Belgische twistpunt van gecumuleerde bestuursbaantjes (niet te verwarren met de Wally-taks). Wie nauwkeurig toeziet, kan bijklussende politici gewoon aanwijzen.
Wegens niet-aflatende mandaatmeldingen heerst er een sfeer dat het gros nog onthuld moet. In een recensie die George Orwell, twee maanden voordat de oorlog ook in West-Europa uitbrak, schreef over de Engelse vertaling van Mein Kampf zag hij Lebensraum zich al uitstrekken tot Afghanistan. In mijn oude computerbestand van Mijn Strijd wist de zoekfunctie dat land niet te detecteren, dus het zal beeldspraak zijn.
Maar stel je nu eens voor dat Duitsland echt tot daar kwam. Ganz toll! Veel minder boze dan bange burgers ervaren het echter vice versa: Afghanen zijn naar hier gekomen. Eerst uit je doppen kijken, adviseert Wally. En daarna spreken. En handelen.
Wally is een zelfrichtende spotlight met een peertje van een net niet verwaarloosbaar wattage. Maar is Wally ook een beetje beperkt (‘selectief’) in zijn aandachtzuigerij?

Op een hete zondagmiddag klonk er rond huis muziek waaraan godsonmogelijk te ontkomen viel. Om de bron te ontdekken moesten we naar het eind van de straat. Daar is een vaart, en aan de overkant speelde een gettoblaster. Het ding stond, richting water gedraaid, op een vensterbank.
Er lag een vrouw in spannende bikini op een steiger, haar kale eega dreef op een roze luchtbed. Gelukkig lieten ze van UB40 alleen Signing Off horen, het allervroegste werk.
De verleiding is groot hen marginalen te noemen. Verhoudingsgewijs worden de cumulatoren uit de politiek dan beschaafde lui, die hooguit gehaaid zijn.
Tegen mijn gewoonte in ben ik geneigd hen één pot nat te vinden. Al deze mensen nemen bezit van de publieke ruimte en geven zich er onvoldoende rekenschap van dat daar meer homines sapientes rondlopen.
De last die deze initiatiefrijke lieden (‘actoren’) brengen, kan materieel zijn maar ook immaterieel. In termen van rechtvaardigheid, privileges, willen zij met doorzichtige inkt even de wet voorschrijven.
Ik zat te piekeren of er voor die houding geen passend gedicht te annexeren valt. Bij dat voornemen liet ik me inspireren door René Puthaar die ooit in een bundel een titelloos Leopold-gedicht integraal citeerde:

Een sneeuw ligt in de morgen vroeg
onder de muur aan, moe en goed
beschut en een arm kind komt toe
en staat en ziet en met zijn voet

gaat het dan schrijven over dit
prachtige vlak en schuifelt licht
bezonnen en loopt door, zijn mond
trilt in het donker klein gezicht.

Puthaar hernoemde dit fameuze vroegtwintigste-eeuwse gedicht tot ‘Winteroffensief Afghanistan’. Daarmee verplaatste hij het niet alleen naar het toenmalige heden, waar blauwhelmen namens de VN hardhandig vrede moesten bewaren. Hij globaliseerde ook een oer-Hollands motief.
Zoals je Wally leest door te kijken, zo schrijft het kind door te schuiven (met zijn voet). Het krijgt, vrees ik uit zijn trillende mond op te maken, spijt van die creatieve destructie. Annexeert Puthaar het gedicht dus als kritiek op een vredesmissie? Laat die Afghanen in hun sop gaarkoken, zoiets?
Voor wat politici in Brussel en omstreken uitvreten en medestedelingen aan de vaart, voerde ik in de DBNL het trefwoord transparantie in (‘input’). Dat lijkt me althans de term, omdat zowel aanklagers als verdachten die bezigen. Dus niet: transparant.
Op mijn zoekopdracht kwam wat rechtenbelemmering plus een gedicht van de goeie ouwe Dèr Mouw:

Hij laat door hen zich langs hun schrijnen leiden:
Die kleven, stil en vaal als doode blaren,
Vast aan de stammen van sneeuw'ge pilaren,
En 't is, of ze vergaten neer te glijden;

Wat eens zijn zorgen hier te slapen leiden,
Hij ziet, hoe zijn vertrouwden 't trouw bewaren;
Maar 't lijkt hem, of 't hem-vreemde dingen waren
Uit onwerklijk verhaal van vroeger tijden.

'T ruikt oud: de geuren, vlucht'ge tooverdranken,
Geven hun geestenstem duid'lijker klanken,
Hun sprekend niets schimm'ge doorschijnendheid;

En sluiten ze af, vroom glimlachend, hun schrijnen,
Ziet zijn vergeefs aaiende blik verkwijnen
Hun transparantie tot onzichtbaarheid.

Geweldige tekst natuurlijk, maar wat lastig inzetbaar. De zij, die ik vanuit mijn verondersteld wij een universeel poëtische hak wil zetten, zijn verdwenen.  Zoiets lijkt me niet in de geest van Wally. Bovendien valt doden van alles te verwijten, maar erg veel reactie (‘feedback’) zullen ze niet geven.

Eigenlijk zijn mandaatpolitici en vaartgalmers onvergelijkbaar, omdat de tweeden op elk moment tot de orde kunnen worden geroepen, door voorbijgangers zelfs – die dapperder zijn dan ik. De eersten beginnen pas te piepen indien media hun activiteiten in kaart brengen (de nieuwe burgemeester van Brussel, die vanzelfsprekend transparantie beloofde, dacht 25 mandaten te hebben maar het waren er 29).
Hun intentie blijft wel gelijk. Plots besefte ik dat het antwoord binnen de eigen muren heeft postgevat. Mandaatpolitici en vaartgalmers worden verbonden door hedonisme als bron van hun handelen. En daar heeft de gourmande zelf net een gedicht over gemaakt:

met bloed
en wijn
gaan wij
samen
naar de
fontein

Hoe ze aan die rekwisieten komt is mij een raadsel. Ik weet wel hoe de gourmande de edele kunst van de poëzie ontdekte. Het taalkundig genie moest er onlangs een toets in afleggen. Ze koos voor gekruist rijm, zij het enigszins verstrooid, omdat ze bezig is met een zelfstudie Zuidnoordoost Hollands (‘Haai ghoozeur, geef jaai de sjem is effe doojr’).
De gourmande eiste daarna het genre voor zichzelf op. Wel heeft ze het fontein-gedicht aan haar grote zus opgedragen. Het vooruitzicht van meer nattigheid is in deze warme dagen dan ook aanlokkelijk.
Moge Wally eens terugkijken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen