zaterdag 11 maart 2017

Stemstress




Is het volbracht? Het uitbrengen van een stem is niet alleen een fijn privilege, zoals Philip Huff uitlegde. Wie dat, zoals ik, vanuit het buitenland mag doen, voelt de verantwoordelijkheid exponentieel aanzwellen. Stemmen kost meer moeite, dus moet die investering lonen.
Dat betekent ook dat ik me gedegen wil informeren. Wat in het vaderland logisch en helder is, en misschien op straat wordt besproken, moet de expat zien op te vissen van het web. Sowieso lijkt het me hopeloos te zaniken over politici die niet geïnteresseerd zijn in het volk wanneer je je zelf niet van politici op de hoogte stelt.
Wat dat aangaat was het een choquerend bericht dat er drie keer zoveel kijkers waren voor Boer zoekt vrouw als voor een gelijktijdig uitgezonden lijsttrekkersdebat. En ontluisterend dat daar vrolijk over werd gedaan.
(Dat laat onverlet dat ik zelf evenmin zo’n debat wil zien, om niet afgeleid te kunnen worden door personen. Als zelfverklaarde kritische burger volstaan voor mij de ideeën.
Ook wordt de topos van ‘achterkamertjespolitiek’ in België al enige weken kracht bijgezet door de – buitengewoon boeiende – documentairereeks Wissel van de macht, waarin Marc Vande Looverbosch terugkijkt op conflicten bij allerlei partijen. Om nog te zwijgen over het daarbij ontplooide machismo van voze witte mannen.)
Dus daar zat ik met een dikke envelop vol electorale bescheiden. Was de kieslijst vroeger een mooi uitvouwbaar gevalletje, inmiddels gaat het om een soort leesmap. Nog een geluk dat de 28e en laatste partij bij de verkiezingen slechts één kandidaat inzet.
En met het effect dat gebruiksaanwijzingen als te doen gebruikelijk op mij weten te sorteren, bleef ik na afwikkeling van de briefstemprocedure over met één element: de stemenvelop. Mij restte niets anders dan het oranje geval waarin deze met een identiteitsherkenningvelletje had gemoeten open te scheuren.
De beambte die in Den Haag mijn post ontvangt, zal allicht denken dat hier wel een heel kras en brutaal geval van fraude werkzaam is geweest. De oranje moederenvelop ging slechts terug dicht met stukken plakband (volgens het online Vlaams Woordenboek wordt de uitdrukking ‘met spuug en paktouw aan elkaar hangen’ vooral overdrachtelijk gebruikt).
Maar, bureaumevrouw of -meneer, ik ben echt degene voor wie ik me per post uitgeef. En als u me, wat ik zou begrijpen, onverhoopt toch niet gelooft, dan geef ik u het woord waarmee de gourmande het in het spel Galgje schier onverslaanbare taalkundig genie wist te verschalken: sssstt.
Het was nochtans niet voor het eerst dat ik gebruikmaakte van het recht te participeren in de verkiezingen van het vaderland. Des te drukkender was het besef dat pas na het slechten van de envelophorde de ware bezoekingen komen. Ze zijn welgeteld met twee.
Zekerheidshalve laat ik de envelop frankeren in het postkantoor. En daar, waar de overheid nog altijd de grootste aandeelhouder is, wordt mijn ongeloof in de zegeningen van de markt op de proef gesteld.
Ook ditmaal was het er zeer druk. En volgens de logica van het huis deden de beambten weer geen enkele zichtbare poging daar iets aan te verhelpen. Ze bleven weglopen, papieren halen, aan hun waterflesje nippen en vooral veel met elkaar praten. Na een kwartier heb ik al mijn aanvechtingen tot loketvredebreuk ingeslikt en ben ik vertrokken richting sigarenzaak, waar de klus in een halve minuut werd geklaard.
Thuis heb ik gewacht tot na het diner om, welgevuld en rozig, de tweede bezoeking te lijf te gaan: het invullen van het Kieskompas. Die achterafcheck sta ik me toe als breekijzer tot de veelgeroemde competentie van zelfkritiek, vermoedelijk op een fond van zelfkennis.
Had ik gestemd voor de partij waarvan ik denk dat ze mijn ideologie dekt? Kloppen mijn praatjes?
Ik durf het bijna niet te bekennen. Ja! Als dat maar goed gaat (met die partij).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen