Als
simultaanlezer overkomt het me zelden totaal verwante boeken te consumeren,
omdat juist de spreidstand beter tegemoetkomt aan mijn woorddrift en
verwardheid. Toch behapte ik onlangs binnen één dag in twee titels dezelfde
uitheemse plaatsnaam, en beide keren dacht ik, in de hubris van een
potloodredacteur: spelfoutjuh!
Maar (de vertaler van) Arlie Russell Hochschild in Gestolen trots en Bert Natter in Aan het einde van de oorlog hadden gelijk. Het blijkt wel degelijk ‘Maagdenburg’.
Wel bleef de aanblik van dit woord me bevreemden. Die dubbel a, als in
koeterwaals! Zou ik iets spygie-traumatismisch onder de leden hebben?
Ik houd er niet zo van ‘eigen
vooronderstellingen te bevragen’ en ‘in de spiegel kijken’ wordt na een
zekere leeftijd een beetje sneu, dus bereidde ik me al voor me te moeten
neerleggen bij een raadsel. Toen klopte de deus ex machina met een bol knoflook
op mijn schouderblad en herinnerde eraan dat NAC, een voetbalclub uit de
historische stad Breda, ooit één ronde heeft gespeeld voor de Europacup 2.
Tegen 1.
FC Magdeburg, de latere winnaar.
Volgens het internet was deze titanenstrijd in
1973. Dus maar twee jaar na een geallieerde dodelijke
grap tegen de Duitsers: ‘Wenn ist das Nunstück git und Slotermeyer? Ja! Beiherhund das Oder die
Flipperwaldt gersput!‘ Kennelijk hadden ze snel een antivirus gevonden. Door terugvertaling? Nee,
dit was lang voor GenAI.
De 1. FC Magdeburg stamt uit de door Hochschild en Natter bedoelde plaats, destijds in
Oost-Duitsland, tegenwoordig in zijn officieel verenigde variant. Nog altijd is
er dan de tussen-n in de Nederlandse versie. Door de herziene
spelling van 1995 veroorzaakt? Magdeburg > Maagdeburg > Maagdenburg? Rijmt
niet met poëzie
uit 1968! Zeker weet ik alleen dat de linkeraanvaller Jürgen Sparwasser
heette.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten