Mijmerend over de recentste taalontwikkelingen onder mijn studenten, besloot ik onlangs ferm
dat het eeuwige debat over verengelsing passé is of naast de kwestie. Hun
Nederlands oogt, in mijn ogen, steeds meer als een terugvertaling uit het
Engels.
Onverwacht dook
daarna een bron op waaraan ik mijn indruk kon toetsen. Een compleet boek zelfs, waarvan de boodschap behartenswaardig is:
doe niet mee! Het is geschreven door de iets oudere, in 1997 geboren Simon van
Teutem. Hij studeerde en was stagiair op exclusief Engelstalige locaties (‘contexten’,
zou ChatGTP zeggen). Over die opleiding vertelt hij, en ook waarom hij aan de
rand van zijn studententijd een radicale en wat mij betreft sympathieke keuze
maakte. Het boek heet De bermudadriehoek
van talent, met als allitererende ondertitel Hoe knappe koppen verdwijnen in betekenisloze banen. Het verscheen
in 2025 en ik raadpleegde de vijfde druk uit datzelfde jaar.
Eerst bladerde ik
door vele bladzijden achterin met noten, om te weten of mijn natte vinger mocht
blijven. Volgens mij wel, nog. Overweldigend veel gegevens ontleent Van Teutem
aan Engelse en Amerikaanse bronnen terwijl hij, meen ik op mijn oude dag te
kunnen meevoelen, niet ontsnapt aan een Hollanderschap. Dat geeft soms
spanning, waarvan de laatste notenpagina weergaloos getuigt. Hij citeert er een
fragment van ‘Lucius Annaeus Seneca’ in het Nederlands, met als verantwoording:
‘De Brevitate Vitae (in het Engels: On the Shortness of Life) (49 n.Chr)’. Het
Engels is zogezegd sterker dan het hoofd.
Acteren
Toen ik het boek
van voor naar achter gelezen had, werd me duidelijk dat Seneca niet de enige
was geweest bij wie deze vroegwijze Abraham the mustard had gehaald. De bermudadriehoek van talent bulkt van
de adagia en ze voegen zich naar de taalbiotoop. Zoals van Friedrich Nietzsche,
die bij Van Teutem wordt gefixeerd in ‘Twilight
of the Idols (1889)’. Zo doen mijn studenten dat ook! Apart, dat universum
van wereldwijde, realtime vertaalde bestsellers. Een intellectueel zou toch verwijzen
naar Götzen-Dämmerung. Zoals recent Frank van de Veire, die vervolgens in het Nederlands citeert
zonder de vertaler te noemen, en aldus mogelijk zelf voor dit fragment in stond.
Mensen zoals ik zouden deemoedig Godenschemering
raadplegen.
Montesquieu wordt
door Van Teutem wel in de oorspronkelijke Franse taal aangehaald, en uit de
verantwoordende noot blijkt dat hij daar een citatenwebsite voor bezocht. Hij
vermeldt, zoals mijn studenten dat ook moeiteloos doen, correct zijn
raadpleegdatum. Toch citeert De bermudadriehoek
van talent dan weer de mauvaise foi
van Sartre even bronloos als de vertaler van het plechtstatig curieuze ‘kwader
trouw’. Van Teutem noemt verder Nassim Nicholas Taleb een ‘essayist en
oud-bankier’, maar volgens Wikipedia is hij een voormalige derivatenhandelaar
die boeken schrijft (of is het Engelse ‘essayist’ overzee van betekenis
veranderd?).
Zulke kortsluiting
is evengoed te beleven bij een gevestigd columnist als Arjen van Veelen, een
generatie ouder dan Van Teutem. Eind vorig jaar meldde hij onder meer dit, kopieerklaar:
De
uitdrukking esprit de l’escalier (‘trappenwijsheid’)
komt uit een achttiende-eeuws boek van de Franse filosoof Denis Diderot over
acteren: Paradoxe sur le comédien.
Dat ‘paradox’ in de titel slaat op het feit dat een acteur die emoties wil
toveren in het hoofd van zijn publiek, zelf juist niet emotioneel moet zijn.
Acteren is een vak waar je je hoofd bij moet houden doch cool, calm and collected, aldus Diderot
Wel formuleert
Van Veelen het zo dat er ruimte ontstaat waarin de Engelstalige drieslag niet per
se op naam van de Fransman geschreven hoeft te worden. Eventueel kan de
hedendaagse columnist knipogen naar een hippe uitdrukking en zijn betoog opladen.
Google geeft mij alvast geen treffers bij “cool, calm and collected” in
combinatie met Diderot. Wel trof ik een draadje met allerlei suggesties, die minder oud zijn –
van vlak voor de Tweede Wereldoorlog tot en met een reclame uit 1960 voor
deodorant.
Wanneer ik op autoriteit van een YouTube-leraar de volgorde in het citaat omdraai tot “calm,
cool and collected” heb ik wel prijs. Voor Google wringt het ‘AI-overzicht’ zich
ineens boven de treffers, krijgt Diderot een geboorte- en sterfjaar maar het
door Van Veelen genoemde boek niet. Daarna is er een heuse treffer vanaf Reddit, waar maf genoeg het citaat niet te
vinden is maar wel de uitdrukking esprit
de l’escalier met een link naar de Engelse
Wikipedia-pagina.
Insecure
Ironisch dat dit soort tijdrovend gepriegel me in het Frans zelf
niet direct iets oplevert. Daar leer ik uit dat mijn rendement dringend moet
stijgen en dan ben ik, terug in De
bermudadriehoek van talent, bij Van Teutem aan het goede adres. In zijn eindnoten staat nogal eens X als
autoriteit. Een biografisch feitje over J.K. Rowling, dat je overal zult
kunnen vinden, ontleent hij bijvoorbeeld aan een wederom keurig gedateerde
tweet van haar uit 2023.
Ik probeer me dat
voor te stellen. Van Teutem bekent zich als een workaholic die nooit te beroerd
is om ’s avonds een bibliotheek te bezoeken. Ook lijkt hij eigen met sociale
media. Dan zal er uit de stroom van informatie die zijn brein én telefoon bespoelt
geregeld iets blijven plakken. Inmiddels verbind ik dat met een bewering die geregeld
over een nieuwsfeitje opklinkt: ‘Ja, ik heb dat ergens zien passeren’. Pats,
vastgelegd!
En op sociale
media zal Engels allicht nog dominanter zijn dan op een gemiddelde website.
Door de veelheid en de hoge snelheid lijkt het me ook redelijk dat de invloed
krachtiger is. Als ‘nietige stukjes arsenicum’, die Victor Klemperer al benoemde bij nazipropaganda. Daarbij fascineert me feitelijk met
jargon te maken te krijgen. In de wetenschap dat Van Teutem van binnenuit
milieus van consultancy en accountancy tracht te beschrijven en daarbij
bevestigt dat ze van piepschuim zijn, wordt deze zin vanzelfsprekend: ‘De
hyperactieve twintiger in deze sectoren is een insecure overachiever en een homo competitivus.’
Geweldig! Beide
typeringen zijn voor mijn toch best geoefende taaloor onalledaags en bij de
eerste kan ik van het bijvoeglijk voornaamwoord ‘insecure’ niet eens met
zekerheid zeggen dat het Engels of Nederlands is, toch van belang om de
betekenis te achterhalen (onzeker of onzorgvuldig).
Brug
Helemaal nieuw
voor mij is dat jargon sfeer schept. Van Teutem intimideert nooit met zijn
kennis, zoals andere ingewijdenteksten dat effect hebben. Gemakshalve, en naar
ik vrees stereotyperend, noem ik die sfeer Amerikaans. Ze trekt me doodleuk het
betoog in. Daartoe deinst ze niet terug voor het grove middel van de aanspreking.
Believe me, decodeer ik dan uit dat Amerikaans. Of ik die taal helemaal projecteer? Die
gebiedende wijs wordt door het eerste van mijn voorbeeldzinnetjes uit De bermudadriehoek van talent letterlijk
gebruikt:
‘Geloof me: er gaat een heel nieuw universum voor
je open zodra je je verdiept in deze wereld van businesscases.’
‘Als je me toen had verteld dat mijn naam en
gezicht op die schermen [van Times Square] zouden verschijnen, zou ik je
ongelovig hebben aangegaapt.’
‘Zo had Goldman Sachs twee jaar na Moritz’
catastrofe [dood door epileptische aanval na uitputting] zijn stagiairs
verzocht voortaan niet meer dan zeventien uur per dag te werken. Om je een idee
te geven: dat was van acht uur ’s ochtends tot één uur ’s nachts.’
‘En de stages bij de VN, die plaatsvinden in New
York, zijn onbetaald. Ik herhaal: stages bij de organisatie die het dichtst bij
een wereldwijde overheid komt, gevestigd in een van de duurste steden ter
wereld, worden niet vergoed. Dat maakt het direct onbereikbaar voor de meeste
mensen. Wil je de wereld verbeteren? Mooi, ga eerst maar vier maanden onder een
brug slapen terwijl je fulltime werkt.’
Er heerst bijna
een basis van gelijkwaardigheid, waarbij de ik-figuur alleen iets meer ervaring
heeft. Minstens is de je een
geestverwant, of lotgenoot – die wat tips krijgt, in een bovenpersoonlijk
belang. Waarom in
hemelsnaam vind ik dat Amerikaans? Het schept een leessensatie die The Catcher in the Rye meteen afdwingt (‘If
you really want to hear about it, the first thing you’ll probably want to know
is (…) but I don’t feel like going into it, if you want to know the truth’).
Maar wacht, Van Teutem schrijft toch geen literatuur? Laat
staan fictie! Dat klopt. Niet
representatief is deze complete openingsalinea van zijn negende hoofdstuk: ‘Op
school is niemand zo nieuwsgierig als Jack Rafferty.’ Wel vind ik ook hier dat
er een sfeertje wordt geschapen. Er moet haast wel iets van vertrouwelijkheid ontstaan,
en dat is precies wat me bij de studentenpapers ontroerde. Ze waren vaak dan
wel onbeholpener dan De bermudadriehoek
van talent, maar met dezelfde drift om de lezer te bereiken, in eerste
instantie niet zozeer kritisch als wel emotioneel.
Sabbatical
Buitengewoon
lijkt me dat Van Teutem in de voorbereidingen voor dit project ook een rechtstreekse oproep blijkt te hebben gedaan aan spelers uit
het veld. Waarbij hij expliciet verklaarde geen trap na te willen geven maar te
verlangen naar hulp bij het begrijpen en blootleggen van het systeem. Hij gaf
zich eerst bloot, nu zij. En misschien ligt het aan mijn polemische en
ongeduldige inslag dat me in De
bermudadriehoek van talent, maar ook in studentenpapers, nog iets
buitengewoons heeft getroffen: de afwezigheid van minder fijne ingrediënten als
wraak, rancune, bitterheid, gif en wat dies meer.
Mij lijkt het ook
passend dat in het boek Van Teutem pas wanneer het contact solide genoeg moet
zijn met de consequenties komt aanzetten. Zijn tiende en laatste hoofdstuk
heet ‘Wat kun jij doen?’ en bevat tips met uitleg in het jargon, met alle
sociologische implicaties van dien. Zoals: ’Kun je echt geen accountability
partner vinden, dan is het extra belangrijk om uit je comfortzone te stappen.
Ga vrijwilligerswerk doen, sluit je aan bij een politieke partij of neem een
sabbatical.’
Door een bizar
toeval las ik in dezelfde tijd ook het boek Klimaatcrisis kent geen grenzen, van de één jaar oudere Oegandese
activiste Vanessa Nakate. Bij haar heet
het tiende en laatste hoofdstuk ‘Wat kan ik doen?’. Ook daar in de gebiedende
wijs tips met toelichting. Doeboeken! Het subtiele verschil in de hoofdstuktitels
frappeert. Nakate heeft, met alle respect, meer te vertellen dan Van Teutem, al
was het omdat ze grotere barrières moest doorbreken en omdat haar onderwerp
acuter is voor álle stervelingen. Maar de titels bewijzen vermoedelijk dat ze
bescheidener én inlevender is.
Ik kan het ook anders uitdrukken. De bermudadriehoek van
talent toont een grotere persoonlijke ambitie. Van Teutem bewijst
steevast eer aan zijn vroeggestorven vader, ontleent aan zijn pijn een
opdracht, een hogere inspiratie. Dat doet weer Amerikaans aan, maar het boek
heeft iets dwingends, ontplooit op een vriendelijke manier macht. Getuige het
dankwoord heeft het kunnen ontstaan vanuit een medianetwerk en een fondslijn. De
relatief jonge uitgeverij
De Correspondent weigert zich goddank neer te leggen bij elk status quo. Maar
op welke manier gaat ze die tegen? Met ‘effectief altruïsme’? Stilistisch
zijn fondsauteurs even toegankelijk als inwisselbaar. En De Correspondent is medeverantwoordelijk
geweest voor de ondertitel Hoe knappe koppen verdwijnen in
betekenisloze banen.
Onnozel vind ik Van Teutem ontdekt te hebben in de
omgekeerde volgorde. In zijn tweede boek, bij Prometheus, jeukte er iets zo erg
dat ik het hier zelfs expliciet signaleerde als een ‘Correspondent-toon’.
Wel kan ik de aansprekingstechniek zo linken aan een fondsauteur die al veel beroemder
is: Rutger Bregman. Stilistisch doet
deze wel meer opmerkelijke dingen, die ik ooit al in verstomming analyseerde en nu met al mijn vooroordelen kordaat Amerikaans
zou noemen. Tevens eindigt ook zijn bestseller en doeboek De meeste mensen deugen met tien ‘leefregels’. Daarom verbaast me de
bespottelijk- en halfengelsheid van Bregmans aanprijzing niet, als hij achterop
De bermudadriehoek van talent Van Teutem ‘een van
de meest veelbelovende jonge denkers van Europa’ noemt.
Maatschappelijke winst
De ondertitel Hoe knappe koppen verdwijnen in
betekenisloze banen geeft evengoed weer dat Van Teutem een eigen draai
geeft aan het woord ‘betekenis’. In zijn boek komt het in allerlei hermetische
varianten en combinaties voor, zoals ‘betekenisvolle loopbaan’. Waarschijnlijk
heeft degene die dat op zijn cv kan zetten nóg een weerkerende uitdrukking
gerealiseerd: ‘het verschil maken’.
Frequent gebruikt
Van Teutem verder het woord ‘springplank’. Da’s iets anders dan de ‘hangmat’ of
het ‘vangnet’ die met werkloosheidsuitkeringen worden geassocieerd. Er zit in
mijn beleving iets angstig actiefs in, dat Van Teutem meteen tot het
onmenselijke weet te stileren als hij vooropstelt dat topmerken uit de bank- en
consultancysector zich profileren ‘als de ultieme springplank voor
hoogvliegers’. Ook gebruikt hij die springplank eens als metafoor voor ‘de
indirecte maatschappelijke impact van werk’, naast de golf (voor de directe impact ervan).
Waar zou Van Teutem politiek staan, dacht ik soms rillend.
Bijvoorbeeld als hij verklaart dat Osama bin Laden door het Navy-SEALS-team
werd uitgeschakeld met ‘toewijding en urgentie’. Bij studenten kan ik navraag
doen, hardnekkig trachtend een soort
neutraliteit als docent te bewaren. Maar iets wat moreel ver van je bed
ligt, kan aantrekkelijk zijn. Daarom, denk ik, werd ik toch wel aangedaan door
de vele getallen die in de boek rondgaan. Bij de Davos-speech van de
wortelkleurige dacht ik een gestoorde uitzondering te horen. Toch rijmt diens cijfermanie
rijmt niet alleen met wat Klemperer in nazipropaganda ontdekte, maar evengoed
met wat er in De bermudadriehoek van talent gebeurt. Van
Teutem somt het ene percentage na het andere op. Mij verbijstert dan wat de ratio
is van de onderzoeken waaruit hij ze heeft opgedolven. En wat ze zeggen over
hun objecten, maar ook over het wereldbeeld van hun onderzoekers:
‘Een recente Noorse studie toont
aan dat vervangen van de 5 procent minst presterende huisartsen door huisartsen
van een gemiddelde kwaliteit een maatschappelijke winst zou opleveren van
27.417 dollar per patiënt, 9,05 miljoen dollar per arts, en in totaal 934
miljoen dollar.’
Waarvan akte. Merkwaardig
vond ik pas op pagina 164 de eerste vermelding te zien van Mariana Mazzucato’s
& Rosie Collingtons The Big Con
(dat ik onlangs las in vertaling). Dit fameuze boek over outsourcing van alles
wat echt belangrijk is, staat Van Teutems materie tot in het hart bij. Maar hij
doet er niets mee. Haalt een citaat aab uit een interview met de ‘gerenommeerde
arbeidseconoom’ Mazzucato erover en fixeert in een noot een weerkerend
motief uit die studie op één pagina. Wel gebruikt Van Teutem in een andere noot
exact dezelfde lange Obama-uitspraak dat in The
Big Con stond. Met interviewbronverantwoording.
Denkveld
Voor De bermudadriehoek van talent hebben zich liefst drie
Correspondent-mensen over de tekst gebogen: voor redactie, eindredactie en fact checking. Blijkens het dankwoord
hebben ze Van Teutem 30.000 woorden doen schrappen om ‘alleen het essentiële te
behouden’. Nogal wiedes dat hij het nefaste dronkenmansgebral van ChatGPT,
waar heel wat studenten ‘voor de spelling’ soelaas zochten, links heeft laten
liggen.
Dus moest ik cold
turkey afkicken van alle tricolons. Van Teutem bekent dat hij om die
opzichtige stijlfiguur moet lachen. Als stagiair consultant had hij namelijk geleerd
dat ‘een drieslag altijd het beste overkomt’. Toch stuitte ik op één drieslag die hij zonder paginanummer situeert in The Bed of Procrustes. Philosophical and
Practical Aforisms., een boek van de genoemde Nassim Nicholas Taleb.
Ook ChatGPT’s bombardement van gedachtestrepen en van het
Amerikaans galmende werkwoord ‘creëren’ bleef in De bermudadriehoek van
talent uit. Zelfs de eindeloze ‘niet alleen… maar ook’-zinnen, in
het hardcoreste geval gevolgd door ‘Tegelijk…’, al dan niet gepaard aan het
redundante ‘ook’, trof ik in dit debuut evenmin aan.
Daartoe moest er blijkbaar, alsof de God der Teksten zo
beschikt, een andere officieel voorbeeld op mijn weg komen:
‘De Granate Prijs bekroont de
poëziebundel met de meest betekenisvolle titel – een titel die niet alleen mooi
klinkt, maar ook de ziel van de bundel draagt, nieuwsgierigheid opwekt en de
lezer het landschap van de bundel binnenleidt. Het bedenken van zo’n titel is
een kunst op zich – en verdient erkenning.
Tegelijkertijd is
de Granate Prijs ook een springplank voor talentvolle dichters die al
indrukwekkend werk leveren, maar nog onder de radar blijven. Door de prijs open
te stellen voor alle Nederlandstalige bundels uit het wereldwijde Nederlandse
taalgebied, én te beperken tot dichters met maximaal twee gepubliceerde
bundels, creëren we bewust ruimte voor stemmen die zichtbaarheid verdienen.
De Granate Prijs
zet poëzie niet alleen in de schijnwerpers, maar opent nieuwe deuren voor de
makers ervan.’
Je moet maar durven! Simultaan heeft het idee achter de
prijs al het meest weg van een persiflage. Dus vond ik het in zekere zin
logisch en terecht dat bij de recentste bekroning alle nepregisters open gingen.
De jury kende de Granate Prijs 2025 toe aan Ons
gaan allemaal
‘omdat de
titel een belofte in zich draagt waarin vorm en inhoud elkaar overtuigend
versterken. In deze bundel wordt poëzie ingezet als een scherp en open
denkveld, waarin de dichter een eigen taal ontwikkelt die zich niet
onmiddellijk prijsgeeft, maar uitnodigt om je te verhouden tot wat zich tussen
de regels afspeelt.’
Gelukkig heb ik blogbewijs
dat ik deze bundel van Benzokarim werkelijk bijzonder vind, maar als leesverslaafde
en docent zou ik bij de titel, gebiedt de eerlijkheid, een dikke rode streep
zetten. Of een cirkel. Of een uitroepteken. Maar een vraagteken?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten