Op deze plaats
heb ik het via Houellebecq en Rushdie
en Haidt en Ross
en Savitzkaya
vaak geopperd: het zou een aardig spelletje zijn om op basis van het gebruikte
Nederlands een vertaler te lokaliseren of in een generatie onder te brengen. Ditmaal
zou dat alleen een katholiek gedoe worden, want ik weet toevallig al waar
vertaler-essayist Piet
Joostens vandaan komt.
Toch wil ik geen
spelbederver zijn omdat de titel die hij deze keer aan een Nederlandstalig
publiek schenkt belangrijk is én bij mijn weten, een cultuurbijlagetip
van 197 woorden niet te na gesproken, met plechtige stilte is ontvangen: de futuristische roman Het wetboek van Perelà (1911) door Aldo
Palazzeschi. Nochtans ging Joostens, heel verstandig met alle
klimaatveranderingen, niet over één nacht ijs. Zijn eerste vertaalfragment dateert
van 2008, uitgerekend in een
dossier over literaire kritiek.
Het zinnetje dat
mij in de boekversie opviel, telt veertien woorden: ‘Als die ons in het vizier
krijgen, zal het onze beste dag niet zijn.’ Feitelijk gaat het me om de tweede
helft. Misschien heb ik in Noord-Nederland niet goed opgelet, of zelfs te
weinig ruzie gehad, maar pas in Vlaanderen heb ik de frase gehoord, als
afsluiting van een dreigement.
Bij mij weten
gaat ze gepaard met de u-vorm: ‘Dat zal uw beste dag niet zijn.’ De drie Nederlandse
varianten die me te binnen schieten, gebruiken juist de je-vorm. Ook laten ze tegelijk
elk iets over de vermeende volksaard zien:
‘Dat zal je duur komen te staan’ (economie)
‘Dat zal je lelijk opbreken’ (ruimtelijke
ordening)
‘Dat zal je nog bezuren’ (moralisme)
In de verwante uitdrukking
‘Dan zijn de rapen gaar’ schuilt uiteraard een hele culinaire traditie, maar ze
geldt een nader te vergaren aantal vervloekte eters die dan ook onvermeld
blijven.
Interessant vind
ik verder dat het eerste persoonlijk voornaamwoord ‘die’ en heet bijhorende
werkwoord ‘krijgen’ in Joostens vertaling formeel incorrect zijn maar correct klinken.
De constructie verwijst naar het onzijdige en enkelvoudige ‘gepeupel’. Wanneer
er echter had gestaan ‘Als dat in ons vizier krijgt’, was het ongeloofwaardig
geweest. Gevoelsmatig en omdat het hier om spreektaal gaat.
Het grootste
gedeelte van Het wetboek van Perelà bestaat,
net als het fragment waaruit ik de zin tilde die zelf tussen aanhalingstekens stond, uit dialogen. Voor mij, vanuit een
polyfoon
poëzieproject, is dat een bewonderenswaardige prestatie, omdat vertellerstekst
makkelijker weg schrijft. Bijzonder aan Palazzeschi’s boek is bovenal een Twitter-avant-la-lettre-touch:
die spreektalige uitspraken zijn schier steevast gericht tegen de hoofdpersoon die
zelf zelden iets zegt. Zelfs zijn naam Perelà is door derden toegekend.
En daar komt het grote
drama. Luttele jaren later schreef Kafka Het
proces, waar de hoofdpersoon om onduidelijke redenen gearresteerd wordt en
uiteindelijk quasi-legitiem vermoord. In Het
wetboek van Perelà mag de held eerst om onduidelijke redenen rekenen op
ophemeling, heeft op het toppunt van zijn macht vervolgens niets te maken met
een zelfmoord van ene Alloro, en krijgt na een absurd proces de schuld. Hij fungeert
als heus projectiescherm.
Kan er even een cultuurindustriële
grootheid anno 2026 opstaan om, voordat het zijn of haar of hets laatste
dag zal zijn, dit boek aan te bevelen bij het middenstandsgepeupel, liefst in
meer woorden dan ik hier van plan ben te gebruiken? Liefst ook met wat
knetterende adjectieven en met harde garanties van actualiteit en urgentie, vol
ideale aanschaf voor bureau, koffietafel of performative-reading-locatie?
Aan de herziene
versie uit 1958, die Joostens voor zijn vertaling heeft gebruikt, is als slotwoordje
iets universeels toegevoegd: ‘Hahaha!’
Loopt het dus beter af dan in Het proces?
Van Josef K werd het lijk in een kuil gegooid, terwijl door bemiddeling van de
koning de 33-jarige Perelà in een gevangenis mag. Daar treft zijn trouwe vrouwe
Oliva di Bellonda van hem niets anders aan dan twee laarzen bij een schoorsteen.
(In mijn studententijd was het kantoor van onze studiecoördinator eens onbemand
terwijl zijn sandalen er stonden – onwillekeurig richtte mijn blik zich
opwaarts.)
Die schoorsteen
is geen overbodig decorstuk. Feitelijk bestaat de hoofdpersoon uit 100% lucht. Een
onzichtbare man! Zou Ralph
Ellison dit Palazzeschi-boek hebben gekend? De staat waarin Perelà verkeert
geeft, meer dan een eeuw later, een bijsmaakje aan de veramerikaanste Nederlandse
taal. Bijvoorbeeld als een hofarts hem niet kan genezen, al was het omdat hij
geen hart- of polsslag kan vinden, en besluit geen ‘mannen van rook’ meer als
patiënt te aanvaarden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten