zondag 18 januari 2026

Als patiënt


 

Op deze plaats heb ik het via Houellebecq en Rushdie en Haidt en Ross en Savitzkaya vaak geopperd: het zou een aardig spelletje zijn om op basis van het gebruikte Nederlands een vertaler te lokaliseren of in een generatie onder te brengen. Ditmaal zou dat alleen een katholiek gedoe worden, want ik weet toevallig al waar vertaler-essayist Piet Joostens vandaan komt.

Toch wil ik geen spelbederver zijn omdat de titel die hij deze keer aan een Nederlandstalig publiek schenkt belangrijk is én bij mijn weten, een cultuurbijlagetip van 197 woorden niet te na gesproken, met plechtige stilte is ontvangen: de futuristische roman Het wetboek van Perelà (1911) door Aldo Palazzeschi. Nochtans ging Joostens, heel verstandig met alle klimaatveranderingen, niet over één nacht ijs. Zijn eerste vertaalfragment dateert van 2008, uitgerekend in een dossier over literaire kritiek.

Het zinnetje dat mij in de boekversie opviel, telt veertien woorden: ‘Als die ons in het vizier krijgen, zal het onze beste dag niet zijn.’ Feitelijk gaat het me om de tweede helft. Misschien heb ik in Noord-Nederland niet goed opgelet, of zelfs te weinig ruzie gehad, maar pas in Vlaanderen heb ik de frase gehoord, als afsluiting van een dreigement.

Bij mij weten gaat ze gepaard met de u-vorm: ‘Dat zal uw beste dag niet zijn.’ De drie Nederlandse varianten die me te binnen schieten, gebruiken juist de je-vorm. Ook laten ze tegelijk elk iets over de vermeende volksaard zien:

 

‘Dat zal je duur komen te staan’ (economie)

‘Dat zal je lelijk opbreken’ (ruimtelijke ordening)

‘Dat zal je nog bezuren’ (moralisme)

 

In de verwante uitdrukking ‘Dan zijn de rapen gaar’ schuilt uiteraard een hele culinaire traditie, maar ze geldt een nader te vergaren aantal vervloekte eters die dan ook onvermeld blijven.

Interessant vind ik verder dat het eerste persoonlijk voornaamwoord ‘die’ en heet bijhorende werkwoord ‘krijgen’ in Joostens vertaling formeel incorrect zijn maar correct klinken. De constructie verwijst naar het onzijdige en enkelvoudige ‘gepeupel’. Wanneer er echter had gestaan ‘Als dat in ons vizier krijgt’, was het ongeloofwaardig geweest. Gevoelsmatig en omdat het hier om spreektaal gaat.

Het grootste gedeelte van Het wetboek van Perelà bestaat, net als het fragment waaruit ik de zin tilde die zelf tussen aanhalingstekens stond, uit dialogen. Voor mij, vanuit een polyfoon poëzieproject, is dat een bewonderenswaardige prestatie, omdat vertellerstekst makkelijker weg schrijft. Bijzonder aan Palazzeschi’s boek is bovenal een Twitter-avant-la-lettre-touch: die spreektalige uitspraken zijn schier steevast gericht tegen de hoofdpersoon die zelf zelden iets zegt. Zelfs zijn naam Perelà is door derden toegekend.

En daar komt het grote drama. Luttele jaren later schreef Kafka Het proces, waar de hoofdpersoon om onduidelijke redenen gearresteerd wordt en uiteindelijk quasi-legitiem vermoord. In Het wetboek van Perelà mag de held eerst om onduidelijke redenen rekenen op ophemeling, heeft op het toppunt van zijn macht vervolgens niets te maken met een zelfmoord van ene Alloro, en krijgt na een absurd proces de schuld. Hij fungeert als heus projectiescherm.

Kan er even een cultuurindustriële grootheid anno 2026 opstaan om, voordat het zijn of haar of hets laatste dag zal zijn, dit boek aan te bevelen bij het middenstandsgepeupel, liefst in meer woorden dan ik hier van plan ben te gebruiken? Liefst ook met wat knetterende adjectieven en met harde garanties van actualiteit en urgentie, vol ideale aanschaf voor bureau, koffietafel of performative-reading-locatie?

Aan de herziene versie uit 1958, die Joostens voor zijn vertaling heeft gebruikt, is als slotwoordje iets universeels toegevoegd: ‘Hahaha!’ Loopt het dus beter af dan in Het proces? Van Josef K werd het lijk in een kuil gegooid, terwijl door bemiddeling van de koning de 33-jarige Perelà in een gevangenis mag. Daar treft zijn trouwe vrouwe Oliva di Bellonda van hem niets anders aan dan twee laarzen bij een schoorsteen. (In mijn studententijd was het kantoor van onze studiecoördinator eens onbemand terwijl zijn sandalen er stonden – onwillekeurig richtte mijn blik zich opwaarts.)

Die schoorsteen is geen overbodig decorstuk. Feitelijk bestaat de hoofdpersoon uit 100% lucht. Een onzichtbare man! Zou Ralph Ellison dit Palazzeschi-boek hebben gekend? De staat waarin Perelà verkeert geeft, meer dan een eeuw later, een bijsmaakje aan de veramerikaanste Nederlandse taal. Bijvoorbeeld als een hofarts hem niet kan genezen, al was het omdat hij geen hart- of polsslag kan vinden, en besluit geen ‘mannen van rook’ meer als patiënt te aanvaarden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten