woensdag 14 oktober 2015

Onblijde boodschappen

Eindelijk hebben we de ontkenning opgegeven. De garderobe is aangepast, de verwarming ging aan, de eerste kastanjepuree heeft onze magen gevuld. Vooruit dan maar, het is herfst. We gaan weer eens opnieuw beginnen.
Laat dat nu zijn wat Jean-Pierre en Luc Dardenne laten gebeuren in Deux jours, une nuit. Ooit lieten ze zich voor die film inspireren door een artikelenboek onder redactie van Pierre Bourdieu, met de opbeurende titel La Misère du monde. Daarna moest het scenario een decennium rijpen.
Zekerheidshalve. Een kleine arbeidersploeg kan kiezen tussen een bonus van 1000 euro per persoon of het behoud van een collega. Bij een stemming op vrijdag valt de balans uit ten gunste van de bonus. De in principe ontslagen werkneemster krijgt een weekend de tijd om haar collega’s een voor een op andere gedachten te brengen.
Voor mij was het een nogal hallucinerende ervaring geen toeschouwer te kunnen zijn. Het is film! Het is maar film? Ik besefte ineens hoe mijn ontwijkgedrag is ingedaald, sinds ik na een gewenningsperiode in de grote stad besloot niet langer geld te geven aan wie, met of zonder vergunning, erom vroeg.
Aan Deux jours, une nuit valt niet te ontkomen. Telkens moet ik me identificeren met de antagonisten. Ook met de bonusklanten? Jazeker, het gaat hier niet om bankiers, sommigen blijken krabbelaars. Ik meen zelfs – voor zover die absurde vergelijking te trekken valt – dat de werkneemster minder verontwaardigd is dan een kijker over de meermaals gestelde collegiale wedervraag: ‘Kun jij je dan niet in mij verplaatsen?’ En zoals die collega’s niet al te inhalig willen ogen tegenover de werkneemster, zo doet haar lichaam er alles aan om geen te expliciete smeekbede op te voeren.
Natuurlijk borrelen wel veruit de meeste gevoelens op bij de manoeuvres van de vragende partij,
Pas achteraf besefte ik dat die ontmoetingsscènes, vanuit één standpunt, real time zijn opgenomen. Bestaat de geweldige film Victoria zelfs uit één take, bij de Dardennes sorteert de herhaling van dat procedé schoksgewijs een heftiger gevolg.



Voor werkneemster en toeschouwer wordt het per ontmoeting zwaarder. Elke gespreksgenoot-collega vraagt nochtans meteen ‘wat de anderen doen’. Hoewel de werkneemster baat heeft bij het resultaat als geheel, moet ze eerst de termen in orde krijgen. Onder meer daarom is Deux jours, une nuit voor mij een film over opnieuw beginnen.
Hoofdrolspeler Fabrizio Rongione, die de echtgenoot vertolkt, bracht de herhaling in verband met de werkwijze van de regisseurs. Ze repeteren eindeloos, zodat de filmacteur gedwongen is volgens hem de houding van een (allegorische, exemplarische?) theateracteur aan te nemen. En aangezien de Dardennes van elke scene meerdere takes opnemen, is de amateuristische schijn van real time een geambieerd effect. Het vergroot de oprechtheid.
Interessant is dat de andere hoofdrolspeler, Marion Cotillard, ook die gedetailleerde repetities besprak. Ze vinden op de set zelf plaats, in – allerminst modegevoelige – filmkleren. De broers spraken daarbij veel over ‘de kijker’. Met hun bewustheid vragen ze extra veel van de acteur. Personages hebben nota bene amper een verleden, en om richting te krijgen verzon Cotillard dat voor zichzelf erbij.
Met dat initiatief sterkt de actrice het thema van de film. Solidariteit wordt hol zonder identificatie (dat lijkt meteen ook het standpunt van de actuele Inleefweek armoede). Het bijzondere aan Deux jours, une nuit is dat de regisseurs dit thema hebben doorgetrokken naar hun organisatie. Steractrice Cotillard mocht van de broers meedoen op voorwaarde dat zij geen uitzonderingsbehandeling kreeg.
De andere kant op gedacht kan solidariteit onmogelijk plaatsgrijpen zonder collegialiteit, of zonder liefde. Helemaal van de offervaardige echtgenoot. Subtiel vond ik de vaststelling van deze Rongione dat hij vaak op de rug is gefilmd, zodat al zijn uitspraken en hulp kunnen worden gecontroleerd met hun directe weerslag op gezicht en handelingen van de werkneemster. Het draait om haar, zei hij, een ander camerastandpunt zou bot zijn.
Dat perspectief, dat in de verbeelde ruimte gepaard moet gaan met een directe blik van de man op de vrouw, fascineert me mede wegens technologische ontwikkelingen. Niet eens zo lang geleden dekte de fax de schaamte over een onblijde boodschap al toe in vergelijking met de telefoon. Mail en sms hebben dit proces van communicatieve ontpersoonlijking voltooid.
Deux jours, une nuit speelt die kramp uit met een scène voor een flatgebouw. Een vrouwelijke collega gaat de confrontatie uit de weg door haar dochtertje over de intercom te laten zeggen dat ze afwezig is. Haar moederlijke instructies zijn duidelijk hoorbaar.
De enorme moeite die het kost om iemand aan te kijken – het is vaker opgemerkt – trekt de levensfilosofie van Levinas bij dit filmproject. Steeds gloort het gelaatvan de ander door Deux jours, une nuit heen. Het weigeren van de finale blik, van identificatie tout court, kan volgens mij zowel gebeuren door afstand te nemen als door een reflexmatige daad van solidariteit.
Het verbaast me de naam van Levinas niet te zijn tegengekomen bij de vele teksten die al over de vluchtelingen in de Europese Unie zijn gepubliceerd. Zelfs niet bij de openlijke protesten tegen hun komst, die vooral in Nederland klinken. Wat er ook precies van waar is, ik vind de morele veroordelingen van buitenaf over hulpweigeraars, al dan niet vanaf de skybox Twitter, door mensen die zelf geen daden hoeven te verrichten, minstens zo pijnlijk.
De Dardennes verzorgen een bevredigend slot. Het is geen happy end, noch een afbreuk aan principes (zelfredding ten koste van een collega met een contract voor bepaalde tijd). De werkneemster loopt opgelucht weg.
Dit einde doet denken aan dat van een andere recente film, La Loi du Marché van Stéphane Brizé. Daar stapt de hoofdfiguur eigener beweging uit zijn lousy baantje als bewakingsambtenaar bij een supermarkt, waar hij een kassière heeft aangegeven die spaarpunten van anderen op haar eigen kaart heeft geladen.
Beide personages ogen ten slotte gesterkt, maar niet door het neoliberale principe dat ze ‘ervoor willen gaan’. Ze vertrekken wat mij betreft domweg de lente in, met het principe Fuck ’m all!
 


 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen