maandag 22 september 2014

Kan Wilders gelijk hebben?


De zwartepietenwet die Geert Wilders in voorbereiding zou hebben om de Nederlandse cultuur te beschermen (en kinderen te vrijwaren van ouderlijke betweterij), smeekt bijna om lacherigheid, in angstige afwachting van een gebed zonder einde.
Het was ook niet niks dat de publieke opinie vorig jaar gestadig deed overkoken. Het bewerkstelligde dat een mensenrechtenprofessor van de Verenigde Naties het racistisch percentage van Zwarte Piet becijferde en, met haatmail tot gevolg, uitkwam op slavernij. Of dat er compromispiet ontworpen werd, uit wie het meeste roet was gefilterd, en die toen meer leek op een Antilliaan, Marokkaan of Turk. Of dat tegenstanders een bodemprocedure hadden aangespannen, nadat een ‘voorzieningenrechter’ het verzoek om een verbod van de Sinterklaasintocht had verworpen. Wat hij volgens zijn collega ‘bestuursrechter’ niet volgens de regels van de juristenkunst had gedaan, omdat Zwarte Piet wel degelijk zou leiden tot een negatieve stereotypering van ‘de’ zwarte mens.
Wat gebeurt er nu? Een run op Sinterklaasspeelgoed, waarin Piet nog in volle incorrecte glorie valt te bewonderen. De reden van dat gedrag kan met een dito generalisering oer-Hollands heten: als collector's item kan zo’n ding geld in het laatje brengen.
Mij enerveert dat dit debat zich voegt naar vele andere: de jij-bak regeert. Ditmaal ervaren beide partijen in elkaars houding en argumentatie ‘paternalisme’. In hoeverre daar reden toe is, ontgaat me. Maar niet dat bij voorstanders van een verbod op Zwarte Piet, omwille van een overtreding van een universele wet, een zeker fanatisme valt te ontwaren, met een slinkende voelspriet voor humor.
Geloofwaardigheidshalve zijn ze ook in het nadeel, omdat ze nog al eens in de plaats van een ander spreken en oordelen (dat die wordt gediscrimineerd). Bijna logisch dat mensen met zulke nobele intenties vroeg of laat worden teruggepakt. Tegenwoordig, door de snelle beschikbaarheid van gegevens, is dat een koud kunstje. Zeker wanneer er, zoals bij de Sinterklaassaga, vermoedens van subsidie rijzen.
Wat is dan de misdaad van mensen die het beste voorhebben met de mensheid? Denkelijk: dat ze beter weten wat fout is dan wat goed. De tragiek is dat ze dat gemeen hebben met hun schandobject, die spreekt namens Henk en Ingrid en dezelfde instrumenten hanteert: verbieden, beledigen, vernederen.
Wilders’ wet wordt verworpen voordat hij hem heeft toegelicht. Nog heikeler is dat hij zich beroept op wat hij opvat als de cultuur van zijn geboorteland. Ludo Abicht, die zelf een parcours heeft afgelegd van de KP-Vlaanderen tot de Gravensteengroep, voelde het volgens mij correct aan toen hij onlangs stelde dat hoogopgeleiden in een kramp schieten wanneer er iets regionaals of nationaals wordt gecelebreerd. Ze zien dan ineens niets anders meer dan Bokrijk.
Sint en Piet hebben in de recente cultuurgeschiedenis evengoed een opmerkelijk parcours afgelegd. Ik denk aan een bij uitstek links en correct duo als Miek & Roel, die in 1970 het nummer ‘Omtrent Sinterklaas’ uitbrachten.

Zie ginds zit ex-sinterklaas, hij weent als een kind
Hij heet nog wel Nikolaas, maar hij is niet meer sint
Hij is tot z'n spijt z'n heiligheid kwijt
(…)
U weet toch, de sint die loopt altijd in ’t rood
Is dus communist en zo links als de dood
En hij wordt vast door Moskou of Mao betaald
Want waar heeft hij anders z'n speelgoed gehaald?
(…)
U weet toch, de sint draagt een baard en lang haar
En werkt bovendien maar één dag in het jaar
Hij is dus een beatnik of een anarchist
Een hippie of provo of idealist
(…)
U weet toch, de sint heeft als vriend zwarte piet
Da's iets wat de oud-koloniaal niet graag ziet
Piet heeft vast een kaart van Black Power op zak
En zeg nou maar zelf, wie wil dat op z'n dak?

Sint was hier dus links, in een tijd dat dit ‘langharig werkschuw tuig’ heette.
Miek & Roel vertrokken van de regel ‘Zie ginds komt de stoomboot’. Daar hebben Paul Passchier en Thedo Keizer nu een versie van gemaakt die de zwarte mens minder moet knechten. Met name het rijmpaar ‘Zijn knecht staat te lachen en roept ons reeds toe / Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe’ bleek onacceptabel. Het is vervangen door:

Kijk, Piet staat te lachen en roept naar de kant:
'Ik heb genoeg lekkers voor heel Nederland!'

Treurig. Blijheid gevuld met stoplappen. Dat de oorspronkelijke regel foetsie is, heeft voor mij een onhandig gevolg. De openingsalinea van mijn essaybundel Laden en lossen verwees naar het zoet versus de roe. Binnen één decennium is dat boek definitief historisch geworden en behoeft het een verklarende noot. Mogelijk zal ‘lekkers’ op termijn even onbegrijpelijk zijn, omdat het verwijst naar snoepgoed terwijl Nederland onderhevig blijkt aan nieuwe eetpatronen. Anders dan het Pieten-probleem doet vermoeden, is de parameter hier niet gezondheid maar snelheid. Biefstuk met wijn in ‘Nederlands-Franse restaurants’ sneefde onder een afhaalpizza of een shoarma.
Samen met 24 andere herschreven liedjes moet de stoomboot meevaren in de bundel Sinterklaasje, kom maar binnen met je Piet. Wat een titel… In dat genre geef ik de voorkeur aan Kom met je waldhoorn tussen mijn Alpen.
Op hun beurt zullen Wilders-sympathisanten niet vrolijk worden van het feit dat dit boek nog dit jaar op alle basisscholen moet worden verspreid. Daar ruiken ze alweer subsidie. Maar de procedure is zoals de VN-werkgroep uiteindelijk aanbeval.
Is er uitkomst, antwoord, verlossing? Ik meen dat het blanke bibliotheekmedewerkers waren die aan het eind van de twintigste eeuw weigerden De Artapappa’s van J.B. Schuil uit te lenen, omdat twee kaffers uit Transvaal in dat jeugdboek uit 1920 racistisch zouden zijn beschreven. In dat waargebeurde verhaal (over een multiculturele vriendschap tot in de dood) betonen zij zich onder het uitslaken van kreten als ‘Oeloepoe hier ik ben’ fameus atletisch en de conclusie luidt ongeveer dat goed en kwaad gelijkelijk is verdeeld onder blanken en zwarten – maar een aangrijpender boek staat me niet direct bij.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen