zaterdag 31 december 2016

Really?


Er is veel gezegd en geschreven over de popmuzikale sterfgetallen die in 2016 te betreuren vielen. Aangezien het hier gaat om een gemeenschapscheppend specialisme dat met de babyboomgeneratie pas waarlijk verbreid werd, zal deze weemoed nog wel even aanhouden. Raar idee, dat er, nog los van hun managers, ooit geen Beatle meer op aard’ zal rondlopen.
Wel heeft ieder uiteraard zijn gevoeligheden. Dat op eerste kerstdag George Michael overleed deed mijn temperatuur minder stijgen dan dat Alphonse Mouzon hetzelfde op dezelfde dag gebeurde.
Terugkijken, selecteren, generen.
Prince was natuurlijk hors categorie, maar tot zulke gouden doden hoorde naar mijn gevoel zeker Maurice White. Net als Muhammad Ali blijkt hij ‘Stand By Me’ te hebben gecoverd.
Vanuit mijn jarenzeventigmanie rinkelden er ook bellen bij het nieuws dat Rod Temperton was overleden. Aan het zalig stompzinnige liedje ‘Girls’ van Moments & Whatnauts uit 1975, dat ik op een of andere manier associeer met het decennium, werkte hij bij live-optredens mee.
Hij was de auteur van ‘Star of a Story’ en dé man achter Heatwave. Pas na Tempertons dood dringt tot me door dat ‘Always And Forever’ van die band was. De grootste hit van Heatwave bleek ‘Boogie Nights’. Maar die baslijn kwam me wel erg bekend voor, van Michael Jackson. Totdat ik begreep dat dit ‘Off The Wall’ ook van Temperton was en hij dus autoplagiaat pleegde.
Weinig later kwam ik door het overlijden van Lydia Tuinenburg op het spoor van de megahit Send Me The Pillow’ door Lydia & The Melody Strings, op de rand van 1959/1960. En dat liedje, zelf een cover, brengt me bij een liedje uit mijn jeugd, ‘Ik lig op mijn kussen stil te dromen’ van het legendarische duo Hepie & Hepie.
Ik had dit kunnen weten uit het prachtige project De Cover Top-100 van Vic van de Reijt (2001). De Nederlandstalige bewerkingen van meestal Engelse liedjes stammen bij hem hoofdzakelijk uit Nederland. Hadden generaties Belgische zangers – van Wim De Craene over Louis Neefs naar Zjef Vannuytsel tot Wannes Van de Velde – zich beperkt tot eigen werk?
De vraag stellen is hem beantwoorden. De eerste die me te binnen schiet is Jan De Wilde, met ‘Naakte Man’. Maar dat nummer kwam na Van de Reijts sluitingstermijn. En eigenlijk is mij ‘Naked Man’ door The Pilgrims dierbaarder; die de oorspronkelijke taal handhaafden en dus niet mogen meedoen.
De schrijver van dat nummer, Randy Newman, raakte opnieuw binnen mijn blikveld door de televisieserie Treme. Daar was een rol weggelegd voor zijn ‘Louisiana 1927’, dat ik ooit voor een draak van een nummer hield. Het verwijst naar een ramp in een arme staat die ook weer niet op het repertoire van iedereen staat.
Van de Reijt ruimt wel plaats in voor Raymond van het Groenewoud. Prompt gingen mijn gedachten naar een variant van de cover: de herneming annex bewerking van een eigen nummer. Met ‘Vlaanderen Boven’ deed Van het Groenewoud het zelfs tweemaal. In 2002 steeg daarover het eerste gemor op. De recente versie van ‘Vlaanderen Boven’ liet pas echt een rioolput opengaan over multiculturalisme en politieke correctheid.
De alomtegenwoordige terugkijkcultuur in ronde getallen liet me kennismaken met de naar verluidt allereerste punksingle, uit 1976: ‘New Rosie’ van The Damned. Het liedje begint met de van ongeloof puilende vraag ‘Is she really going out with him’. Was dat twee jaar later niet de titel van een hit van de hyperbewuste zanger-componist Joe Jackson?
En door een piepklein instrumentaal fragment uit de film Boyhood realiseerde ik me pas dat de melanchool trekkende gitaar in ‘Band on the Run’ (Paul McCartney & Wings) uit 1974 even later is gekopieerd door niemand minder dan Peter Maffay in ‘Und Es War Sommer’ – een nummer dat in Nederland meer renommee heeft door Rob de Nijs’ coverversie ‘Het werd zomer’.
Dat er dus ooit geen Beatle meer zal rondlopen, krijgt geen vat op de eeuwige levensdrift van muziek die ertoe doet. Een vrolijk stemmende vaststelling, waarop minstens gezongen mag worden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen