maandag 30 mei 2016

En ik zei niets van alles wat ik bedacht had




Hier in België zijn peters en meters belangrijke mensen. Ik ken ongelovigen die als het ware een moord doen om die status te bereiken – en daar de boreling levenslang voor betalen in de vorm van cadeaus.
In Nederland heet dat peetoom en peettante. Klinkt toch wat minder. Maar de mijne waren meer. Mijn peettante was bijvoorbeeld een wonder. Ze was erbij toen mijn ouders elkaar ontmoetten.
Als ze op bezoek kwam, dronk mijn moeder met haar bessenjenever. Op zijn beurt had mijn peetoom, volgens het parochieblad, uiteindelijk ‘de kelk van het lijden tot op de bodem uitgedronken’.
Daarna draaide mijn peettante het liedje Laat me alleen’ van Rita Hovink, tot grijswordens toe (van de elpee). Het was een beroemd liedje, een hit, waarvan mij slechts één frase bijbleef. Over een glimlach die pure parodie is.
Ik heb mijn peettante destijds het gedicht ‘Iep aan de kade’ van T. van Deel gegeven. Dat had ze voor de gelegenheid drastisch herschreven, door voor het bezittelijk voornaamwoord een hoofdletter te gebruiken: ‘De boom laat ons het uitzicht na / op Zijn afwezigheid’.
Een legitieme herschrijving, ze had bewust de oorlog meegemaakt.
Een jaar na haar grote hit slaagde Rita Hovink er volgens Wikipedia in de laatste plaats te halen bij het Nationale Songfestival. Dat was met het liedje ‘Toen kwam jij’.
Ik heb daar zojuist kennis mee gemaakt, en vind het niet slecht. De tekst is er een beetje over, maar op een songfestival was dat niet opgevallen – we schrijven 1977, lang voor Google Translate, het apparaat zonder omtrek waarmee ook getuigenissen van vluchtelingen worden ontcijferd.
In Hovinks refrein staat zelfs een best mooie regel: ‘En ik zei niets van alles wat ik bedacht had’.
Vanochtend is het taalkundig genie vertrokken op zogeheten boerderijklassen. Ze scheen de enige met een rugzak; een beetje lagerescholier reist voor twee overnachtingen met een koffer op wieltjes. En het zal aan de zondvloed te wijten zijn dat ik de enige ouder bleek die voor het wegbrengen de fiets had genomen.
Een auto kan ik alleen in nachtmerries besturen. Mijn peettante beschikte, nogal uitzonderlijk voor haar generatie, wel over rijvaardigheid. Wel gebeurde dat in een wagen met de duistere krachten van het ‘automatisch schakelen’.
Het was de tijd waarin Hannes Meinkema in haar cultroman En dan is er koffie het woord ‘mevrouwig’ lanceerde. Dat leek geen compliment, want verwijzend naar rolpatronen. Hovink moest toen nog met de parodie van de glimlach afkomen.
Tegen het taalkundig genie zeg ik alles wat ik bedenk. Ik durfde haar alleen nog niet om de oplossing te vragen. Volgens de folder staan boerderijklassen namelijk in het teken van de verwondering. Toch hoeft dit geen slechte poëzie op te leveren, aangezien de kinderen in verbondenheid beloven te raken met het Mysterie.
In de dagelijkse praktijk bedenk ik weinig dat de moeite van het zeggen waard is. Dat maakt mij een slechte aan de telefoon. Behalve met mijn peettante.
Een paar maanden geleden heb ik haar gebeld, en er is toen een persoonlijk record gevestigd van meer dan twee uur. We spraken over van alles en nog wat, behalve over koetjes en kalfjes (die een privilege zijn van boerderijklassen).
Wat mijn peettante altijd feilloos heeft kunnen benoemen is wat bij Kinderen voor Kinderen een droeverig gevoel’ heet. Over dat licht afwijkende woord, dat in een heel ander register dan het ‘mevrouwige’ ligt, blijkt op een forum van gedachten te zijn gewisseld. De meeste deelnemers vinden het iets herkenbaars oproepen.
Ook daarom beschouw ik mijn peettante als een echte intellectueel. Ze had een fabelachtig vermogen tot inleving, schreef, las in alle talen, speelde partijtjes simultaanscrabble op de iPad en bezocht permanent de universiteit van het leven.
Mij heeft ze blind leren typen met tien vingers, iemand uit haar wijk heeft ze op hoge leeftijd – plusvijfentachtig – nog Franse les gegeven.
Nom de dieu. In het songfestivalliedje dat haar Waterloo werd, zong Rita Hovink: ‘Liefde. Wat is er dwazer dan liefde? Wachten.’ Zou dat hetzelfde zijn als de bodem van de kelk bereiken?


P.S. Over songfestivals gesproken: de eerste Nederlandse winnaar van de inmiddels nogal geëxpandeerde Eurovisie, Corry Brokken, is gestorven. Dat liedje ‘Net als toen’, uit 1957, duurt maar liefst vierenhalve minuut, met van 3.25 tot 3.55 een vioolsolo! Een sprookjesland dat nu aanvoelt als pure parodie. En Brokken zelf werd rechter.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen