vrijdag 1 september 2017

Hevige koortsen




Op weg naar school kwam een schroeigeur ons tegemoet. Er steeg ook wat rook op. Inderdaad was een honorabele gemeentewerker op het vroege uur onkruid in bermen aan het uitbranden. Dit gaf een weinig fijn geluid. Binnen de schoolpoort was het evenmin stil. Opgewonden stemmetjes lagen op een fond van housemuziek, waartoe een grote box naar buiten was gesleept.
Wat gaat het onderwijsjaar brengen? Opiniestukken buitelen over elkaar, al dan niet naar aanleiding van onderzoek dat kennelijk vandaag moest uitlekken. Als hoogopgeleide, taalmaniakale witte ouder begrijp ik dat mijn kinderen best goede kansen hebben.
Hoe gezond dat lezen toch is voor de spieren onzer geest. Zelfs in de vakantie werd flink geoefend. De gourmande krijgt, nu ze eenmaal lezen kan, de verhalen wel het liefst uit de mond van derden tegen wie ze zich aan vlijt – en die ze dan ook vleit.
Het taalkundig genie verslindt boeken. In twee weken las ze de complete Harry Potter (7 dln). Op ijdele momenten verbeeld ik me dat ik haar heb aangestoken, toen ze als baby op mijn buik sliep terwijl ik als jurylid prozaboeken doornam.
We lezen wel anders. Ondanks haar tempo kan ze vele details oplepelen en onderhoudt met elk personage een aparte emotionele band. Immersie, heet dat amper anglicistisch misschien wel in vaktermen. Geloof ik, die met de jaren cognitiever woorden verorber, scannend en technisch bijna.
Op die manier ontbreekt me elk legitiem weerwoord op de sponsoropzegging van een poëzieprijs:

De komende jaren richt VSBfonds zich op actief burgerschap. De huidige maatschappelijke ontwikkelingen leiden ertoe dat de verschillen tussen mensen steeds groter worden. (…) Actieve burgers kunnen een relevante bijdrage leveren aan het versterken van de maatschappelijke samenhang en sociale mobiliteit in ons land. De VSB Poëzieprijs, een prijs voor een bundel van een individu, past niet meer in deze koers.

Ontluisterend want tegensprekelijk voor het dichtgenre, en voor de traditioneel humanistische benadering van literatuur. Of zou de wens de vader van de gedachte zijn geweest? En, om bij mezelf te blijven, hoop ik alleen maar dat mijn fascinatie voor taal voortkomt uit een verlangen naar iets als een collectief waarin spreken en schrijven geen ruis verschaffen?
Ik moest ineens denken aan Pim Fortuyn, wiens Engels niet bepaald een slick willy deed vermoeden en wiens Nederlands aan de elementaire kant was: ‘Mijn gebrek aan taalgevoel duidt op een beperkt inlevingsvermogen in anderen, maar het maakt me ook compromisloos en origineel.’
Tegelijk realiseerde ik me dat ik in het verleden lachstuipen kreeg als in- en outsiders die VSB-prijs aanmerkten als ‘belangrijkste’ van de Lage Landen, maar dat ik die kwalificatie voor aapjeskijkerij en hitparadedenken nu, bij monde van de sponsor, ronduit ergerlijk vind.
Dat bij de doorstart, zoals men dat ook ter zake zo fijnzinnig benoemt, een blad annex kanaal voor het hele spectrum worde opgericht, buiten het copy- and pastewezen om.

Enfin, naast J.K. Rowlings reeks die ik, halverwege aanbeland, bewonderenswaardig vind, mede in haar stilistische prediking van het indirecte rendement, blijkt er bij een andere uitgeverij een uitstekend verkopende abecedarium te bestaan, De wereld van Harry Potter.
Om behalve hoogopgeleid ook hoogverdienend te zijn bedacht ik al de titel Alle posities uit Vijftig tinten grijs (met prenten), maar de wegkapitein merkte op dat ik dan eerst dat boek moest lezen.
Het klinkt arrogant dat de lust me daartoe ontbreekt. Ik bedoel eigenlijk mijn vrees liever niet te zien bevestigd dat het gevoel voor registers ook in dat boek wegvloeit. In die zin geloof ik in het voordeel van een letterkunde-achtergrond dat onze kinderen ook oudere teksten consumeren, pakweg van Wipneus en Pim (door een paterscollectief) tot Dik Trom. Herbeluister deze intro:

Moeder was ziek; al sedert vier dagen had zij hevige koortsen, die haar dwongen het bed te houden. Doch hoe ziek zij ook was, toch klopte haar hart van blijdschap, want dezen morgen was haar liefste wensch vervuld: de goede God had haar een zoon geschonken.
Haar man wist nog niet, welk groot geluk hem te beurt was gevallen, want hij werkte op grooten afstand van zijne woning, zoodat het gewoonlijk reeds laat in den avond was, als hij thuis kwam. Nu verwachtte Moeder hem evenwel vroeger, want zij had hem een bode gezonden, om hem het groote nieuws mede te deelen.

Hier thuis wordt zoiets zonder commentaar geslikt. Ik denk en hoop dat zo een alternatief voor dominante zinslengtes en-melodieën in lichamen plaatsneemt. En hopelijk ontdekken ze uiteindelijk ideologische residuen (stand, gender, etnie,…) in zo’n intro.
Toevallig probeer ik al een maand Wild vlees door Celia Ledoux, waarin dat dominante ritme vaardig zijn beslag heeft gekregen. Astmatische zinnetjes, met allerlei merknamen en andere lifestyledetails die identiteiten moeten bouwen. Grote vorderingen maak ik niet in dat boek.
Dan is er nog echte gesproken taal. De gourmande en het taalkundig genie gaan al aardig richting een dialect dat haar mama noch haar papa beheerst. Laatstgenoemd persoon trekt in zijn woonplaats nu al geregeld muren van onbegrip op (‘Ah, u bedoelt een broodje met heps’). Evengoed moest eerstgenoemde afgelopen zomer in een Apeldoornse supermarkt het onberispelijk, dus non-Fortuyns uitgesproken woord wraps driemaal herhalen voor ze het antwoord kreeg: ‘O, de freps, die liggen daar.’
Mijn terugdeinzen voor Vijftig tinten grijs staat in elk geval los van intimiteit. Hoe kan het ook, sinds het taalkundig genie, mogelijk geïnspireerd door haar zusje, samen met me leest. Op de bank, in elkaars armen, jazeker dokter.
Ik ondervind er ook een prettige toename van concentratie door.
Volgens mij is de hobby begonnen nadat er iets was misgegaan. Buitenshuis had ik de inhoudsopgave van Genoeg nu over mij geraadpleegd en het boek vervolgens opengeslagen bij een artikel met ‘slet’ erin. Juist las ik dat Marja Pruis bij een optreden het aantal bedscalps moest onthullen, toen het taalkundig genie haar vinger op de pagina legde, sprak en ik me begon te schamen.
Later die dag las ik voort. Over het ‘het ontstellende besef’ bij het lezen niet alleen toeschouwer maar ook deelnemer te zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen