maandag 5 juni 2017

Future Shock


Een paar tellen ‘in de tuin werken’ doen me weer beseffen wat een rare uitdrukking dat toch is, zijn wortels hebben in. Een zalige, allerminst teleologische puinhoop ontvouwde zich onder het oppervlak.
Toch vallen er geregeld dingen voor die suggereren uit een bepaald nest te komen. Ik woonde een toneelstuk bij dat vergezeld ging van de waarschuwing: ‘Op het podium wordt gerookt’. Nu ben ik opgegroeid in een huis waar tot op de badkamer sigarettendamp te bewonderen viel, maar het is duidelijk dat de maatschappelijke houding tegenover roken in het Westen radicaal veranderd is. Nowhere done.

De redelijk recent overleden Alvin Toffler refereerde in zijn boek Future Shock (1970) tot in de titel aan het gegeven dat menselijk organismen niet elke (idee van) verandering aan kunnen. Schijnbaar overgeprikkeld reageren dan reflexen, die Toffler specificeert in sociale, intellectuele en emotionele aftochten. Terug in de schulp kruipen.
Aardig is dat Toffler een halve eeuw geleden wat trends beschreef die nog bekend voorkomen. En dan doel ik niet op een voetnootje over miljoenen Amerikanen die zich louter metaforisch eigenaar van een huis kunnen noemen omdat ze amper kapitaal erin hebben zitten en hun lening meer op een huurcheque lijkt. Noch op gevechten over eigendomsrechten onder water, op de zeebodem. Of op aansnellende noviteiten van in te planten bevroren embryo’s. En zelfs niet op Tofflers tweevoudige constatering dat kennis steeds veroudert terwijl de mens langer leeft.
Ik doel wel op het eenmalig gebruik van dingen, wat hij noemt ‘modularisme’. Weggegooid en/of ingeruild worden eveneens personeel en/of vrienden. Een oorzaak ziet Toffler in een dan nieuw type werk waarvoor men veel onderweg moet zijn en verhuizen. Het veroorzaakt corporate gypsies, die confronterend zijn voor honkvaste annex streekgebonden mensen: feitelijk achterblijvers!
De clou bleek om nergens wortel te schieten, misschien een extreme versie van zelfsegregatie. Terstond becijfert Toffler dan ook hoe en waarom landbouw niet langer de arbeidsmarkt domineert. Dat er minder mensen op het platteland dan in steden zouden wonen, was toen al evident.
Ook signaleert hij meteen twee reacties: de verandering als ‘uitdaging’ zien of als onbehaaglijk stemmend gevoel. Steeds is innerlijk evenwicht even weg.
Toffler ziet slechts toekomst voor 2 of 3 procent die sneller kunnen leven, want flexibeler zijn en kennis kunnen blijven opnemen. Daartoe is honkvastheid niet echt handig.
Zouden vluchtelingen dan resistent zijn tegen future shocks? Mogelijk zijn juist hun familiebanden (gezinnen heten bij Toffler draagbare wortels) de stimuli voor overleving in plaats van handigheid in het aangaan van ‘functionele relaties’.

Moet ik me als immigrant afvragen waar mijn wortels liggen?
Bij een documentaire over The Analogues die studionummers van de late Beatles reconstrueren om ze live te spelen, met originele instrumenten, dringt tot me door dat alles verdween wat er aan synthesizers en randapparaat in mijn bezit was. En dat mijn eerste aanschaf, de loodzware Fender Rhodes, een heuse elektrische piano die digitaal nooit te imiteren viel, nog altijd in huis is.
Nu heeft muziek natuurlijk de eigenschap zich te hechten aan elke mens, maar ik begreep nu pas dat zoiets verder strekt dan specifieke liedjes die gebeurtenissen en bijbehorende gevoelens weten te evoceren. Het kan ook om een geluidsspectrum gaan (in mijn geval: analoog).
Of om een grillig genre dat door het filter van één persoon samenhangend wordt. Dankzij YouTube dat je laat hippen van het een in het ander, op basis van voorkeuren uit zoekopdrachten, kreeg ik een carrièreoverzicht van Michael Brecker voorgeschoteld. Het bleek geknipt en geplakt door ene Bernie Sanders. En verrek, dat was dezellufduh!
Hij blijkt twee jaar geleden begonnen te zijn met het posten van voornamelijk mainstream jazz (noch ‘Future Shock’ à la Hancock). Solo’s, liedjes en hele elpees. Sinds mei heeft hij dit project pas in volle omvang en met sterk verhoogde productiviteit de wereld in geslingerd.
Alsof hij wil zeggen: daar is een president met zijn wortels, en hier ben ik die op zijn plaats had kunnen staan met mijn traditie.
Over muziek in datzelfde land stelde Bart Meuleman in De donkere kant van de zon dat genres als country, blues en folk bij het platteland horen, maar hun succes kennen in de grote stad die als hun luidspreker fungeert. Daar is de muziek, schrijft hij letterlijk, met wortel en al overgeplant.
Maar los van hun gemeenschap vervreemden deze genres. De zanger kan dan wel zijn heimwee bezingen.
Grappig vond ik bij The Analogues dat door alle uitleg het – Engelse – Beatlesrepertoire heuse klassieke muziek werd. En dat wat surfen op de bandleden me, behalve wederom bij Piu Piu, bij Duplex Johnson bracht, totaal uit mijn geheugen gevallen, rond mijn geboortestad waaronder minstens zoveel water loopt als gewortelte.
Tot slot was er het bericht over fenomenale verliezen die uitgeverij De Bezige Bij heeft geleden wegens niet-terugvorderbare voorschotten aan transferrijpe sterauteurs (zou er een aparte kostenpost zijn voor etentjes?). Stomtoevallig had ik net gelezen hoe de oude Van Oorschot debutant Voskuil het hof probeerde te maken om een typoscript dat de titel Bij nader inzien droeg.
Voor dat bitsige krakertje van meer dan 1200 pagina’s, waarin minstens zoveel sigaretten opgestoken worden, putte de uitgever zich uit in telefoons en (expresse)brieven en bezoekjes, vooral bij nacht en ontij. (Voskuils daaropvolgende boek vond hij ‘lauw water op een filter met reeds afgetrokken koffie’, en toen hield het contact stop).

En tja, moet ik een mening hebben over de IS-aanslagen? Vanuit het wortelframe zal de recentste in Londen mogelijk extra indruk hebben gemaakt doordat ze niet met technologische bomgordels of kalasjnikovs werd uitgevoerd, maar met kapmessen. Ambachtelijkheid, handwerk dat doelbewust appelleert aan oerangsten?
De tuin bewerkt hebbende geloof ik ergens toch dat rizomatische beeldspraak getrouwer de wereld weergeeft.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen