donderdag 22 december 2016

An existential problem



Een naar bijverschijnsel van het drama in Berlijn, dat niet over een moordpartij blijkt te gaan maar over asielzoekers en moslims, vind ik dat mijn vooroordelen bevestigd worden. Ergens hoopte ik dat politici een minimale waardigheid zouden ophouden door niet-recupererend te reageren, maar kennelijk was de verleiding te groot.
Dus daar ging Nigel Farage weer, en Filip Dewinter en Geert Wilders.
Nog een bijverschijnsel: de commentaren en weerleggingen daarvan die ze meteen oproepen, zowel pijnlijk en ergerlijk als hartverwarmend. En nu haak ik verdorie aan.
Af en toe dwing ik me een bliksembezoek te brengen aan Wilderstwitterland. Alle commotie rond zijn foto van een bebloede Merkel (wier gevoelens de PVV-leider kent sinds hij in de publieke ruimte als martelaar werd afgebeeld?) leidt een beetje af van de bijschriften. Het kan aan mijn beroepsdeformatie liggen, maar ik krijg de indruk dat Wilders' taalbehandeling verandert.
Ten eerste gebruikte hij in zijn initiële commentaar meer woorden met veel lettergrepen: ‘Merkel, Rutte en alle andere laffe regeringsleiders hebben met hun opengrenzenpolitiek de asieltsunami en islamterreur binnengelaten’. Het lijkt alsof hij dermate stoomt dat hij een basale communicatiewet vergeet. Met het woord ‘opengrenzenpolitiek’ zijn veel punten te scoren bij Scrabble, maar mede door de huidige spellingswetten leest het niet lekker.
Of verried Wilders’ formulering routine?
De zin als geheel, van 132 tekens, past amper in het Twitterformat. De lange woorden hebben iets weg van hyperlinks, van samenvattingen. Ze zullen voor een overtuigde volger volstaan. Dan nog is het werkwoord ‘binnenlaten’ volgens de schoolmeester in mij inexact. Het valt te verbinden met ‘opengrenzenpolitiek’, terwijl het bedoelt samen te gaan met ‘asieltsunami’ en ‘islamterreur’.
Ten tweede bediende Wilders zich in begeleidende tweets van poëzie. Daar valt bij te meesmuilen, omdat dit genre in zijn denken louter geschikt is voor zogeheten subsidieslurpers. Maar als kamerlid valt ook hij onder de zorgen van de overheid. Zijn digitale oplage ligt wel oneindig veel hoger dan bij dichters in hun ivoren toren van papier.
In deze jijbakkentraditie is het verder saillant dat Wilders zijn gedicht eerst publiceerde in het Engels en een uur later een vertaling gaf in zijn eigen Nederlands.
Dit is de oerversie:

They hate and kill us.
And nobody protects us.
Our leaders betray us.
We need a political revolution.
And defend our people.

Het fameuze wij-zij-denken (waarvan het internet een gelijkende Engelstalige variant geeft) krijgt hier een ereloge. Over de identiteit van de twee partijen licht het gedicht nog geen tipje van de sluier op. Alle vijf regels bevatten wel een wij, ofwel letterlijk, ofwel door ‘us’ en ‘our’. Het zij is waarlijk in de minderheid en wordt slechts in de openingsregel genoemd.
In rond gallicistisch Nederlands heet dit proces als geheel volgens mij insinueren.
De vertaling geeft meer operette:

Ze haten en vermoorden ons
En niemand beschermt ons
Onze leiders verraden ons
Een politieke revolutie is nodig

Om ons volk te beschermen

De laatste twee regels variëren op het origineel. Regel vier ontbeert namelijk een wij en oogt objectiever. De bepleite politieke revolutie wordt dan een performatief handigheidje en veroorzaakt een witregel. Zo krijgt het drastische middel legitimatie door het nobele doel in de slotregel.
Waarschijnlijk ben ik te veel door mijn eigen obsessies overmand als me ten slotte frappeert dat het origineel als een kalasjnikov alle zinnen afsluit met een punt, en de vertaling als een harmonieus multiculturalisme niet.
Wilders liet zijn Engelse gedicht vergezellen door een retweet van een zes dagen oudere schepping:

Islamic immigration

Is an invasion

An existential problem

That will replace our people

Erase our culture

End our freedom

STOP IT NOW

Hier voegde hij na elke tekstregel een witregel in (een techniek die, voor wat het waard is, ook in recente Nederlandse poëzie terug te vinden valt). De nadruk was zogezegd nog nadrukkelijker en vond een hoogtepunt in de slotzin die integraal was opgetrokken uit kapitalen.
Voor de toestand waarin deze tekst zich bevindt leen ik een term die Samuel Vriezen muntte: oorlogsmist. Wilders hoeft niet eens meer te insinueren en haalt maximaal rendement uit de vrijheid van meningsuiting. Een boude stelling wordt domweg als feit aangeboden. Daarin toont dit vooralsnog kleine oeuvre zich consequent.
Die reductie spiegelt zich zelfs syntactisch. De drie gedichten hebben een nevenschikking gemeen, die redenatie en oorzakelijke verbanden overbodig maakt.
Uit alle macht probeer ik te begrijpen waarom mensen zich door zulke opruiingen gesterkt kunnen voelen. Ik zoek raad bij het eerste nummer van Vrij Nederland als maandblad, dat op het omslag belooft: ‘Verzet! Zo gaat links weer winnen’.
Het bijbehorende interview met elf progressieve kopstukken willigt de belofte niet in. Voor de tigste keer gaat het over een ‘goed verhaal’ en ‘persoonlijkheden’. Terecht wordt gezegd dat burgers, de ‘onderstroom’ genoemd, al initiatieven ontplooien. En Zihni Özdil herhaalt zijn overtuiging dat je met Henk en Ingrid moet debatteren in plaats van hen te ridiculiseren.
Het mag simpeler en gedurfder, is de conclusie. Maar elders in het Vrij Nederland-nummer bekritiseert Hafid Bouazza het bijbehorende taalgebruik van ‘verbinden’, wat Bram Peper ter plekke verklaart uit het hebben van idealen bij ontstentenis van een ideologie.
Deze voormalige PvdA-burgemeester van Rotterdam hekelt de radicale systeemkritiek van de jaren zeventig, die hij eigenlijk verklaart uit de gevolgen van de secularisatie: politici waren voormalige gereformeerden en katholieken. Bouazza verwijt hun opvolgers een gebrek aan realiteitszin en het mijden van confrontaties. Zijn vrije meningsuiting is hem te dierbaar om ‘een politieke pion te worden’.
Van één tekst in Vrij Nederland weet ik vrij zeker dat deze aan links demonstreert hoe het niet moet. Twee verslaggevers trekken naar het voor hen wel heel erg diepe zuiden van Venlo om herinneringen aan Wilders los te peuteren. Dit resulteert in twee stukjes uit een schoolkrant en twee jeugdfoto’s.
Moet Wilders dus onserieus genomen worden? Natuurlijk kon ik het niet laten ook even naar de vernieuwde boekenrubriek te kijken. Eén medewerker produceerde één recensie plus vier signalementen. Zo wordt een poëziebundel voorgesteld in minder dan honderd woorden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen