vrijdag 1 april 2016

De ware clash


 

Alweer een tijdje ondergaan de quicksteps van de laaglandse literatuurkritiek een prettige gesel: de Lezeres des Vaderlands. Alleen al die naam is een vondst, gelet op het inkapselend gehalte van de Dichter, Denker, enz. des Vaderlands – en juist nu de natiestaat haar ‘grondvesten voelt trillen’ door vluchtelingenstromen en de Europese Unie. En wat deze Lezeres uitricht is minstens zo actueel. Structureel gaat zij (hij?) na in hoeverre de literatuurkritiek, in de breedste zin, plaats heeft ingeruimd voor vrouwen.

Het gesneer op haar werkzaamheden is niet van de lucht. Doordat de Lezeres telkens begint met tellen, worden de resultaten van haar onderzoekjes per week meer ontnuchterend. Dus richt wederkritiek voorbij de getalletjes zich op haar uitgangspunt. Is dit een grap? Anno 2016 een focus op vermeende achterstelling van vrouwen? Blijkbaar wel. De gebelgde reacties bewijzen dat de verhoudingen omgekeerd worden. Dat slechts 12,5% van de Wikipedisten uit vrouwen bestaat, verklaarden ze eruit ‘zich er niet goed bij te voelen het werk van anderen aan te passen, iets waar mannen minder problemen mee hebben’.

Daarbij is het opmerkelijk dat in het omkaderende literaire bedrijf meer vrouwen werken dan mannen. De branche drijft op communicatieve arbeid, waarbij virtuoos representatief klanten (auteurs, en boekhandelaren en recensenten) tevreden moeten worden gehouden. Daar ligt zelfs op opleidingsvlak de m/v-verhouding scheef.

Bijna vilein versloeg Dubravka Ugrešić in 2012 haar optredens op fora en festivals. Ze wordt steevast begeleid door vriendelijk zwijgende en met de creditcard zwaaiende meisjes die ‘literaire kritiek en filosofie’ studeren – een stage die hen zal brengen tot de hoogste kringen. Hetzelfde jaar benoemt Ugrešić dat de boekenbranche een wereld is waarin vrouwen het werk doen en waarin mannen de haan uithangen in polemieken en paneldiscussies. Vrouwelijke auteurs worden volgens haar ook altijd naar persoonlijke zaken gevraagd, in combinatie met gezin, terwijl mannen grootse visies moeten ventileren.

Wat de professionele schrijfster daar met schwung doet, doet de Lezeres des Vaderlands wat verbetener. Dat maakt haar project gevoelig voor aantijgingen, en voor nieuwsgierigheid naar haar (zijn) identiteit. Nu ja, ik kan louter voor mezelf spreken. Normaliter laat het me koud wie ‘de mens achter de schrijver’ is; biografieën en interviews interesseren me matig. Toch schreef ik iemand aan die ik ervan verdacht de Lezeres te zijn.

Gelet op de breedte en historische uitdieping van haar onderwerpen dacht ik vervolgens aan Maaike Meijer. Sinds ik echter heb begrepen dat de Lezeres erg actief twittert, geloof ik dat het iemand anders moet zijn (al zegt deze hypothese vooral iets over mij en mijn beeld van Meijer). En deze week volgde dan de ‘onthulling’. Ik vond het een passend tijdstip, omdat toen in Trouw een sympathiek manifest verscheen van 182 academici, filosofen, schrijvers en kunstenaars over het vluchtelingenvraagstuk. De tekst had een betamelijke m/v-verdeling, maar ik verbind hem vooral met de Lezeres door de aanpak en door de reacties.

Om een punt te maken dat onderlag in de discussie, betoonde het manifest zich veeleer manicheïstisch dan genuanceerd. Dat doet geweld aan andersdenkenden. Reacties vielen uit te tekenen, zelfs op de brave Trouw-site. Daar legde de huiscolumnist tegenstrijdigheden in het betoog bloot. Elders kregen vraagstelling en diagnose, waarin de term ‘islam’ ontbrak, het flink te verduren. En natuurlijk trof het eveneens hoe landgenoten bezien werden.

Verbijsterend hoe vermeldingen van vakgebieden bij wetenschappers al hoon verwekten. Alsof de zogeheten ivoren toren er al uit opdoemde. Dat bleek nog dezelfde dag, toen er bij een andere casus een weinig vreugdevol antwoord kwam op de voor internet zo relevante wedervraag die naar hypocrisie hengelt: wat doe je er eigenlijk zelf aan? Bizar was verder dat de machteloze ondertitel van het manifest, ‘pleidooi voor openheid’, eveneens aan de basis had gelegen van de kakelverse ordening der wereld door een schrijver, voor Nederlandse en Belgische kranten, na de aanslagen in Brussel: ‘Dat is de ware clash: die tussen open en gesloten geesten.’

Het probleem dat wordt ervaren is dat het zoeklicht van de aanklacht niet alleen de wereld vertekent, maar ook mensen met andere ideeën beschadigt. Daar zijn twee kanttekeningen bij te maken. De eerste gaat over intenties, die automatisch als kwaadaardig opgevat worden. Waarom? Zijn sommige waarden heilig? De hemelbestormingen van Pierre Boulez tegen fossiele muziek, stelt een biograaf, geschiedden uit naam van de traditie. Evenzo is Nietzsche marketeer van God geweest. In de tegenrichting zou er niet met etiketten als ‘xenofoob’ en ‘racistisch’ gezwaaid hoeven.

Een tweede kanttekening betreft het gevoel dat kritiek op andermans praxis domweg getuigt van een gebrek aan respect – de Lezeres als Bovenmeesteres. Matthew Crawford noemt deze houding ‘liberaal agnosticisme met betrekking tot het goede leven’. Hij doelt op de principiële weigering iets te veroordelen, omdat we dan bevoogdend zouden optreden of onze eigen waarden opleggen. En we zouden daarmee nota bene een privégevoel tot uitdrukking brengen. Met Crawford ben ik ervan overtuigd dat dit subjectivisme heilloos is. Kritiek begint met intersubjectiveit – waarvan de wereld hopelijk profiteert.

Juist door haar data en doel en vooronderstellingen op tafel te leggen, is het project van de Lezeres des Vaderlands bij uitstek intersubjectief. Dus voel ik me gerechtigd te antwoorden dat het gehanteerde zoeklicht slechts een opening kan boren. Het lijkt me onvoldoende om er positief over te zijn dat schrijfster Griet Op de Beeck als vrouw veel aandacht krijgt, zonder de aard ervan (als succesfenomeen annex orakel) te wegen. Of de context niet te vermelden: dat er tegenover vier van de vijftien bladzijden die in een boekenbijlage voor haar zijn gereserveerd, één pagina staat waarop pakweg zeven titels worden besproken in maximaal honderd woorden elk.

Uit commentaren van de Lezeres des Vaderlands op de actualiteit blijkt bovendien dat literatuur niet het enige medium is waar de rol van vrouwen dubbelzinnig mag heten. Hoe raar het ook klinkt, maatschappelijk is er nog steeds een achterstand, misschien juist in de milieus waar onrecht het hardst wordt aangevochten. De samenstelling van Raden van Bestuur en dies meer kan stukken evenwichtiger.

Ja, dat beweer ik, als hoogopgeleide blanke meneer van beangstigend middelbare leeftijd. Met protectionistische aanvechtingen bij, zeg, dansmuziek.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen