maandag 17 oktober 2011

Democratie

Bankiers en belastinggeld komen momenteel voor hun eigen bestwil beter niet in elkaars buurt. Het laatste lijkt een geïnstitutionaliseerde bonus voor de eerste, en dat zit niemand lekker. Behalve bankiers zelf? Zelfs echte bonussen appelleren minder aan prestaties dan aan wereldbeelden die de laatste weken, gelukkig, openlijk bakkeleien.
Vrij recent heeft Hans Wiegel zo’n man verdedigd die uitstekend werk had verricht, en daarom toch best volgens afspraak een beloning mocht? De vraag is waarom in zo’n gastvrij land die afspraak gemaakt is. Minder dan aan de rat in het experiment van Skinner herinnert mij de zo gemotiveerde mens aan het drama dat ons taalkundig genie graag ten beste geeft, als ze beweert dat ze recht heeft op een chocoladewafel omdat ze flink haar boterhammen heeft opgegeten.
Een ander precair puntje staat ter achterzijde van dat bonusbiljet: de gouden handdruk. Daar is een groot zogeheten afbreukrisico de ratio van. Indien het misloopt, zit men zonder inkomen. Een doorsnee sterveling valt dan in een werkloosheidsuitkering, maar die staat onder druk wegens vermeend misbruik na historische wasdom.
Tja, binnen twee van zulke vangnetten kan zich gedrag ontvouwen dat aan de voorspelbare kant is. Dat de CEO van een met belastinggeld geredde bank na vaste vergaderingen geen huurappartement of Thalys pakt, maar een hotelkamertje à 545 euro per nacht. Dat de concerncommunicatiedienst dit bedrag herroept tot 150. Dat dit voor collega-media voer voor stennis is in de metacultuur (die ik hier dan signaleer), en passant de teller op 185 zettend. Dat in een onthullinginterview een insider weet dat de CEO prototypisch handelde: ‘Hij beslist alles, samen met een meute van experts en consultants. Dat is typisch Frans. Dat loopt van Lodewijk XIV over Napoleon.’
Het kader rond de voorgaande nieuwsfeiten en redenaties is natuurlijk het neoliberalisme. Langjarige kritiek daarop wordt ‘lifestyle’ genoemd door uitgerekend Bas Heijne, wel heel erg vreemd. Maar laat ik me niet opwinden en prettig verrast zijn dat er nu jongeren opstaan en zich verenigen. Fijn ook dat zij, in tegenstelling tot vooralsnog breder ondersteunde fenomenen als de Teaparty, en in de Lage Landen de N-VA en PVV, eenheid niet regionaal zoeken maar letterlijk wereldverbeterend proberen te zijn.
Die ambitie valt te begrijpen uit de globale aard van problemen, zich uitstrekkend van bancaire systemen tot en met ecologie. Aldus aangerichte ellende grijpt overal in huishoudens in, op meerdere niveaus. De opstand daartegen moet zelf procentueel een groeimarkt aanspreken. Logisch, omdat de vrije markt indruist tegen een intuïtie van wat eerlijk kan uitpakken, waardoor deze ideologie met dermate zwaar geschut moet worden gelanceerd dat ze een weergaloos godsbewijs in herinnering roept, als verwoord door Richard Dawkins: ‘De meerderheid van de wereldbevolking gelooft niet in het christendom. Dat is precies wat Satan in de zin had. Dus God bestaat.’
Welke nuance je ook in de protesten kunt aanbrengen, ze wijzen niet de richting op van een comfortabele weg en blijken concreet. De indignados in Europa zijn verwant met de occupybeweging in Amerika, die zich op haar beurt wist geïnspireerd door de Arabische Lente.
Gelukkig mag universalisme lonken. Ook verheugt me dat, contrair aan neoliberale evidence-based policy van de stille diplomatie, woede expliciet de drijfveer is. Tot naburig genoegen trof ik als afzetpunt ‘het systeem’ aan, de term niet-ironisch ingezet, laat staan verworpen op basis van laptopwaarheden en non-events bij naar eigen getuigenis gepokte types, die misschien de staat van hun toch wat blasé of bangelijk ego weerspiegelen.
Goh, wat raak ik van die protestberichten in een goed humeur. Zelfs het idee dat Facebook in de verbreiding een cruciale rol heeft gespeeld, kan ik verdragen. Misschien is het een groter wonder dat er, behoudens in Rome, amper geweld aan die demonstraties kleeft. De samenstelling van deze a-hiërarchische gemeenschap is toch heterogeen en het gedachtegoed moet nog uitgekristalliseerd. Het middel van de ludieke actie zal menigeen doen terugdeinzen, maar bewijst op dit punt nut – zou de als grotegelijkhebber min of min uitgekotste Michael Moore, die in Capitalism. A Love Story bijvoorbeeld Wall Street met een geel politielint omgordde, alsnog een voorbeeld zijn?
Vanzelfsprekend heb ik bij die indrukken makkelijk praten. In een verwarmde studeerkamer, zelden geconfronteerd met financiële verleidingen. Slechts eenmaal, staat me bij, heb ik me een houding moeten geven tegenover overvloed. Dat was op een receptie na uitreiking der Vlaamse Cultuurprijzen waarvoor ik, Nederbelg, was ‘genomineerd’. Eerder die avond had ik bedacht dat voor het geld van de theatershow met al die uitreikingen vele sans-papiers een jaar verder hadden gekund, maar de aanblik, tussen alle fine fleuren door, van het eten en drinken deed me besluiten even geen gedachten te willen. Achteraf bezien pikte ik mee van eigen belastingcentjes, die voor een (werkbeurs)deel op hun beurt van de belastingbetaler komen.
O, besef van de eigen positie en het vak en de context waarin dat maatschappelijk meedraait, al dan niet tegen heug en meug! Een collega noemde Thomas Tranströmer een ‘een zo goed als onbekende dichter’. Gelukkig bestaat er ten aanzien van literatuur ook lef en visie.
Als finale een streven tot vertalen uit het Engels van iets wat ik een bloemlezing tegenkwam, en stamt uit de bundel The New World (1993) van Suzanne Gardinier:

Democratie

Niets doet pijn maar de voet is onverzettelijk
De voet sijpelt De voet is nooit genezen
De doorboorde en gezwollen voet blijft niet verborgen
De voet zal inbegrepen zijn bij alle kosten
De voet zal ontlasten De voet zal bewustzijn
en slaap organiseren tot erop wordt gelet
Opgelet De voet heeft iets te vertellen
maar geen snelle praatjes De voet is verzegeld
en bonst op de vloer met stemloze lettergrepen
in code De voet heeft een verslag
dat de voet niet kan doen De voet sleept zich
tegen huilen aan over de zilveren overvloed
van opgestapelde vis ter verbranding tegen amputatie
tegen het verhandelen van koper cacao en tin
tegen het besproeien van voorbijgangers met series
munitie tegen verplaatsing van daden
tegen het spuwen van gemopper van de beproefden
en verdwenen onder berichten van uitzetting
tegen vlechten van zwepen met verzilte handvatten
tegen kalkoen-met-cranberry-etentjes tegen
de scheepsruimen tegen geweld op daken
en op dennennaalden tegen gomorra’s en geweren
tegen huizen voor veilingen en terechtstellingen
De voet klopt het onherkenbare vuil af en wordt
moe maar neemt geen pauze De voet gaat door

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen