vrijdag 18 februari 2022

Het motto van deze regering

 

 

Vooruit. Politieke vernieuwing, digitale cultuur en socialisme (2021) van Ico Maly is even leerzaam als deprimerend. De marketing komt nog altijd bij je thuis tegenwoordig, maar verder over de drempel dan een aap zou wensen. Van een schermpje naar je hoofd, het is in de politiek evengoed een kleine stap.

Het boek is beter geschreven dan ik verwacht had, al gebruikt ook Maly te pas en te onpas dat rare werkwoord ‘vervellen’ wanneer er iets is veranderd dat weinig goeds belooft. Maar hij beschrijft al genoeg waar ik met grote, allerminst begerige ogen naar kijk. Lang maakte het vak van copywriter me jaloers, nu weet ik het even niet meer.

Wat voor een mensbeeld moet je hebben om, voor een partij die ook als beweging solidariteit in het vaandel zegt te dragen, een funnel te construeren? Da’s een trechter waar zelfs klanten van Dante nooit meer uitkomen. Hier gaat het om digitale oproepen aan zogeheten gewone mensen eindelijk te zeggen waar het op staat. Die input wordt door hoogopgeleide partijstrategen vervolgens genegeerd, geherformuleerd of gekopieerd.

Bizar is te lezen dat partijleider Conner Rousseau zich bij Vooruit, zijn naam voor socialisten 2.0, inspireerde op ‘een paar slimme gasten in een café in Gent (die) een ongebruikte oven zagen, hun geld bij elkaar legden en ZELF brood begonnen te bakken.’

Maly tekent terecht aan dat dit meer klinkt als een start-up dan als een socialistische eenheid, maar ik hoor in Rousseaus uitleg nog iets. Het ontstaan van de vrije markt namelijk, volgens Adam Smith, die bij bakkers een welbegrepen eigenbelang zag – dat door een onzichtbare hand zou worden gecorrigeerd wanneer de prijs voor de klant de hoogte in schiet.

Vermoedelijk hoorde Rousseau zelf in het initiatief van zijn slimme gasten Geen woorden maar daden (een motto dat bij een bepaalde Rotterdamse voetbalclub ook aanslaat). Maar dat denk ik wegens een citaatfragment waarmee Maly me zowaar de slappe lach bezorgde. Dus sloeg ik er dankzij zijn eindnoot het interview op na. En Conner Rousseau, King Connah voor de vrienden, zegt het echt:

 

Toch ben ik er echt van overtuigd dat deze regering het geloof in de politiek kan herstellen, door fatsoenlijk beleid te voeren en elkaar niet voortdurend aan te vallen in de media. ‘Show, don’t tell’, dat moet het motto van deze regering zijn.

 

Of schater ik uit leedvermaak? Niets menselijks is mij vreemd, maar dan zou ik me veeleer schamen mijn eigen vak zo belangrijk te vinden dat iedereen het zou moeten kennen.

Hetzelfde interview leerde me trouwens dat Rousseaus boek T., een zogeheten origin story die zijn politieke passie wil verklaren uit zijn jarenlange vrijwilligerswerk bij de jeugdbeweging, eerst anders zou heten: Mijn kampen. ‘Die titel werd me voorgesteld, maar ik had geen goesting in een Hitler-rel.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten