vrijdag 17 juni 2016

Bovenarms




Hebben de Rode Duivels het moeilijk? Over de openingswedstrijd tegen Italië was de gourmande, voor wie we binnenkort op ‘kleuterproclamatie’ moeten, terdege ingelicht – volgens haar hadden de Rode Duivels tegen Vlaanderen gespeeld.
Daar had ze ergens wel gelijk in. Als bewijs zou ik nu de juiste opstelling moeten geven, maar ik heb de sportschool niet afgemaakt.
Als culturo ligt voetbal me natuurlijk na aan het hart. De kwalificatie ‘natuurlijk’ belooft misschien een legitimatiepolitiek, desnoods met campy intellectualisme. Ik bedoel haar als bestanddeel van dagelijks leven.
Zoals uit zijn dagboeken uit de jaren zestig en zeventig blijkt, was dat bij Jan Wolkers evenzeer het geval. Een kruising tussen ontspanning en inspanning, net zoals lezen, televisiekijken en ruziemaken over politiek met bezoekers dat voor hem konden zijn.
Even vanzelfsprekend als zijn steun voor de CPN, het Angola Comité en de Anjerrevolutie was toen Wolkers’ afkeer van West-Duitsers. Nadat ze op de WK 1974 van de DDR hadden verloren: ‘Die moffen zijn volkomen van de kaart. Een tweede Stalingrad’.
Dit lijkt toch een wat ander universum dan dat waardoor Komrij zich bewoog. In zijn bevindingen over het televisiejaar 1976, neergelegd in het boek Horen, Zien en Zwijgen, zou deze met afgrijzen melden dat er in één weekend drie voetbalwedstrijden integraal werden uitgezonden.
Weer iets later – ze waren alweer volledig hersteld van de uitschakeling in de Europacup 2 door FC Magdeburg – begon ik thuiswedstrijden van NAC te bezoeken. Daar klonk een slogan die in de recentste spelling waarschijnlijk aldus moet: hiha hondenlul. Misschien is die tekst inmiddels voorgedragen voor de UNESO-lijst voor immaterieel erfgoed.
Het waren, kortom, de topjaren van het Nederlandse voetbal die zo pijnlijk contrasteren met de huidige woestijntijden. Gelukkig dus maar dat er Rode Duivels zijn, hoe schutterig hun banbliksems momenteel nog over het veld gaan.
Van mijn rare afstandje vind ik het toch nog ongelooflijk hoe de verveling boven de rivieren wordt verdreven. Er kwam bijvoorbeeld een woordenlijst met Voetbalvlaams. Daarvan waren mij na vijftien jaar grensoverschrijding de meeste termen nog niet bekend. Maar wat of wie ik ben is mij al langer een raadsel.
Een enkel woord ken ik wel, zij het in een andere betekenis (‘recuperatie, titularis’). Voorts zou het leuk zijn te boekstaven dat in België de bal niet stuitert maar, adequater, ‘botst’. Ook miste ik ‘tornooi’ – dat schoot me te binnen omdat ik van de tekstverwerker een rode streep had gekregen onder mijn tiepsel ‘tournooi ‘.
Een toevoeging aan de woordenlijst kan verder een hele uitdrukking zijn, die dan letterlijk mag worden genomen: ‘Het gaat er bovenarms op’. Voetballers ogen als grootverbruikers van de tatoeage.
Allemaal flauwekul, uiteraard, maar ik pas me aan aan het geboden amusement. Het is mij althans nooit gelukt om hooliganisme te lachen (wie gaat dat betalen na een Brexit?). Als ik het goed begrijp, heeft het toernooi verder slechts een Hosen-gate opgeleverd, ook wel snuffelgate.
Omdat ik snob genoeg ben de wedstrijden te bekijken op de VRT, was mijn hoop gevestigd op eindelijk een vrouwelijke kenner, vooraf en in de rust en na afloop. Helaas spreekt ze hetzelfde analistenjargon, terwijl er zoveel zinvols mogelijk is.
Wat dat aangaat was de sensatie groter toen ik onlangs als oefening spelertjes op de keepende trainer zag aflopen, waarbij telkens het bevel ‘Dribbel me!’ afging. Bij een onovergankelijk werkwoord een lijdend voorwerp, da’s klasse. En dan ook nog scoren.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen