zondag 2 juni 2013

No welfare state


Hangt bij ontstentenis van zomer afscheid in de lucht? Na Clive Dunn, annex korporaal-slager Jones, viel weer een ster uit Dad’s Army: Warden Hodges, hoofd van de burgerlijke luchtafweer. Pas nu dringt tot me door dat Bart De Wever met ‘Zet die plaat af!’ een tribuut gaf aan hem, die de in oorlog verkerende medemens toebeet ‘Put that light out!’
Dansen op een graf? Acteur Bill Pertwee, die de rol van Hodges speelde, stelde over Britannia een diagnose: ‘Things began to disintegrate in the later 1950s. It was when we stopped communicating with each other. The wealth rollercoaster of the 1980s made it worse. It's a great country, but we've lost our way a bit.’
Het doet me denken aan het liedje ‘Those were the days’, vooral de zinsnede ‘didn’t need no welfare state’. Natuurlijk is dat de begintune van All In The Family, waaraan deze week de ijselijk vals zingende steractrice Jean Stapleton ontviel.
Eh, het referentiekader? De jaren zeventig? Beide series werden gedomineerd door kleine kalende heren met hilarisch grote, conservatieve opvattingen. Kapitein Mainwairing had de vader kunnen zijn van Archie Bunker. En die van Bart De Wever?
Afgelopen week stond voor mij ook in het teken van rouw om de opiniepagina. Ditmaal was het Karel De Gucht die, onder verwijzing naar Burke, bij het oren wassen van De Wever termen gebruikte als ‘zijn soort nationalisme’ (2x), ‘dit soort bekrompen nationalisme’, ‘het rauwe nationalisme’. Zoiets staat dan in de ene kwaliteitskrant en wordt prompt vermeld op de website van de andere kwaliteitskrant, die even later de repliek van de getroffene publiceert, wat dan weer vermeld wordt op de website van de ene kwaliteitskrant, zonder interpretatiecorrecties in Burke, tegenwoordig nochtans een merknaam.
Zou het heel erg onbegrijpelijk zijn dat er weinig vertrouwen heerst in de politiek, zowel op lokaal als op internationaal niveau?
Aan de andere kant van de grote rivieren deed, vanuit de andere kant van het spectrum, Jan Pronk van zich spreken. Hij zei vaarwel tegen zijn partij waarin hij zich na een half eeuwtje niet meer herkennen kon. Een kenner ontwaarde bij hem een ongeneeslijke ziekte die ‘beginselvaste wereld van gisteren’ heette. Dit reproduceerde zich toch maar mooi door naar de jaren zeventig, waarover later ooit hopelijk meer.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen