vrijdag 3 mei 2013

Het moet minstens Red Bull zijn


Paul Verhaeghes ideeën in Identiteit hebben een grote weerklank gekregen, waardoor hij als auteur goeroetrekken krijgt. Zo’n consequentie heeft iets lolligs, omdat het boek dit type sterke man verwerpt. Soepeltjes wordt Verhaeghe een autoriteit op belendende vlakken, een rare provisie voor de verademing dat links eens niet met Been there, done that de rug wordt toegekeerd.
De verdienste van dit boek schuilt in de mix van brede onderwerpen met het lef daar maatschappelijk over te oordelen. Maar hoe goed kent deze psycholoog vreemde vakgebieden? Waarom is zijn visie zinniger dan die van de gemiddelde blogger waartegen hij bezwaren maakt? Tegelijk is het nog een opgave om het in grote lijnen met hem oneens te zijn. Bij het lezen bekroop mij wel het idee dat er iets gerieflijk ongenuanceerds in zijn aanklacht zat. Ik kon dat alleen niet bewijzen en wantrouwde mezelf.
Het feit dat er door cynische bankiers, wier halsbrekende toeren volgens Verhaeghe worden gedaan in een stemming als tijdens de consumptie van porno, bakken geld verloren gaan, bewijst in de eerste plaats dat er geld is. Het perspectief hoeft niet oeverloos breed te worden om te constateren dat het Westen verhoudingsgewijs nog aardig in de slappe was zit. Een dooddoener die mijn oog in beeldspraak laat tranen, gewend als het is aan schaduwzijden – zwakkeren zijn er sinds twee crisissen verder op achteruit gegaan.
Vergis ik me, of hebben velen het beter dan ooit? Vaak wordt beweerd dat de middenklasse aan het verdwijnen is, maar mij lijkt juist dat er een hele laag ontstaan is die, simpelweg door tweeverdienerij, safe zit. Hoeveel mensen in de Lage Landen permitteren het zich inmiddels niet om meerdere keren per jaar op vakantie te gaan? Of hebben, even het cliché sorterend, een tweede huis in Frankrijk of een appartement aan de Belgische kust? Zouden Marqt en Bioplanet zo’n succes hebben indien het die nieuwe laag slecht verging?
Geld terecht parend aan macht leunt Verhaeghe op Mark Bovens’ concept van de diplomademocratie, terwijl de werkelijkheid van het onderwijs inflatoir lijkt geworden. Bijna iedereen is hoogopgeleid – en niet per definitie participerend, laat staan nuttig. Uit de zogenaamde onderlaag komen daarentegen steeds meer onmisbare krachten: ambachtslieden en Handige Harry’s die de vraag nauwelijks aan kunnen en daar een fijn inkomen uit halen. De zogenaamde bovenlaag, voorheen academici, valt uiteen uit knappe koppen, ambitieuze koppen, handige koppen, onhandige koppen en domoren. Bij hun survival of de fittest spelen extrinsieke activiteiten als communiceren en netwerken.
Bankiers vormen evengoed een legitimatieschild. Onder referte naar hen wordt misschien vooral onder de pet gehouden dat die nieuwe laag welvarenden bijvoorbeeld voor kunst een ideale afzetmarkt kan vormen, ware het niet dat hun interesses materieel blijven. Zoals de door hen ingeslagen bioproducten in eerste instantie de eigen gezondheid dienen (en met de tweede auto worden vervoerd). Voor mij maakt dit het minstens zo zuur dat ook in de Lage Landen toenemende aantallen burgers in armoede raken, desnoods onder de vlag van ZZP.
Dat het voor redelijk wat mensen goed gaat, betekent eveneens dat het beter kan. Waarom dat niet uit alle macht geprobeerd? Ik bedoel, ga in de Lage Landen eens naar een zaterdagmarkt, puilende manden, een keur aan verse producten, koffiebarretjes eromheen, het kan niet op. Doe daar een standpunt bij: als er op dat peil wordt geconsumeerd, dan voor iedereen. Of: als er minder wordt geconsumeerd, dan voor iedereen.
Natuurlijk worden er butsen geslagen in het vertrouwen, staan sociale zekerheden inclusief het pensioen ‘op de tocht’, maar in vergelijking met die gouden jaren, waarin ik opgegroeid ben, kunnen mijn kinderen culinair alvast tippen aan een happy few: couscous, courgette, aubergine, feta, paprika, olijven, hummus, broccoli en, leve de bioboeren, pastinaak, raapjes, postelein… (De dieren zwijgen zoet uit liefdevolle overvloed, zei Achterberg al.) Ik besef dat ik hiermee een old school multicultigeluid laat horen, in termen van verrijking, dat volgens een scherpzinnige criticus niet alleen rationaliseert maar bovenal een verlegenheidsargument zou geven.
Herkenbaar bij Verhaeghe, en bij Slavoj Zizek verbeeld door een onvervalste Slavische koe, is wel de drive achter de verschillen tussen posities van hoogopgeleiden: dat spiegelen meer telt dan gunnen. Onlangs werd deze invalshoek voor de actualiteit aan een historicus voorgelegd:

Een prominent N-VA'er zou zich ooit hebben laten ontvallen: ‘Liever een arm Vlaanderen dan een rijk België.' Aannemelijk?
‘Dat verbaast mij niet. Vandaag kan dat niet meer hardop gezegd worden, omdat je daar geen verkiezingen mee wint. Maar vroeger werd dat zelfs openlijk gezegd en geschreven. In de jaren twintig van de vorige eeuw werden de Scheldeverdragen door Vlaams-nationalisten onder vuur genomen. Omdat die verdragen in het voordeel van Antwerpen zouden zijn, en dus in het voordeel van de Franstalige werkgevers, en dus van Brussel, een vazal van Parijs.'


Rechtvaardigt dit onheil van het soort dat Verhaeghe in zijn bijargumenten predikt? ‘Was bescheidenheid vroeger een deugd, tegenwoordig is ze een afwijking.’ Met alles wat in het juichende competentiekoeterwaals van mondig naar assertief is gegaan, loert in Identiteit de karikatuur. Uiteraard heeft de grotere rechtvaardigheid van een meritocratie geleid tot een prestatiemaatschappij, maar is doorarbeiden de enige remedie en blijft de keuze dan die tussen succes of loser?
‘Koffie volstaat allang niet meer, het moet minstens Red Bull zijn’. Dit is, met alle respect, larie(koek). Misschien wel juist omdat de ampersandeconomie in de koffiebranche iets heeft blootgelegd wat Verhaeghe in zijn conclusie gelukkig lucide vertolkt: ‘In de verplichting om het te maken, om zoveel mogelijk te genieten, worden de postmoderne consumenten kopieën van elkaars exclusiviteit, zonder het voordeel van de onderlinge verbondenheid. Vandaar de vreemde combinatie tussen een doorgedreven individualisme en een collectief consumentisme waarin we allemaal de illusie koesteren dat we uniek zijn.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen