zondag 4 november 2012

Something to be sure

Nu de Vlaamse Boekenbeurs bezig is, kun je er vergif op innemen dat hoon uitgaat naar successchrijvende televisiekoks. Je kunt je echter afvragen hoeveel procent van de literaire populatie de spirit heeft om aan het bestaande meer toe te voegen dan designconformisme. Een mespuntje respect lijkt op zijn plaats. Ik meld me voor vergelijkend warenonderzoek. Helaas, in tijden van het Noord-Nederlandse regeerakkoord biedt mijn voornaam zelfs foutief gespeld louter een platform voor guillotinaire toestanden. Een ander voorbeeld kan gelukkig volstaan: zelfs in de beste families, weet ik toevallig, verwijst de zonder blikken of blozen over tafel gaande ‘Jeroen’ niet naar Brouwers noch naar Mettes noch naar Olyslaegers.
Dat mijn bijnavoornaamgenoot in het defensief zit, komt natuurlijk door mogelijke gevolgen van het regeerakkoord, getiteld Bruggen slaan. Uiteindelijk lijkt voor stemmers de portemonnee nog meer een graadmeter dan een krantenkop. Dat onder de bevolking spijt afgetast wordt voor steun aan een partij terwijl de formatie nog aan de gang is, en dat de officiële opiniepeiler op ditzelfde item doorgaat na het regeerakkoord, dus nog altijd voordat het kabinet is begonnen, vind ik nogal luguber. Wel amusant dunkt me dat amice Bolkenstein de term ‘linkse broeders’ al uit de mottenballen gehaald heeft.
Het zijn feestelijke, maar prangende tijden. In het banenbijvoegsel bij de weekendkrant vertelde een columnist dat het dermate rustig was op zijn werk dat hij het koffiezetapparaat niet had aangesproken en uit een Senseo had genomen – voor consumptie moest alleen het schuimslib nog weggeschept. De index van het bijvoegsel die normaal een dubbele, meerkolommige pagina nodig heeft voor een overzicht van de vacatures, was deze week zelfs met grotere regelafstand miniem, omdat er vier (4) banen te besolliciteren waren.
Een reden te meer dat literaire auteurs als bekendheden meedoen aan vakantieprogramma’s, zelfs in de zuurste lucratieve worsten happen die hun voorgehouden worden, en dat televisiekoks boeken zijn gaan publiceren: iedereen kent het recept van een appeltje voor de dorst. Of zou het publiek niet capabel zijn om werkelijkheidniveaus te onderscheiden? Vanmorgen speelde het taalkundig genie poppenkast met haar handdieren achter de stoel van de gourmande die ademloos toekeek totdat de draak de rugspijlen begon aan te vreten.
Wel heb ik inmiddels een aantal afleveringen van Dagelijkse kost gezien en steevast refereerde ‘Jeroen’ aan gewoontes van zijn ‘grootmoeder’. Is over literair auteur Willem Wilmink, die zich positioneerde als gewone man, beweerd dat hij op basis van zijn verhalen een grote familie moet hebben, bij ‘Jeroen’ heb ik het vermoeden dat hij het grootste aantal grootmoeders van de hele wereld heeft. Dit bezit kan renderen. Mij bleek de afgelopen jaren uit de koffiebranche dat alles wat met oma’s te maken heeft staat voor betrouwbare kwaliteit en authenticiteit. Hoewel mij is verteld dat de mijne zich vooral bezighielden met kwijnen, moeten grootmoeders uitzonderlijk druk en bekwaam zijn geweest. Ook op culinair vlak. En ik beken, in mijn bezit zijn meerdere recepten van hachee en hangop, maar op het moment suprême zoek ik altijd mijn heil bij Grootmoeders grote keukenboek. Nostalgische recepten en praktische tips.
Waren grootmoeders ook beter in taal? Theoretisch gezien konden ze in dat geval helderder denken. Ik ben retrospectief benieuwd wat ze zouden vinden van de openingszin van Bruggen slaan: ‘VVD en PvdA delen een onverwoestbaar geloof in de toekomst, een rotsvast vertrouwen in wat Nederlanders samen voor elkaar kunnen krijgen en de diepe overtuiging dat ons land de komende jaren een stabiel en daadkrachtig kabinet nodig heeft om hiervoor kracht en energie vrij te maken.’ De vetjes heb ik zelf toegevoegd, ter overweging, gesteld dat een agent het regeerakkoord aanbiedt bij een literaire uitgeverij. Ik acht dat denkbaar vanwege de personificatie in de titel, die duidelijk de tweede regel wil vervangen van het extreemlinkse canongedicht dat begint met ‘Rozen verwelken’.
Het zal deze ambitie zijn die de bepaling in het regeerakkoord heeft veroorzaakt waardoor immigranten, willen ze in aanmerking komen voor een uitkering, het Nederlands moeten beheersen. Aan die eis kleeft wel nog een technisch bezwaartje, plus wat ideologisch basaals. Maar daarna zijn we allemaal familie, waarschijnlijk met muziek en zonder poespas.
Door Beertje Pippeloentje had ik ontdekt dat het taalkundig genie het woord ‘visite’ nog niet kende.
Mijn respect voor televisiekoks is ondertussen aangezwollen. Een gemarineerde rodekool van 'Jeroen', of van één van zijn grootmoeders, liet zich uitstekend combineren met falafel in een pitabrood, zodat de schijnbaar oer-Vlaamse keuken een mediterraan tintje kreeg waarbij het spreken van Nederland en Nederlands doofde.
Uiteraard kan ik het me als zelfverklaard kritisch schrijver niet permitteren me slechts inlands te laten inspireren.
Toen ik onlangs op een pompoen bij uitzondering niet ‘het recept van Jamie’ losliet, wiens roostervariant in die zin very cunning is dat er niet voor hoeft te worden geschild, merkte ik bij een andere, niet eens volledig geslaagde bereidingstip dat, terwijl schillen normaal mijn raison d’etre is, bij deze polyvalente vrucht ontspanning een serieuze en imperfecte inspanning kan worden.
Is daarom ook mijn ontzag gegroeid voor de Amerikanen? Ik bedoel, wat die deze weken zonder taalbarrières, too big to fail, ter gelegenheid van Halloween aan pompoensnijwerk in Europa hebben weten te introduceren, grenst aan het onwaarschijnlijke. Nog even, en ik word echt bang geen mening te hebben.

Update
De cascade van bijvoeglijke naamwoorden in Bruggen bouwen blijkt door formateur Bos al te zijn ingedamd, vergeleken met Samsoms origineel – eat your pie!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen