donderdag 8 april 2010

Bij coreferenties (2)

Weer raakt ten minste één kwestie me dermate, dat ik haar wil expliciteren: het rotsvaste geloof in de ondergang van elk papieren literair blad. Mijn ideaal aan gruzelementen! Ton van ’t Hof verbrijzelt het nuchter, De Contrabas pontificaal. Omdat die site dat geloof de laatste week heeft uitgevent in een serie postings en door stichting van ‘HET LITERAIRE TIJDSCHRIFT’ op Facebook, met een als volstrekt ‘gedateerd’ op te vatten typemachine als beeldmerk, tracht ik te begrijpen wat deze zekerheden over de toekomst behelzen.
Eerst de motivatie voor die postings: een symposium van en over die papieren standbeelden. Wil de ironie dat die aandacht de te overbruggen kloof tussen een boven- en een onderwereld verwijdt? Omdat het hier een doorverwijssite betreft die terzijde meningen over afzonderlijke literaire bladen ventileert maar er volgens mij (bij ontstentenis van te hyperlinken teksten?) nog nooit eentje heeft besproken, was er zonder het symposium geen posting over het medium als fenomeen geweest. En omdat men het betreurde niet voor het symposium gevraagd te zijn, werd het ontologisch failliet dan maar vanaf het thuishonk opgetekend.
Welke onderzoeksresultaten brengen het paradepaardje van de bovenwereld in klaarblijkelijk eeuwig diskrediet? Euh, met een insidersdoorzicht in het nu en de nabije geschiedenis regeren vooral apodictische uitspraken. Daarbij vallen twee dingen op. Om te beginnen lijken de ferventste critici zelden in klassieke literaire tijdschriften te hebben gepubliceerd, laat staan dat hun boeken in de fondsen van eraan verbonden huizen te ontdekken zijn. Dat zal een principiële keuze wezen die op zich geen beletsel is voor genuanceerde oordelen, integendeel, ware het niet dat, ten tweede, de kennis van het gelaakte bijna nihil lijkt. Wie DWB en nY op één hoop veegt, kan van die tijdschriften hooguit hun inhoudsopgaven geconsumeerd hebben.
Aldus is het verstrekte alternatief van ‘polariseren’ een inkoppertje: door het gemis van een reële tegenstander en van een andere empirie dan privé-hebbelijkheden waar slechts nota van kan worden genomen, raken argumenten misplaatst. Dat verklaart wellicht waarom er helaas maar sporadisch afleveringen zijn in een geweldige rubriek over eerste gedichten van een bundel: op een goed moment zou de aandacht naar concrete teksten uitgaan.
Indien ik beweer dat het wel de moeite waard is de proef op de som nemen, door in het kader van de tijdschriftenproblematiek bijvoorbeeld te kijken hoe bijdragen op een speciaal weblog al dan niet kunnen wedijveren met poëzie in een literair blad, betoon ik me reactionair, omdat ik dan vis naar ‘kwaliteit’ – een verzinsel van mensen die zich verheven voelen en complotten beramen om, bijvoorbeeld met gesubsidieerde bladen, de massa buiten hun gesloten circuit te houden. Maar indien ‘kwaliteit’ niet bestaat, waarop zijn internetmeningen dan gebaseerd? Telkens blijkt A beter dan B, deugt C niet omdat D enz.
Mijn inzet zal ‘politiek’ zijn want mijn ‘belangen’ verdedigen: al die gebreken treft De Contrabas uitsluitend bij de ander aan. Dat boeit me, Fidel Castro vond al dat Che G. de belangeloosheid zelve was. De stelligheid waarmee de site papieren literaire tijdschriften ziet sneuvelen, doet vermoeden dat de wens de vader van die gedachte is: achter de dystopie gloort zelfbevrijding.
Toch kan iedereen vrij naar papieren literaire tijdschriften inzenden en zijn ze raadpleegbaar in bibliotheken. Die openbaarheid is logisch, omdat ze, en hun subsidies bekrachtigen dat louter, behoren tot de publieke ruimte. Daarentegen moet men zich voor ‘HET LITERAIRE TIJDSCHRIFT’ op Facebook inschrijven bij de groep – niet zozeer het explorerende netwerk waar Van ’t Hof naar streeft als wel een defensieve parochie.
Mogelijk getuigt dat van een jaloersmakend zelfbesef. Over het symposium, pertinent door één krant gemonopoliseerd trouwens, werd vooraf verslag gedaan: standpunten waren gefixeerd. Daarna werd niet de realiteit geverifieerd maar de berichten erover. Is dat de content waarop het wachten is geweest?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen