woensdag 17 februari 2016

Asociaal, immoreel en destructief


Kan het beste nog uit me komen nu ik al tijden geen fictie meer consumeer? De theorie is bekend: lezers van fictie bouwen empathische ervaring op, door zich telkens in andere personages in te leven. Bovendien begreep ik uit Het boek en het badwater van Lisa Kuitert dat die scheuten intelligentie, fijngevoeligheid en attentie een even wetenschappelijk bewezen bijeffect hebben. Ze maken van mannen (behalve zij die horror, porno en sciencefiction lezen) betere minnaars. Dit volgens 78% van de ondervraagde Engelse vrouwen, wier partners kennelijk geen boek meenemen in bed.

Voor zover ik nog een incentive nodig had, ried een vriendin me – platonisch – een roman aan waarin fictie mijn begrip van de buitenliteraire werkelijkheid zou vergroten. In Dave Eggers’ De Cirkel boomt een gelijknamig privébedrijf door een ‘ideaal’ na te streven: onbeperkte toegankelijkheid. Door dit ‘beschavingsoffensief’, de Tweede Verlichting genoemd, verbetert de mensheid. In concretere vorm heet dit ideaal transparantie, bewerkstelligd met camera’s en continue rekenschap online van gebeurtenissen en meningen. Exit privacy.

Ik denk te weten waarom de vriendin me deze roman aanried. Ze kent mijn hebbelijkheid om met paard en proppenschieter tegen een elektrische stroomtrein te foeteren. Inzake privacy heeft ze weet van zowel mijn huiver voor Facebook als mijn onbekendheid met het medium dat door meer dan 1 miljard mede-aardbewoners gebruikt wordt. Die ervaringsachterstand kan fictie inhalen. De Cirkel volgt de jonge Mae Holland die het gelijknamige bedrijf relatief blanco binnentreedt. Als lezer leer ik naarstig met haar mee wat delen van alledaagsheden behelst. Tot aan het slot een zogeheten Doemocratie in werking treedt, gebaseerd op volledige participatie. Iedereen kan voortdurend over alles ongefilterd stemmen, waardoor parlementen overbodig lijken.

Een griezelige dwaasheid, maar door de romanvorm valt dat misschien minder op. Het is maar fictie! En Mae overschrijdt haar grenzen geleidelijk. In het begin krijgt ze te horen dat door camera’s misdaad slinkt. En ze bieden bewijsmateriaal. Vervolgens went Mae aan het omgekeerde: ‘Geheimen maken asociaal, immoreel en destructief gedrag mogelijk.’ Ten slotte gelooft ze in het frame dat camera’s haar bevrijden van slechte gewoontes. En dat ze zo haar beste ik bovenhaalt.

Live bij een bedrijfsoptreden heeft ze dan al een credo geformuleerd: ‘Delen is mee-leven’. Dit wordt meteen een van de bedrijfsslogans en lijkt een nogal instrumentele invulling van empathie. Mae is ook getuige van een innovatief plan om van nieuwe mensen antecedenten te verspreiden onder straatbewoners, zodat buurtkinderen bijvoorbeeld gevrijwaard blijven van ooit vertoonde pedofiele neigingen. Wacht, is dat nog fictie?

Volgens de baas van De Cirkel mogen data nooit gewist worden; dat is voor hem hetzelfde als babymoord. Die vergelijking is volgens mij niet toevallig. Tijdens een bedrijfspresentatie wordt hij op clichématige wijze ‘persoonlijk’ en vertelt over zijn gehandicapte zoon (die dan uiteraard baat blijkt te hebben bij de technologische hoogstandjes van het bedrijf). Een ouderwets moment van menselijkheid vertoont de baas bij mijn weten slechts één keer: met een zenuwtrekje dat zijn oog en mondhoek dichter bij elkaar brengt.

Het verbod op dataverwijdering staat los van interessantheid. Voor de baas heeft alles domweg relevantie. Afzonderlijke handelingen en meningen bestaan dan niet, want hebben echo’s tot in het oneindige. Opnieuw wordt de legitimatie omgekeerd. Wie zijn privacy wil behouden, verraadt dat hij iets te verbergen heeft. En individuen die De Cirkel verwijten persoonsgegevens te gelde te maken en vanuit de private sector een tirannieke monopolist te zijn, blijken in de roman misdadigers of viespeuken.

De Cirkel-werknemers moeten dan ook voortdurend ‘participeren’ (inclusief ranking), al dan niet door te liken of te frownen. Het vraagstuk van de balans tussen werk en privé gaat in termen van afstemming. Verplicht vrijwillig online dus, voor de continuïteit. Het stadium na hetgeen Richard Sennett in De cultuur van het kapitalisme liet zien over schaalvergrotende aanpassingen. Geen consultants meer nodig, louter kadaverdiscipline. Bij Sennett beperken e-mails van de baas bovendien de interpretatieruimte. Dit onttakelde gesprek wordt bij Eggers in een rare luister hersteld, doordat op een werknemerscrisis steeds intimiderend mondeling gefleem door een meerdere volgt. Wel geldt, ten overvloede, communicatie op papier als eindig.

De bittere ironie van De Cirkel is dat Mae’s ouders, die mijlenver afstaan van dit gedachtegoed, er het meest onder lijden. Ook hier gaat dat stapsgewijs. Eerst heeft de zieke vader profijt. Zijn behandelingen kreeg hij amper vergoed, terwijl het bedrijf, wel volgens de gemeenschapspretenties, on-Amerikaans een ziekteverzekering heeft voor werknemers, soms inclusief hun familie. Doordat Mae echter gaat meedoen aan de praktijk van transparantie, raken haar vele volgers simultaan op de hoogte van het wel en wee van de ouders. Deze zijn slecht bestand tegen de stortvloed van mails vol steunbetuigingen, vaak met boze aanmaningen indien direct antwoord uitblijft. Ook betrapt Mae haar ouders onbedoeld bij seksuele handelingen – die niet gewist mogen worden.

De cirkel sterkt mijn intuïties tegen de voortgekopieerde informatie- en gedragsvernauwing door deze neoliberale transparantie. Niet alleen omdat het bedrijf in de roman ooit veel geld neertelde voor de archieven van Facebook. Vooral leefde ik inderdaad mee met Mae, menend dat ze bij zinnen zou komen naarmate ze meer opgaf van haar privacy. Zeker nadat ze door de technologie simpel kon zien welke collega’s tegen haar hadden gestemd en ze ineens oprecht voelde dat niet te willen weten.

Het verweer tegen haar hersenspoelsels*, de ontmaskering van het utopische bedrijfsvisioen dat zich kant tegen de oude elite: ze zijn van haar ex-vriend. Zijn redenaties zijn zo evident dat ik hem een betweter begon te vinden. Maar toen hij als principiële spelbederver door haar verblinding verongelukte (wat aan de baas de verzuchting ontlokt dat dit in een automatische bestuurde auto nooit was gebeurd), gingen sympathieën verschuiven. Juist het feit dat Mae niet bijdraaide deed me griezelen! Van de ouders ontbrak bij de afwikkeling van het nochtans dikke boek elk spoor.

Uiteindelijk vond ik De cirkel uitgerekend op identificatiegronden ongeloofwaardig. Bij een non-fictietitel had dit nooit een criterium kunnen zijn.**

In haar boekje over boekwetenswaardigheden meldt Lisa Kuitert toevallig ook dat aanbieders van digitale teksten leesgedrag kunnen bijhouden, wat en hoe snel en ‘waar in het boek je er de brui aan gaf’. En sommige boekhandels in Nederland herbergen een ‘scheidingscafé’, waar ongelukkigen over hun huwelijksperikelen kunnen praten. In een kring?

*geen neologisme maar een reddeloze contaminatie
**zeker als die over het bedrijf Apple zou gaan

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen