vrijdag 30 oktober 2015

Witte zwanen

Afgeven op ‘het moderne leven’ ligt me niet, maar ik kan niet ontkennen steeds vaker in restaurants en andere openbare gelegenheden in verlegenheid te raken na wc-bezoek. Als ik mijn handen wil wassen maak ik tegenwoordig de vreemdste bewegingen – en zie me ze ook maken in de onvermijdelijke spiegel.
Heb ik een revolutionaire zwemslag ontwikkeld? Een choreografie die het midden houdt tussen de macarena en de vogeltjesdans? Vond ik het bewijs dat de mens wel degelijk kan vliegen? Probeer ik meerdere insect tegelijk weg te slaan?
Feitelijk druk ik een vrij eenvoudig verlangen uit: ik wil water, uit de kraan.
Draaien kan niet meer. En timmermansogen schieten tekort. Er blijken decent weggewerkte knoppen te zijn, voetpedalen, sensoren op niet-gestandaardiseerde hoogten en veel meer dat ik verdrongen heb. Een designmuseum waar ik onlangs was, wilde ook in deze niche kennelijk iets extra’s brengen. De kraan had twee wijde vleugels, waarvoor evenzeer bewegingen moesten worden gemaakt – en dan blies er drogend bedoelde lucht.
‘Like water,/ language runs to the sea, flush with information.’ Dit schreef Ron Silliman in The Alphabet. Kan iemand mij wellicht even de A aangeven, opdat de publieke handenwasser ten minste iets heeft om voor aap mee te staan? Noten en miezen worden ook steeds op hoge prijs gesteld.
Kranen zonder knop. Waar is de ratio? Wie deze per ongeluk vindt, mag gelijk aan de dienstdoende beambte een vervolgvraag lanceren: wat is de ratio?


Alles zal begonnen zijn met een nobel plan om waterverspilling tegen te gaan. Was dit in de tijd dat bezuinigingspolitiek structureel werd? En gaat het bij ‘de kraan dichtdraaien’ niet vooral om subsidies, met het advies zoek het zelf maar uit?
Bij terugtredende overheden past een knoploze kraan niet. Hij geeft een vooraf ingestelde hoeveelheid voor een grootste gemene deler en is zo het tegenovergestelde van maatwerk, waarbij de individuele klant koning is.
Mij staan kranen bij die, nadat door stom geluk, bijvoorbeeld na het doven van toiletruimtelicht dat ook sensorisch gaat, eenmaal de toegang tot de bron geforceerd was, weinig anders deden dan blijven stromen.
Ik heb niet de indruk dat de term ‘stroom’ heel erg magische connotaties heeft; ze overleeft bijna uitsluitend door te parasiteren als metafoor.
Laatst was ik zielsgelukkig door boven een spacy exemplaar van een kraan een papiertje aan te treffen, handgeschreven bovendien: drukknop. Dat was in de stadsbibliotheek. Die gaat op termijn echter dicht om elders te verrijzen als ‘literair welnesscentrum’.
Eerst maar eens naar Engeland varen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen