zondag 1 februari 2015

Dan is hij weer alleen

Kunstenaar Nikolaas Demoen heeft een filmpje gemaakt onder de titel L’Homme qui marche. Het gaat hier om een plank die met de bovenkant is geschroefd aan een in rubberrepen genaaid stuk piepschuim (Frits zegt: isomo). Op muziek van blazer Joachim Badenhorst loopt dit object door het SMAK in Gent.
Zo trippelt het voorbij objecten van Berlinde De Bruyckere en van Jannis Kounellis. Bij Das Welttheater 79 van Hanne Darboven gaat het planken mannetje bijna in de kunst op, mimicry, omdat voor- en achtergrond een driehoekige vorm gemeen hebben. Curieus te ontdekken en te erkennen dat Demoens creatie feitelijk geen driehoek is. Ze lijkt veeleer op een wasknijper (die slechts door te knijpen vooruitgaat).
Ook is het geen mannetje. Het heeft niet eens een hoofd. Zelfs de titel is niet wat hij is, omdat ze van Alberto Giacometti stamt.
Hallo! Wie wandelt er nu eigenlijk en valt er onderweg iets te zien of te wederzien? Misschien is dat niet de goede vraag. Voor De kunst van het verliezen uit 1980 wist Giacometti dit gedicht te ontlokken aan J. Bernlef:

Hij was er al voorbij
toen iets zijn ooghoek trof
nu keert hij op zijn schreden terug
en ziet maar weet niet wat

Een voorwerp
zonder kant noch wal
een ding maar
zonder naam

Hij bukt zich
bang en blij ineen
maar pakt het niet
hij kijkt zich rijk

Dan is hij weer alleen.


Raar dat de hier beschreven handeling, meer dan twee decennia later, de actualiteit na 9/11 mede is hertekenen. O paranoia met uw zijstraten. O boom, waarachter bosjes vijanden staan. O, alfa die altijd omega moet zijn. Alles confronteert de kijker met zijn hoogstpersoonlijke algemene achterdocht, die ofwel schrander ofwel goedkoop is.
Ooit zag ik op een vrijdagmiddag wegens een of ander koffertje in de stationshal oneindige stromen reizigers langs het spoor van Antwerpen Centraal naar Berchem gaan. Afgelopen week was het raak in station Leiden, wegens een plastic zak.
De vraag die Demoen naar mijn gevoel stelt is of zijn object bijdraagt aan de werkelijkheid door nieuwsgierig te zijn, of interfereert door in de weg te staan.
Wat een geduld zal er ondertussen zijn uitgeoefend om deze film L’Homme qui marche in elkaar te steken! Elke keer moest het object worden gefotografeerd in een andere stand die de volgende beweging belichaamt.
Het object reikt ongeveer tot kniehoogte. Misschien komt het daardoor dat ik aan een peuter moest denken. Temeer daar mij onlangs duidelijk werd dat op ongeveer anderhalfjarige leeftijd het taalvermogen van de mens een tussensprint trekt die verband houdt met een ander schier Bijbels trucje: rechtop staan en beginnen lopen.
De wereld wordt dan wel ineens zeer veel groter. En tast- en hapbaarder. Door spectaculair meer woorden te kennen vallen, dankzij oplettende ouders, de risico’s van het vak dat leven is enigszins in te dammen.
Stills van Demoens object zijn te vinden in het boek In Courtesy of The Unknown . Daarin krijgt volgens mijn laveloos duidende brein de peuter alle ruimte. Het boek bevat quasi-pornografische afbeeldingen. Ze zijn bijgeknipt en laten netto geen daad zien. Demoen heeft er ook geometrische figuren doorheen getekend.
Collages dus, die volgens mijn recentste frame het denken van een peuter tastbaar maken. Deze kleine mens ziet al ongeveer van alles, zonder verband. Hij kan er dus ook al bijna over praten, gewapend met een basale grammatica.
In Courtesy of The Unknown bevat eveneens twee tekstjes van mij. Ze voldoen aan mijn definitie van voltooidheid in de zin dat ik ze niet meer als van mezelf herken. Wel is het me duister of ze proza, poëzie of essay zijn. Hangt mogelijk ook een beetje af van de context.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen