zondag 3 november 2013

Marvin en ik


Wie vergeet te sterven, kan dat altijd nog rustig doen in Oostende. Zelf krijg ik er alvast te kampen met aanvallen tot zwijgen, maar dat komt door het vele voedsel en gaat niet à la de Huizinga van In de schaduwen van morgen (‘Wie ernst zou willen maken met het anti-noëtisch beginsel, moet zich de spraak ontzeggen’). Zou fasering waarlijk alles zijn?
In de negentiende eeuw trad iemand in de Koningin der Badsteden uit de personificatie. Louise Marie van Orléans, de Vrouw Van, was niet helemaal gezond en legde het loodje. Vlak achter de boulevard had ze zich nochtans geregeld naar de top van haar belvedère laten hijsen, waar heilzame lucht op te snuiven was. Bovendien had ze direct zicht op zee.
Heden valt die klim ter plekke te maken, vier verdiepingen. Wel ketst de blik af op een strenge meerderheid van hoogbouw. Vreemd is dat een aanzienlijk deel daarvan te koop staat, terwijl er rondom woningen uit de grond worden gestampt. Zou Oostendes stadsartiest Marvin Gaye projectontwikkelaars hebben toegezongen in dat ene liedje?


Bij een sprookjesvoorstelling. De artiesten zijn telkens een prins, duivel of prinses vergeten. Zo kunnen ze hun jeugdig publiek op het podium vragen. Telkens grijpt het taalkundig genie me steviger vast en komt de gourmande dichterbij zitten. Ten slotte rijst de vraag of er in de zaal ook een toffe papa is die spontaan zijn medewerking wil verlenen. Ik word enige ijzeren vuisten in mijn nek gewaar, terwijl slechts de gourmande in mijn knie bijt.
De uitverkorene, een generatie jonger, wipt even later gehurkt rond, zijn handen naast elkaar voor de borst, zijn boventanden over de lippen. Hij doet dat goed.
’s Avonds presenteren het taalkundig genie en de gourmande hun definitieve interpretatie van Roodkapje. Eerstgenoemde speelt bijna alle rollen, laatstgenoemde moet, een roze tetradoek over het hoofd, ‘tingeling’ roepen. Vervolgens imiteert het taalkundig genie de boze wolf dermate geloofwaardig dat de gourmande in de armen van haar moeder rent, de fictie uit.


Zou Oostende de plek zijn waar je domweg aanspoelt? Maar dan is het een doucheputje.


De romanist Michael Riffaterre heeft het toekennen van betekenis, via een matrix, vergeleken met een donut. Er zit een gat in het midden!
Hoewel de mossel ook enigszins open staat, kan er het nodige in behouden blijven. Er valt in een badstad dan ook wel enige begrenzing waar te nemen. Toch trachten vele economische vluchtelingen via Oostende een beloofd land te bereiken. De immens gevierde staatssecretaris heeft echter verzekerd dat het sinds het faillissement van de ferry de goede kant opgaat: drama’s als dezen worden steeds vaker afgelast.
Anders zijn er goedkope functionarissen inzetbaar. Tijdens de Vietnamoorlog gebruikte Amerika dolfijnen om havens te beschermen tegen drijvende mijnen. Ging de training met de poëzie van Hans Faverey? Riffaterre zou zich in zijn donut verslikken als hij las:

Ball; say: ball

(Bal; zeg: bal).
Je moet ‘bal’ zeggen.
Dolfijn, zeg eens bal.
B/a/l: bal. Hé,

dolfijn, zeg nou eens ‘bal’.



In de hal van het Kursaal zit Marvin Gaye. Voor een dode ziet hij er pront uit, al zou het niet mijn idee zijn om hem achter een piano te posteren. Ik heb hem althans eens horen soleren op ‘Inner City Blues’ in de voor het instrument ideale toonsoort van C-klein (en met de tel waande ik me holler).
Iedereen schijnt soms ‘zijn momentum tegen zich’ te hebben. En gelukkig kregen zowel Marvin als de piano een fijne gouden laklaag. Ik grijp deze buitenkans om me met hen te laten vereeuwigen op iets wat in Oostendes glorietijd de gevoelige plaat heette.
Dan nadert de zoveelste grootmoeder met kleinkind. ‘En dat’, zegt ze terwijl haar wijsvinger blijft hangen in de zinderende heilige ruimte tussen Marvin en mij, ‘dat is nou Elvis’.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen