donderdag 30 juni 2016

‘Teruggestuurd in een bootje’: drie gedichten




Vandaag: Joris Vercammen (1984). Gitarist en gitaardocent in Berlijn. Publiceerde gedichten in DWB, De Brakke Hond en Yang. Momenteel werkt hij samen met schilderes Aya Onodera. Daarvoor gaan ze samen twee weken in Italië in residentie bij Case Sparse. Vercammen interesseert zich o.a. voor natuurlijke feedback, boven- en ondertonen. De opname van Onze Nietzsche verrijkte hij met muziek.




Welke plaats heeft het goud in het elektrische universum?
De koning kon zich niet beheersen, en gebruikte zijn macht.
  
In Avignon vond het jaarlijkse festival plaats, waar de paus woonde.
Maria draagt geen kind. In St. Remy, bij Arles zag Van Gogh de kleuren.
  
In Saint Marie de la Mer wordt Sara la Kali teruggestuurd in een bootje.
Bij de gouden bron draagt Maria de Egyptische vlecht. Ze wijst naar zichzelf.
  
De vis toont de geometry. De ring is het unicaat.
Push-back-beleid is een sterk woord. Het mummiestof kon je kopen.
  
In de hogere octaven werd gemerkt hoe het goud transponeerde.
Wat komen onze moordenaars hier zoeken?
  
Het witte poeder deed je oren fluiten. In het fluiten hoorde je stemmen.
Je bloed is je individualiteit. Zij dronken je bloed.
  
Bij het propere dal werd de sneeuwpop, ritueel van de berg geduwd.
A.V.V. - V.V.K. , in het tempelkruis staat de V. in het centrum.
  
Dat is een W met A er boven en V er onder. Kristus schrijven we nu met C.
  
Het Enochiaanse alfabet, in de torenkamer in Praag, met de trap uit een stuk.
Naar wie luister jij? Ken jij je eigen stem? Is het allemaal in beeld?





De plant in de pot bij het raam


De strijd is weg. Er is geen strijd in onze haren.
We sneden de haren op onze armen af.

Uit de liefde kwam nog iets gezwommen als een waterrat.
In de hitte ging het ordelijk verder.

Ik ging verder en wist niet meer naar wie te luisteren. 
Ik had de politicus bijna geslagen.

Daarover struikelen bracht mij niet verder.
We zouden slapen en dan verder denken.

Het ritme is voorbij. De slaap heeft ingezet.
Nu lopen de dromen binnen.

We zwijgen.
We denken, voelen en willen.







Naar het propere hart van Europa stroomde het geld.
  
In de hoofdstad van Europa werden de kinderen gekeeld. 
De politicus was een beul. Willen we revolutie?
  
Zij willen een opstand. Le commune de Paris, die Märzrevolution,
Cinque giornate di Milano, startten, op, jawel, 18 maart.
  
Op 18 maart loog Blair voor het Britse parlement,
686 jaar nadat Jacques de Moulai stierf, 686 = 11 en 18 = 9.

9 dagen na 13 maart 2016 ontplofte een bom in het vuile hart.
  
Artevelde wijst. Moeten we dan, in regios bij elkaar, elkaar niet verstaan?
  
Het is niet allemaal een droom. De uil is de kronkelende draak.
  
In de pharao's, in de heilige strijders, in de menselijke mythe,
stroomt het blauwe bloed, het lijkvocht, het chemische huwelijk.

vrijdag 24 juni 2016

Saggerijn



Opgepast: een mening! Van de EU heb ik niet meer verstand dan andere rechtopstaande apen, maar de afstand die Groot-Brittannië ervan genomen heeft dunkt me het zoveelste staaltje van slecht humeur.
Zou het werkelijk aan de zogenaamde vluchtelingenstroom te wijten zijn, dat de stemming er niet echt in zit? Achteraf lijkt het me logisch dat er voor een Brexit is gestemd; burgers willen alleen maar slechtigheid zien.
Deze week had de merkwaardige site Doorbraak een cultuurpessimistisch artikel dat de deprimerende staat van de Vlaamse media wilde aantonen door een radioscoop aan te kaak te stellen over EK-supporters met ‘60 bakken bier voor 40 mannen’. Bezorgde burgers vielen de klokkenluider bij met comments over panem et circenses en

‘tijdens het E.K. word er over niets anders gesproken dan voetballers, ploegen en hoeveel men gezopen heeft tijdens de match. Dit is voor mij het teken dat onze maatschappij zijn prioriteiten verloren heeft en het eigenlijk verdient ten onder te gaan aan zijn eigen hedonisme en domheid. De politiek, het bedrijfsleven, media en onderwijs zijn hier allemaal schuldig aan, maar de grootste schuldige is het volk zelf, dat zich wentelt in zijn/haar domheid en naieviteit en weigert zelfs maar een beetje gezond verstand te vertonen.’

Het is dat mijn Latijn niet meer zo goed is als het nooit is geweest, anders had ik achter één werkwoordverbuiging sic ingevoegd. Zelf vond ik de indicatie van het bierverbruik niet eens geheel onleerzaam. Het vormde zelfs extra anekdotisch bewijs bij een recent onderzoek met onthutsende resultaten over alcoholgebruik bij Belgische chauffeurs.
De merkwaardige site The Post Online had op zijn beurt een bizarre blog van een Hollandse academicus die een jaar in Brussel verblijft. Hij had vlak bij de gebouwen van de Europese Unie een broodjeszaak ontdekt en klaagde over: het logo, de prijs, de vermelding van alle ingrediënten, de papieren tasjes, het dienblad, de afvalscheiding, de ter beschikking liggende internationale kranten en de namen van de gerechten.
Uiteraard vond deze vrolijke Frans de winkel – uit de keten Exki die je overal in België vindt als gezonder bedoelde variant van de Panos – symptomatisch voor EU-ambtenaren en het systeem dat zij incorporeren.
In verband met genoemde unie is deze culinaire kritiek weer eens wat anders dan het verhaal over de wettelijk vastgelegde kromming van komkommers. Toch raakte ik net iets meer onder de indruk van de man die dezelfde dag in dezelfde plaats een halve wijk plat wist te leggen met een bomgordel waarin koekjes en zout zaten.
Maar ik erken mijn poëticale vooronderstellingen onder de pet te houden. Als Hollander van geboorte word ik in den lande geregeld gepest met lunches van ‘karnemelk en krentenbollen die met kaas zijn belegd’.
België heeft de Nexit dus al voltooid, zonder dat de elite onder leiding van Wilders daar haar stem over kon uitbrengen. Knettergek! Afschuwelijk! Verschrikkelijk! Om niet te zeggen: barbaars! Waar gaat het naartoe met het heden?

vrijdag 17 juni 2016

Bovenarms




Hebben de Rode Duivels het moeilijk? Over de openingswedstrijd tegen Italië was de gourmande, voor wie we binnenkort op ‘kleuterproclamatie’ moeten, terdege ingelicht – volgens haar hadden de Rode Duivels tegen Vlaanderen gespeeld.
Daar had ze ergens wel gelijk in. Als bewijs zou ik nu de juiste opstelling moeten geven, maar ik heb de sportschool niet afgemaakt.
Als culturo ligt voetbal me natuurlijk na aan het hart. De kwalificatie ‘natuurlijk’ belooft misschien een legitimatiepolitiek, desnoods met campy intellectualisme. Ik bedoel haar als bestanddeel van dagelijks leven.
Zoals uit zijn dagboeken uit de jaren zestig en zeventig blijkt, was dat bij Jan Wolkers evenzeer het geval. Een kruising tussen ontspanning en inspanning, net zoals lezen, televisiekijken en ruziemaken over politiek met bezoekers dat voor hem konden zijn.
Even vanzelfsprekend als zijn steun voor de CPN, het Angola Comité en de Anjerrevolutie was toen Wolkers’ afkeer van West-Duitsers. Nadat ze op de WK 1974 van de DDR hadden verloren: ‘Die moffen zijn volkomen van de kaart. Een tweede Stalingrad’.
Dit lijkt toch een wat ander universum dan dat waardoor Komrij zich bewoog. In zijn bevindingen over het televisiejaar 1976, neergelegd in het boek Horen, Zien en Zwijgen, zou deze met afgrijzen melden dat er in één weekend drie voetbalwedstrijden integraal werden uitgezonden.
Weer iets later – ze waren alweer volledig hersteld van de uitschakeling in de Europacup 2 door FC Magdeburg – begon ik thuiswedstrijden van NAC te bezoeken. Daar klonk een slogan die in de recentste spelling waarschijnlijk aldus moet: hiha hondenlul. Misschien is die tekst inmiddels voorgedragen voor de UNESO-lijst voor immaterieel erfgoed.
Het waren, kortom, de topjaren van het Nederlandse voetbal die zo pijnlijk contrasteren met de huidige woestijntijden. Gelukkig dus maar dat er Rode Duivels zijn, hoe schutterig hun banbliksems momenteel nog over het veld gaan.
Van mijn rare afstandje vind ik het toch nog ongelooflijk hoe de verveling boven de rivieren wordt verdreven. Er kwam bijvoorbeeld een woordenlijst met Voetbalvlaams. Daarvan waren mij na vijftien jaar grensoverschrijding de meeste termen nog niet bekend. Maar wat of wie ik ben is mij al langer een raadsel.
Een enkel woord ken ik wel, zij het in een andere betekenis (‘recuperatie, titularis’). Voorts zou het leuk zijn te boekstaven dat in België de bal niet stuitert maar, adequater, ‘botst’. Ook miste ik ‘tornooi’ – dat schoot me te binnen omdat ik van de tekstverwerker een rode streep had gekregen onder mijn tiepsel ‘tournooi ‘.
Een toevoeging aan de woordenlijst kan verder een hele uitdrukking zijn, die dan letterlijk mag worden genomen: ‘Het gaat er bovenarms op’. Voetballers ogen als grootverbruikers van de tatoeage.
Allemaal flauwekul, uiteraard, maar ik pas me aan aan het geboden amusement. Het is mij althans nooit gelukt om hooliganisme te lachen (wie gaat dat betalen na een Brexit?). Als ik het goed begrijp, heeft het toernooi verder slechts een Hosen-gate opgeleverd, ook wel snuffelgate.
Omdat ik snob genoeg ben de wedstrijden te bekijken op de VRT, was mijn hoop gevestigd op eindelijk een vrouwelijke kenner, vooraf en in de rust en na afloop. Helaas spreekt ze hetzelfde analistenjargon, terwijl er zoveel zinvols mogelijk is.
Wat dat aangaat was de sensatie groter toen ik onlangs als oefening spelertjes op de keepende trainer zag aflopen, waarbij telkens het bevel ‘Dribbel me!’ afging. Bij een onovergankelijk werkwoord een lijdend voorwerp, da’s klasse. En dan ook nog scoren.

donderdag 9 juni 2016

Kippenkooi

Er zal veel lelijks over YouTube te zeggen zijn, op rechtenvlak bijvoorbeeld, maar ik ben er fan van. Af en toen schakel ik er een liedje aan en klik het beeld weg, om op de computer te kunnen werken. En dan associeert de site erop los met volgende nummers. Ongetwijfeld met zoektermgebonden algoritmes, mochten die bestaan, maar de optimist in mij ziet het liefst een dominospelletje ontstaan.
En hoopt op resultaten voorbij zouteloze virtuele genreradio’s, op willekeur en ongekende verbanden, die de arbeid dusdanig prettig onderbreken dat ik gewoonweg moet zien wie en wat.
Zo ontdekte ik een paar jaar terug Any Trouble, meer in het bijzonder de elpee Where Are The Girls uit 1980. Elders heb ik daar al wat over geschreven; mij stemde deze muziek helemaal ‘vrolijk’, om het meteen al onmachtig te stellen (tenzij met een vergelijking: zoals in Nederland The Mo mij wist te raken).
Het was uiteraard ook een ontdekking met terugwerkende kracht, die mijn beoordelingskracht veroordeelde. Waarom had ik Any Trouble destijds gemist? De muziek doet me denken aan de grote Elvis Costello uit dezelfde jaren, misschien is YouTube zelfs via hem op deze band gekomen, maar op een of andere manier vind ik Any Trouble beter – en zou dat dan snobisme zijn, exclusiviteit van mijn ontdekking?
Zeker snobistisch dunkt me mijn afkeer van de te grote bijval voor Tom Browns ‘Funking for Jamaica’, met die ietwat waanzinnige zangeres Toni Smith – ik ken iemand die bij het horen van haar stem in een zwembad sprong. Ook daar bood YouTube uitkomst. Nagenoeg dezelfde bezetting verzorgt de ‘Nursery Rhyme Song’ van Weldon Irvine (toenmalig arrangeur bij Browne).
Beide liedjes zijn eigenlijk een jam, quasi-spontaan, en scheppen een sfeertje zoals destijds in de fijne draakfilm Fame, gebaseerd op het reilen en zeilen van de Juilliard School. Bij deze Irvine is Smith eveneens te horen, en Tom Browne zelf, Omar Hakim... Beroemdst van dit losvaste team werd Marcus Miller, wiens bas hier nog niet Bor de Wolf tracht te imiteren.
Wel raar komt mij de sensatie voor dat ik in dit genre – open baspatroon, rechte drums – veel betere liedjes ken: ‘Reach for it’ en ‘Dukey Stick’ van George Duke. Maar die zitten dusdanig diep in mijn systeem, dat de wanorde van YouTube me welgevalliger is.
Duidelijk tot nu toe wordt me dat deze site iets uitricht met de verhouding tussen originaliteit en navolging. Zo bracht de Yellow Magic Orchestra ooit een versie van ‘Tighten Up’, waarop het overwegend zwarte publiek van het legendarische programma Soul Train toegeeflijk, om niet te zeggen gul danste alsof het funk was.
Zou dat nou camp wezen?