dinsdag 24 juni 2014

Jan Starink (1927-2014)


Eerlijk gezegd dacht ik dat hij het eeuwige leven had. Maar gedachten schijnen vroeg of laat een prooi van de werkelijkheid te worden.
Jan Starink werd geboren op 12 juni 1927 in Den Haag, werkte als leraar Nederlands in Tilburg, woonde sinds 1964 in Hilversum en was hoofd van de afdeling Cultuur KRO radio. Op 29 september 1969 had hij zijn oud-leerling Ruth Sabatier herontmoet, met wie hij op 27 juli 1977 trouwde. Sindsdien noemde ze zich Gertrude Starink.
Deze gegevens kopieer ik uit Proces verbaal, een studie die Jan Starink aan de poëzie van zijn geliefde heeft gewijd. Het is een bizar leerzaam document, waarin hij zelf in de derde persoon voorkomt. Het gaat over gedichten, over tekenen, over vertalen, over lezen, uitgeven, over bronnen en interpreteren – maar misschien vooral over een type samenwerking tussen twee mensen waarvoor ik het verpulverde woord ‘creatief’ in zijn oorspronkelijke betekenis zou durven te reserveren.
Vrucht van die samenwerking is bijvoorbeeld Het Leven en de Opvattingen van de Heer Tristram Shandy, de vertaling die het tweetal in 1990 publiceerde van Laurence Sternes onvertaalbare antiroman.
Het was toen al eventjes geleden dat Jan Starink zijn debuut had gemaakt. Dat was met De Katholieke roman: bijdragen tot zijn geschiedenis. Over dat proefschrift uit 1952 deed hij geloof ik nogal ironisch.
Ik ben daar niet zeker van, omdat ik Jan Starink maar een handjevol keer heb gesproken en gezien. Een zeldzaam heldere man, onderhoudend en hoffelijk. Ik had hem gecontacteerd om een programma te maken over een van de grootste Nederlandse dichters van de twintigste eeuw, Gertrude Starink.
De aanloop en het evenement zelf liepen anders dan ik had gehoopt, maar het publiek vond het aardig en Jan Starink beweerde bij hoog en laag dat hij het gewaardeerd had. En zo goed als hij bij de KRO programma’s had voorbereid, was natuurlijk ook onmogelijk. Toen was er tijd (en geld en hij had ideeën).
Dus beroep ik me voor informatie over Jan Starink maar op zijn eigen doorwrochte tekst

Sinds hij op te jeugdige leeftijd in het Oude Testament iets intrigerends over Jozef en de vrouw van Potifar had gelezen, was hij Egypte-hobbyist. Hij grasduinde in Gardiners Egyptian Grammar en droeg als merkteken van een verloren geliefde een scarabee aan zijn ringvinger. Op 7 maart 1970 zat Gertrude op haar studentenkamer een brief te schrijven aan deze man aan wie ze “zeven jaar tevoren haar ziel en zaligheid had verpand”, zoals ze in 1994 schreef in een autobio-tekst. Aangezien ze hem na de herontmoeting “Seti I” was gaan noemen, tekende ze zijn portret in faraogedaante ter verluchting van die brief. Tegelijkertijd viel haar het volgende tekstje in dat ze in één moeite door met dezelfde stift in haar schetsblok noteerde:

ik heb het koren nog gezien
en ook de koning die sindsdien
de barre woestenij regeert

ik heb hem distels aangeboden
en de graven van mijn dode
jongelingen gesigneerd


Dode jongelingen? Vanmiddag, vlak voordat het verdrietige bericht tot mij kwam, heb ik in een boek van Frans de Waal kennisgemaakt met het fenomeen infanticide.
Sinds ik weet dat Jan Starink overleden is, bekruipt me de overtuiging dat ik iets erg lekkers moet gaan eten en drinken. Maar wat? De begeleidende muziek zou naar mijn gevoel wel makkelijk op te snorren zijn. Het is de slotsong van dat programma, dat nu toch nog integraal en helder kan klinken, voor wie dat zou willen: Corinne Bailey Rae, ‘I Would Like To Call It Beauty’.

2 opmerkingen:

  1. Ik was 15, ik deed de Latijns-Griekse aan een college in West-Vlaanderen, ik was nieuwsgierig maar wist niet veel, in ons gezin waren geen boeken. Op dinsdagavond zat ik in de keuken naar de transistor te luisteren: toen kon je in Waregem nog zonder problemen Hilversum 2 ontvangen. Ik luisterde naar de KRO, naar het programma van Jan Starink, Babel. Hoe ik erop attent werd gemaakt weet ik niet meer, waarschijnlijk doordat ik in de bib van Waregem de Babel-schriften had gevonden: cahiers bij de radioprogramma's van Jan Starink, over Proust, Joyce, het surrealisme, Dante, Petrarca. Het klinkt vast wat klef, maar ik heb aan Jan Starink heel veel te danken. Ik herinner me zijn stem. Ik herinner me de spreuk waarmee hij een tijdlang zijn Babel-programma's opende - iets met 'zabi zabi almi': een citaat van Dante?

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Gisteren hoorde ik Frits Spits van radioprogramma de Taalstaat een kort treffend in memoriam uitspreken bij het overlijden van schrijver, docent Jan Starink. Meteen ben ik terug in de tijd. Zomer 1958, een weekje vakantie in Amsterdam. Op een prozaïsche flat in Amsterdam-West hoor ik 's avonds op de radio een hoorspel dat in weerwil van zijn Franse titel (Au bon plaisir du roi) een Nederlands stuk is, van een Nederlandse auteur: Jan Starink. Later, zo rond voorjaar 1970, kom ik de schrijver van het stuk tegen als hij college moderne letterkunde geeft aan eerstejaarsstudenten Nederlands van de MO-opleiding van de Katholieke Leergangen, Tilburg. Afgezien van de losse, speelse en ironische toon van het luisterspel, herinner ik me vrijwel niks meer van de inhoud. De docent Starink echter staat me in zijn houding en presentatie van de colleges, o.m. een kritische behandeling van Lampo's 'De komst van Joachim Stiller', nog steeds bij. En zijn publicatie 'Het vrolijk leren; een steekproef over het onderwijs in de literatuur', omstreeks 1971 verschenen in de Tilliburgis-, reeks van Studium Generale van die Leergangen, kan m.i. velen nog steeds aanspreken.
      Best, erdecee, 6 juli 2014

      Verwijderen