zaterdag 16 november 2013

Arbeids-rustverhouding


Louis van Gaal mag mij desgewenst tot zijn fans rekenen. Hij drijft de aannames van onze tijd tot naar het randje. Wat is zijn vakmanschap waard, wanneer zoiets bij voorkeur uitbesteed wordt? Hoe verhoudt zijn enthousiasme zich tot fanatisme, dat aan de kapstok van ideologie wordt gehangen wegens fundamentalisme? Zelf deed Van Gaal expliciet eens zijn beklag: ‘Sinds de jaren zeventig leven we in een maatschappij zonder regels, waarden en normen.’
Het zijn misschien onnodige opinies, maar ze vormen een verademing tegenover de sofismen van Cruijff of de relativeringen van Van Hanegem (wiens recent veranderde foto bij zijn AD-column doet vermoeden dat hij ofwel ten prooi viel aan een kledinglijn ofwel terecht is gekomen onder een haarspoeler).
Van Gaal ‘laat zich kennen’, en dat dunkt me weldadig. ’s Mans beruchte opvliegende aard in verantwoordelijke publieke functies heeft iets zelfs onbedaarlijk charmants. Ongetwijfeld heeft hij als velen een cursus in de gestroomlijnde omgangskunde mogen volgen waarin de zogeheten ik-boodschap wordt aanbevolen, maar tegen afvalligen tiert Van Gaal gewoon ‘Jij moet’.
Wel heb ik me afgevraagd of een elftal dat volledig uit Van Gaals bestaat onoverwinnelijk zou zijn. De drive die dan tentoongespreid wordt, moet minstens verregaand imponeren. Aan de andere kant kan ze een wig drijven. De ene Van Gaal zou de andere uitleggen waarom hij beter anderhalve meter verderop staat en de bal veeleer diagonaal dan ovaal naar de nummer tien speelt, waarna een derde Van Gaal beweert dat die veronderstelling historisch bepaald is en een vierde erop wijst dat de tegenstander door de eigen linies aan het breken is en een vijfde, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de keeper, een gebrek aan solidariteit aan de kaak stelt.
Het kan bijna niet anders dan dat zo’n streng criticus als Van Gaal tot de liefste mensen van de wereld behoort.
Toch moest ik afgelopen week eventjes slikken toen hij liet weten dat Oranje de pakweg 300 kilometers tussen Noordwijk en Genk ging overbruggen met een vliegtuig (en de bus voor de op- en afstap). Ik ben heus geen persoon die ervan overtuigd is dat beroemdheden een ‘voorbeeldfunctie’ hebben, maar elke vliegtuigtocht schaadt domweg het milieu. Dat item staat overigens sinds de jaren zeventig op de agenda, zij het op wisselende posities.
In eerste instantie zei Van Gaal dat hij niet in de file wilde staan. Waarom ried hij dan niet de trein aan? Het is het vervoermiddel van de door hem aanbeden multifunctionaliteit. De trein dient de nobelste doelen, waaronder net zo makkelijk moederborstje spelen voor de dagelijkse portie frustraties. Voor het betreffende traject had Van Gaal, met behoud van de bus voor de finishing touch, een intercity vanuit Amsterdam kunnen nemen die de selectie in minder dan tweeënhalf uur naar Maastricht brengt.
Nog mooier ware het geweest als de hele club de fiets had gepakt. Conditioneel en mentaal (tegenwind, regen) kan dit vervoermiddel tellen. Indien de selectie kop over kop zou nemen, was meteen de groepsgeest gesterkt. En publicitair had de tocht, die ongeveer een werkdag vergt, de publieke opinie over Oranje tot rodeduivelsachtige hoogten kunnen voeren. Supporters langs de kant van de weg hadden ingevoeld waarom het salaris van die snotapen de premiersnorm verre overtreft.
Later verklaarde Van Gaal met de nodige zelfspot dat hij zelf ook geen liefhebber was van het vliegtuig. Nood brak echter wetten. In het geding bleek de ‘arbeids-rustverhouding’.
?
Dit in de dagen nadat Umberto Eco had verkondigd dat Europeanen in elk geval verbonden worden door de dialoog, die de barrière van de taal weet te slechten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen