donderdag 14 februari 2013

Stigma


Vandaag werd aan de deur een pakje aangeboden voor Marc Kregting. Ik mocht het hebben op vertoon van een identiteitsbewijs – een aangename sensatie die ik laatst ook had bij het betalen van strafporto om een brief alsnog toegestuurd te krijgen. Het besef daagde dat ooit berichten konden worden geweigerd. Wie ze wilde hebben, moest ervoor dokken. Ondoenlijk om dat met de huidige kwantiteit en levensgewoontes te realiseren, maar als prototype van communicatie inzichtelijk, zeker sinds de geruchtmakende oproep van Jelle Brandt Corstius per Twitter om mails te sturen naar een falende SNS-baas ter terugstorting van een bonus.
Brandt Corstius legde op zijn site in 507 woorden en een handjevol hyperlinks uit waarom de conclusie was: ‘Kom in opstand.’ De mails moesten de topman aanzetten tot een gewetensonderzoek. Maar deze kon geen nee zeggen tegen ongevraagde post. Terecht, zou men denken, het is de zoveelste proeve van een cynisch bankwezen dat indien het al te veel geld vermorst aanklopt bij de overheid die door het dominante Men normaliter op afstand wordt gehouden. De bonus is drager van een systeem.
Toch berust Brandt Corstius’ burgerinitiatief, dat concreter wilde zijn dan gepraat bij Occupy (of reëel bestaand activisme?), op het idee dat sympathisanten het gewetensonderzoek bij zichzelf al hadden verricht. Anders had men niet zo overtuigd door verontwaardiging op de muisknop gedrukt. Daarbij gaat het mij niet om het kwikzilveren balletje dat ‘fatsoen’ heet of om de Bijbelse wisecrack dat wie zonder zonde is de eerste steen mag werpen. Mij is het te doen om het feit dat de ontvanger onbekend is als persoon, en des te bekender als type, trouwens onontkoombaar mannelijk.
Op dat ogenblik wordt hij niet afgerekend als individu van vlees en bloed, zoals Brandt Corstius het voorstelde, en kan hij als onbetwiste dader geen gewetensonderzoek verrichten. Daarnaast is het clicktivisme, hoe oprecht de woede ook, nogal sedentair. Men kan er veel vervaarlijke helmen en gasmaskers bij opzetten, de muisklik behelst een handeling van niks, terwijl activisten hun huis moeten verlaten. In vergelijking met het oude poststelsel, waar de zender tot op de drempel van de potentiële ontvanger verantwoordelijk bleef, is de muisklik zelfs een gevalletje van illegaal lozen. Mocht Brandt Corstius de term ‘opstand’ zorgvuldiger hebben gehanteerd!
Deze redenering, stoelend op willekeur die willekeur bestrijdt, is reeds gedaan, onder referte aan schandpalen, pek en veren. Er valt ongetwijfeld meer droevigs bij te noteren, bijvoorbeeld over hoe gepersonaliseerd en populistisch de representatie van de actualiteit geworden is. Bij een complexe journalistiek heeft het voor het burgerinitiatief ingezette medium daarnaast natuurlijk ook zijn mores, waaronder het programma Opsporing Verzocht 2.0 hoge cijfers haalt.
Een andere zaak onderstreept het blatende onrecht in de logica van Brandt Corstius misschien. Het werkt nu eenmaal zo dat het oneindige aantal commentatoren – voor wie ik huiver terwijl ik op het onmogelijke medium van de weblog hetzelfde doe – met historische parallellen een gelijk prangender maken. Zo’n parallel is bij Brandt Corstius al getrokken, met een nabije geschiedenis, maar volgens mij groeit het inzicht wanneer men een paar decennia verder teruggaat.
Ik doel uiteraard op ‘de affaire-Buikhuisen’. Ze speelt eind jaren zeventig, wanneer de gelijknamige wetenschapper, bedenker van de naam ‘provo’, aan de universiteit Leiden onderzoek doet naar andere dan maatschappelijke oorzaken waarom mensen crimineel worden. Erfelijkheid bijvoorbeeld. Het is goed voor te stellen dat die hypothese gevoelig lag, mede wegens associaties met de oorlog. Minder empathie valt op te brengen voor de toenmalige columnist die onophoudelijk de wetenschapper voor alles uitmaakte wat vies en voos was, culminerend in een bundeling met de titel Buikhuisen, dom én slecht. Twee jaar later begon hij een nieuwe ronde verdachtmakingen en sprak van fascisme. Commentaar overwoekerde weer eens de hoofdtekst.
De zaak wil ik niet oprakelen, er bestaat voldoende documentatie over, ook overigens vanuit het orgaan dat de beschadigingsoperatie faciliteerde, maar tijdens inleidende leesschermutselingen over ‘de jaren zeventig’ is ze mij reeds vaak onder ogen gekomen als zijnde symbolisch voor een tijd waarin het onderscheid tussen goed en kwaad dermate scherp was dat het aanpalende moralisme voor velen, zeker achteraf, ondraaglijk werd. Ook wil ik het pad niet op dat deze columnist weinig later de P.C. Hooft-prijs kreeg toegekend maar niet uitgereikt, omdat hij volgens de regering kwetsen tot instrument gemaakt had. Daarmee werd literatuur opmerkelijk serieus genomen bij zijn beroep op de esthetische autonomie.
Bas Heijne bestempelde de huidige SNS-actie als ‘virtuele stalking onder de dekmantel van een moreel appèl. Het zit in de familie, maar voor zover ik weet heeft Piet Grijs nooit het telefoonnummer van professor Buikhuizen [o, digitaal rood potlood] gepubliceerd.’ Da’s voor zijn doen vilein en entre nous geformuleerd, met mogelijk een scheve voorstelling van de effecten. Maar het klopt, de columnist van weleer is de vader van Jelle Brandt Corstius. Ik vind dat onfijn om te zeggen, omdat junior zich blijkens zijn Twitterupdates, gesteund door weinig Occupy-genegen mediumexperts, inmiddels een martelaar lijkt te wanen.
De zegswijze ‘Hoge bomen vangen veel wind’ was van toepassing op de SNS-baas, die de asymmetrische christelijke notie van medelijden niet direct verdiende. Na alle reacties komt enig medelijden inderdaad eerder Brandt Corstius toe, die per saldo een mediafiguur is. Dat maakt mijn kwalificatie ‘burgerinitiatief’ voor zijn Twitteractie tegelijk onprecies, en dat is tragisch getuige zijn allerminst cultuurindustriële bedoelingen.
Bovenal zou ik met het leggen van een familieverband hem stigmatiseren door een guilt by association, waarbij makkelijk zaken opdoemen als nepotisme, Grachtengordel, fakenieuws… In mijn terugdeinzen zie ik een tastbaar bewijs voor mijn overtuiging dat ik JBC dan precies zo behandel als hij de bankier heeft behandeld. Maar ik heb het al gedaan, zonder een steen te hebben hoeven werpen.
Proost dan (met het bloed dat is vergoten ter vergeving van onze zonden).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen