woensdag 21 maart 2012

De waarheid

Een envelop volstaat. Althans een sticker erop, uit het buitenland: ‘WITHOUT COMMERCIAL VALUE / FOR CULTURAL PURPOSES ONLY’. Naar de onwrikbare eeuwigheid van de jaartelling na 9/11 ontving ik uit den verre ook een dichtbundel, met een door de afzender ondertekend: ‘I certify that this package does not contain any Dangerous or Prohibited Goods’.
Relativering van de dagelijkse moeite is een voorrecht en het idee dat niets enige zin heeft wellicht nog meer – maar soms mag de illusie postvatten dat het meetbaar effect van kunst boven nul ligt. Het is fijn zwelgen in onrechtvaardigheid en populisme en wanbegrip en zo, maar het kan niet zo zijn dat het tweeledige artikel 27 uit de Universele Verklaring Van De Rechten Van De Mens refereert aan een geintje:

Een ieder heeft het recht om vrijelijk deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap, om te genieten van kunst en om deel te hebben aan wetenschappelijke vooruitgang en de vruchten daarvan.
Een ieder heeft het recht op de bescherming van de geestelijke en materiële belangen, voortspruitende uit een wetenschappelijk, letterkundig of artistiek werk, dat hij heeft voortgebracht.


Op zulke momenten ervaar ik de noodzaak tot minder ego en meer gezamenlijkheid. Dan sla ik Neem bijvoorbeeld graniet. De Europese grondwet in verzen op. Gaandeweg betrap ik me er echter op bij opmerkelijk krachtige en zwakke passages achter in de verantwoording te kijken wie de genius is. Ook blijken gedichten in stukken geknipt, wat mij een twijfelachtige eer zou zijn (omdat ik het zelf doe?). Dan ervaar ik noodzaak tot individualisme.
Gelijkaardig zwenkte ik bij een enquête over opvoeden, op basis van informatie uit Nederland en uit België. De bedoeling was als ouder uit een lijstje karaktereigenschappen er een paar te kiezen die jij het belangrijkste vindt om mee te geven. Gepresenteerd als een ‘denkoefening’, leek het me direct een heilloze onderneming. Ik wil hooguit dat mijn kinderen zelf hun weg zoeken. En al zou ik hen willen sturen, in de praktijk is de invloed van school en dergelijke veel groter – in plaats van ‘’s ochtends’ zegt het taalkundig genie nu reeds ‘in de morgend’.
Bij een tweede blik viel me op dat bij de opsomming onder Ik wil dat mijn kind ‘gelukkig is’ er niet bij stond. Net als het zich deze week her en der te West-Europa opdringende ‘veilig is’, beter ook eigenlijk in verband met het realiteitsbesef (en met proportionaliteit, vrees ik, in het Midden-Oosten en Zuid-Amerika zal zulke rampendichtheid hoger liggen). Dan maar ‘vrolijk is’? Deal! Hoewel, dag en nacht? De optie ‘spiritueel is’ mag uit eigen portemonnee gelicht.
In derde instantie deden enige keuzemogelijkheden mij nogal terugschrikken: ‘opkomt voor zichzelf’, ‘initiatief neemt’, ‘ambitieus is’… Zou het louter mijn hebbelijkheid zijn daar één ideologie in te proeven? Ooit golden deze vormen van assertiviteit als onfatsoenlijk, wat een even hovaardig oordeel lijkt. Nu tellen ze als een pre. Daarbij moet wel vanuit het betreffende ik gerekend, want de eigenschappen claimen meer of minder bewust uitsluiting. Bijvoorbeeld ambitie is prachtig, voor zover ze iemand zich intens in iets laat verdiepen. Maar dit ‘beste uit zichzelf halen’ berust veelal op ‘beter dan een ander’ zijn. Mogelijk hangt de gewildheid van een netwerk daarmee samen.
Kan geluk wel zijn autonomie bewaren? Plakt daar om te beginnen geen lifestyle-industrie aan vast? Voor zover ik het etappegewijs snapte, leerde de enquête dat de pursuit of happiness in mijn eigen ideologie doel mag zijn, maar met zo min mogelijk collateral damage. Eieren die voor het spreekwoordelijke omelet gebroken moeten worden, lust ik niet. Zonder anderen bestaat er toch amper geluk, dokter?
Uiteraard totaal onbevooroordeeld, fascineert het mijn kroost zich te zien bekwamen in het bereiken van hun doelen. De gourmande (1½) is volop bezig het vak te leren. Vooralsnog wil ze alles hebben wat haar zus heeft. Dat ging lang met totalitair geschreeuw, maar nu ze taal aan het ontwikkelen is heeft ze een extra wapen. Ik mag het woord ‘tafel’ niet ijdel gebruiken, omdat de gourmande dan meteen naar haar stoel loopt en op het woord begint te tikken voor het voorgerecht. Meer progressie bestaat eruit dat als zuslief bij een van haar ouders op schoot kruipt, de gourmande op haar buik gaat liggen en roept: ‘Au… valle… zootje’.
Aan het taalkundig genie (5) vertel ik dan weer graag een geheim. Voor haar omdat ze dat geweldig gewichtig vindt, en voor mij omdat ze, en ik moet het zo formuleren, nog niet kan liegen. Dus verklapt ze aan haar moeder dat die (moeder) niet mag doorvertellen dat zij (tg) een geheim met mij heeft. Adembenemend slim! Zoals ze erg vroeg in de weekendmorgends vraagt beneden televisie te mogen kijken en dan heus niet het keukentrapje voor een kast gaat zetten om op de eerste plank rechts koekjes te pakken.
Zelf legde ik ooit een vouwfiets in Nederland aan een ketting vast, om daarna te merken dat mijn sleutels thuis lagen. In Amsterdam, ver na middernacht, wist de baliemedewerker van het meest nabij gelegen politiebureau dat ik niet te helpen viel: grote scharen kwamen de deur niet meer uit, vertelde hij. Wel volgde ik zijn advies op om bij een fietsenmaker zo’n schaar te lenen. Maar ik had mijn verhaal niet eens helemaal gedaan toen die me benoemde tot vieze junk, ‘helemaal uit België, je moet toch echt betere smoesjes verzinnen’.
Ik wil dat mijn kind de kunst van de geloofwaardigheid machtig wordt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen