zondag 12 juni 2011

De kinderen van het korenland

Door de zaak-Barbara Van Dyck is het begrip ‘solidariteit’ met werkelijkheid geïnjecteerd. De naschriften bij mijn vorige posting lieten zien dat de reacties op haar ontslag door de KULeuven traag en op een bepaalde manier unisono waren. Spaarzaam protest oogde ritueel. Daardoor had de universiteit de wind in de rug, temeer daar ze de publieke opinie mee had. De verontwaardiging over de vernielingen op het proefveld in Wetteren was groot. Pas met de dagen raakte de kwestie omgeven door nuances en ontstonden er twee werelden.
Met name de site DeWereldMorgen publiceerde de ene posting na de andere die de politieke dimensie van het ontslag reveleerde en het belang onderstreepte dat Van Dyck had verdedigd in mondiaal perspectief. Mediaal trad er schizofrenie in, omdat officiële kranten zich hulden in stilte. Normaliter had dat het beeld bekrachtigd van DeWereldMorgen als stamtafel voor oudlinkse clichés of dito diagnoses, maar het zwijgen kreeg iets vreemds en inconsequents.
Hoe ze ook met haar eerste letter worstelt inzake de corporate identity, we hebben het hier over een katholieke universiteit, waartegen onmiskenbaar een antiklerikale traditie bestaat. Juist omdat mainstream media in de fakezaken rond de toenmalige kardinaal Danneels bij het overlijden van Claus (vermeende kritiek op diens euthanasie, het zogenaamd censureren van Erwin Mortier die tegen Danneels in het geweer was getreden) bakken artikelen en meningen hadden gedebiteerd, was te verwachten dat bij de zaak-Barbara Van Dyck het bulderende kanon van de seculiere deconfiture op het katholicisme, ditmaal in de gedaante van een universiteit, zou worden gericht. Dit gebeurde niet. Er waren ook twee verschillen: de zaak-Van Dyck ging ergens over en het beschadigde object was niet te horen op radio en televisie.
De toestanden rond Claus en Mortier serveerden neoliberale items: sensatie, grote naam, selectieve verontwaardiging. Morality sells, zeker indien er met begrippen als ‘censuur’ kan gezwaaid. Maar bij Van Dyck, die door de universiteit beticht was van het schenden van de vrije meningsuiting, stond de strijd in het teken van antineoliberalisme, tegen ggo’s. Haar boodschap is in die zin marginaal dat ze niet past in de huidige media, want hen ondermijnt. Biodiversiteit echoot pluriformiteit, Monsanto als equivalent van News Corporation.
Zo viel het, volgens mij althans, te begrijpen waarom de kwaliteitskranten de schitterendste stukken elders zagen verschijnen. Ook Lieven De Cauter, wiens scherpzinnigheden bij elk zichzelf respecterend medium thuishoren, publiceerde vrolijk door op DeWereldMorgen. De mainstream moest terug naar een internationaal of kosmopolitisch helicopterperspectief. Maar het tij was niet langer te keren. De onhoudbare argumenten bij van Van Dycks ontslag, dat steeds meer trekken kreeg van een executie zonder proces, verlokte alsnog solidariteit. Met activisten!
Meer dan een week na dato namen de kwaliteitskranten de draad op, met het resultaat van een petitie en griezelige consequenties van het ontslag. Een centrale nieuwssite relativeerde de primaire ophef en Barbara van Dyck gaf eindelijk een interview.
Tussen de sympatisanten heb ik niet degenen ontwaard die onder de vlag van solidariteit uitgerekend dezelfde dag de publieke opinie wisten te annexeren: de G1000 voor een verenigd België. Ze gaven aan de activisten eigenlijk les in effectieve marketing: interviewtje met foto (zonder rastahaar of piercing) en aankondiging van website, herkenbare naam van het project en in de twee meest belangrijk geachte kranten een samenvattend opiniestuk.
Waar de activisten hun punt trachtten te maken met een waaier aan feiten en details en daarbij de oprechte verontwaardiging niet steeds voor zich wisten te houden, was het statement van de G1000 tot in de puntsgewijze vorm overzichtelijk. Mij frappeerde daarnaast het pastoraal-consulentesk taalgebruik (‘de crisis is een kans’) en aandoenlijk gretige beelden die je beter niet van te dichtbij bekijkt (‘Politici doen denken aan een zogenaamde rattenkoning, een nest jonge ratten waarvan de staarten zodanig met elkaar verstrengeld raakten dat elke poging om zich los te rukken de knoop verder aanspant. De rattenkoning is geen lang leven beschoren: de diertjes, die hun handelen niet kunnen coördineren (elk sleurt in zijn eigen richting), sterven van honger en ontbering. De representatieve democratie, dat frisse stelsel van weleer, is een zuurstofarme omgeving geworden. Geen wonder dat het land in ademnood verkeert’).
Maar mensen die iets constructiefs willen doen, verdienen het voordeel van de twijfel.
Zelf heb ik deze week weer eens ondervonden hoe bescheiden literatoren mogen zijn. Door de posting over Barbara van Dyck en de naschriften ontving dit weblog veel meer bezoekers dan meestal, als het over mijn stiel van literatuur gaat. Terecht en grappig, van de maatschappij weet ik niet meer dan elk ander. Ieder dan zijn eigen hobby’s?
De laatste tijd heb ik me kunnen bezighouden met de poëzie van Gertrude Starink. Aan het begin van deze eeuw had ik er, om een artikel te kunnen maken, twee maanden in gelezen en jaren later, bij de herschrijving voor een boek, nog eens een maand. Ik had exclusief in de tekst vertoefd, terwijl nu biografische informatie opdoemde waarvan de editorische zijde het meest boeide. Tevens bleek dat Starink, onder haar eigen naam Ruth Smulders, eind jaren zestig met een paar gedichten gepubliceerd had in Dietsche Warande & Belfort. Redacteur Jos de Haes was onder de indruk gekomen van haar inzending voor een tienerpoëziewedstrijd, waar ze de derde prijs had gehaald. Ik snap dat wel. Mij fascineerde met name deze:

DE SLOOT

Ze stonden aan de overkant
De kinderen van het korenland
Hun haren steil hun oksels nat
En zwegen in hun trotse stand
Tegen die riepen hand in hand
De kinderen uit de stad

Nog een enigszins Hollands tafereel, maar toen al die klankvervlechting en acht lettergrepen! En bovenal: toen al het motief van het koren (dat het begingedicht van De weg naar Egypte domineert) voor een overzijde, een arcadia, betere wereld, de volledige representatie, et cet. Toen al datgene waardoor het gescheiden wordt: het water dat je kan weerhouden de realiteit in te duiken, maar waartegen ideeën mogen aangebracht die door bestaande polarisaties zelf polariserend zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen