maandag 16 mei 2011

Schromeloos (2)


On-Hollands is Rob Riemens essaybundel Adel van de geest. Een vergeten ideaal alvast in de presentatie. De rechtenpagina vermeldt te verschijnen vertalingen, en op de achterflap wordt luid de lof van de auteur gezongen door zes internationale grootheden, in het Nederlands. Dus niks ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’, hier is iemand bezig ‘zijn kop boven het maaiveld uit te steken’.
Ongewoon is verder dat er van het boek in anderhalf jaar tijd twintigduizend exemplaren zijn verkocht. Dat dit bijzonder is voor het genre van het essay, vertelde Riemen zelf in de special van De Groene over ‘De aanval op de elite’. Hij weet het onder meer hieraan dat zijn werk, en zijn Nexus Instituut, tot nog toe overwegend zure reacties blijkt te hebben gekregen van laaglandse beroepslezers. Slik! Daarnaast proeft Riemen, die een reis naar Schiphol met genoegen aanvaardt, de laatste decennia een trivialisering bij intellectuelen. Zij gingen volgens hem door het postmodernisme alles even (on)belangrijk vinden. Niets zou ook meer te moeilijk mogen zijn. Intellectuelen hebben zichzelf opgeheven en Riemen denkt dat ze voelen dat zijn werk ook een aanklacht tegen hen is, bijgedragen als ze, onwillekeurig, hebben aan deplorabele politieke dwaalwegen in den lande.
Wow! Ik zou juist denken dat door ‘het’ postmodernisme terug hiërarchieën gekomen zijn en dat vele intellectuelen onophoudelijk hebben deelgenomen aan het publieke debat. Dat dit niet echt zoden aan de dijk zette, is wat anders. De context en het belang van massamedia waarin intellectuelen binnen formats acteren zijn, zeker sinds internet, sterk gewijzigd. Wel blijft die constellatie in Nederland provinciaal want randstedelijk bepaald, zodat de kosmopolitische drive van het Nexus Instituut – door Wilders explicieter geformuleerde – bevreemding kan wekken omdat het in Tilburg zit.
Mij dunkt Riemens werk in elk geval niet moeilijk. Ik heb ontzag voor zijn toegankelijkheid, die vanwege een gethematiseerde voetnotenafwijzing simultaan retorisch oogt. En wellicht ben ik te vatbaar voor the real deal , maar Riemens pleidooi voor een heraansluiting bij de honorabele humanistische traditie vind ik niet zozeer eurocentrisch als wel escapistisch.
In het genoemde Groene-nummer staat ook een fijne analyse van het populisme door Merijn Oudenampsen. Bij hem ligt nu eens niet de nadruk op de morele receptie van het fenomeen. Het populisme wordt bekeken op wat het produceert. En dan zegt het te spreken namens een hele grote, tot zwijgen gebrachte groep, waarvan het echter zelf deelnemers moet uitsluiten in een ‘frontendynamiek’. Oudenampsen stelt dan ook dat ‘de kloof tussen burger en politiek’ aldus, omgekeerd causaal, geschapen wordt. Populisme wordt zelfs een ontkenning van de volkswil wanneer het allerlei volstrekt verschillende protesten in één immense onvrede van negatieve identificaties samenbrengt. Dat is uiteindelijk een creatieve daad. Mag daar subsidie voor komen?!
De activiteiten van Riemen in zijn twee boeken berusten op deze narratieve manoeuvre. Het is alleen opportuun zich in een ideaal van beschaafdheid te schuiven, als denkbeeldige barbaren daartegen dreigen te revolteren. Een statement als ‘Cultuur vernietigen betekent de waarheid vernietigen’ is te kras voor mij, die nochtans van dezelfde generatie is als Riemen (en, holy shit, Wilders en Bin Laden!). Ik raak al in verwarring van een anekdote over Gerard van het Reve, vader van. Als 18-jarige ‘arbeider’ wachtte deze buiten een hotel, het deftigste van Enschede, op de 46-jarige, overtuigde socialist Herman Gorter, tevens ‘intellectueel’, terwijl die een kopje koffie dronk. Verwart mij dit omdat Van het Reve geen arbeider was, maar een intellectueel? Nee, omdat hij het, na Gorters aanbod in de we-vorm, zelf had voorgesteld. Of wellicht was het fijngevoeligheid dat Gorter niet aandrong; de pauze duurde tien minuten.
Mij interesseert dat Riemen de reacties op 9/11, na er wederom met een overigens zelden traceerbare grens tussen citaat en parafrase meer klassieke dan actuele auteurs bij te hebben aangehaald, toen reeds opvatte als een ‘verraad der intellectuelen’. Hij bespeurt bij hen louter een ‘vijandbeeld’. Dit gaat mutatis mutandis natuurlijk ook op voor Geert Wilders, die in de argumentatie zijn medestander wordt als deze intellectuelen vijandelijk raken omdat ze ‘het onderscheid tussen goed en kwaad ondergeschikt maken aan de dogma’s van hun politieke ideologie’. Deze karikatuur is schier overal te vinden, en kan niet genoeg bijgelicht worden door de werkelijkheid. Evenals Wilders is Riemen er kennelijk van overtuigd dat alleen anderen een ideologie hebben, en hij zelf niet.
Wel wordt het zo begrijpelijker waarom Riemen vindt dat cultuur belangeloos en tijdloos is. En waarom hij intellectuelen die ervoor uitkomen dat ze gepolitiseerd zijn conformistisch acht, en kameleontisch, en machts- en invloedsgeil et cet. Toch zou het voor hem misschien een eyeopener kunnen zijn eens op het internet te kijken naar meningen over hen. Mij lijkt het in elk geval heel wat pek en veren te besparen om te beweren voorbij de ideologieën te zijn. Ik zou Riemens visie wel eens willen vernemen op hartverwarmend activisme van jongeren die ideologie permanent vertalen in concrete protesten zoals het laten leeglopen van banden van Hummers in stadscentra. Mijn nieuwsgierigheid naar zijn oordeel komt ook voort uit onbegrip: in tegenstelling tot Riemen lijkt het me niet echt pleiten voor Thomas Mann dat hij gewoon doorwerkte bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en de zelfmoord van zoon Klaus.
Och, misschien had het ook wel iets dappers, maar adel van de geest ontdek ik er toch niet in. Zelfs bij verzaking zouden er varianten denkbaar geweest zijn. Grappig is dat juist Wildersbiograaf Fennema, met Eelke Heemskerk, in Nieuwe netwerken. De elite en de ondergang van NV Nederland de term ‘nieuwe geldadel’ hanteert, voor de niet-aangeboren en dus meritocratische elite die vaak in de massamedia opduikt. Deze categorie slaagde er maar niet in door te dringen tot politieke partijen, tot Fortuyn de poort openzette. Riemen had hen toch niet in het vizier toen hij op intellectuelen afgaf?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten