zaterdag 13 december 2014

Een watermeloendebat


Voor The Atlantic vertelde historicus William Black dat activisten die protesteerden tegen de moord op Michael Brown tijdens hun tocht van Ferguson naar Jefferson City ergens een wel erg apart onthaal kregen – met onder meer geroosterde kip, een vlag van de Geconfedeerde Staten en een watermeloen. Dat laatste object brengt Black in verband met andere recente voorvallen. De man die over de afrastering van het Witte Huis was geraakt, blijkt volgens een cartoon in Obama’s badkamer tandpasta met watermeloensmaak te hebben aanbevolen. En een trainer had het ritueel ontwikkeld, om met zijn footballteam de overwinning te vieren door een watermeloen kapot te slaan onder het slaken van apengeluiden.
Deze bizarrerieën relateert Black aan raciale verhoudingen in de Amerikaanse geschiedenis. Ik was gelijk gegrepen. Dit had ik met mijn koffieboek ook gewild: hoe een ogenschijnlijk betekenisloos detail politieke conflictstof herbergt. Black deed dat dus via de meloen. En daarmee zat ik definitief knel, wegens een eigen poging om iets over die vrucht te schrijven, twee decennia geleden in mijn debutantenjaren toen ik nog twijfelde een mening te willen hebben. Van Blacks belangrijke invalshoek ontbreekt elk spoor, hoewel ik nota bene begin met ‘Watermelon Man’ van Herbie Hancock.
Wist ik het toen niet of wilde ik niet weten? Vergeten of nooit over gedacht? Mijn stukje van weleer ademt hoe dan ook eurocentrisme. Kritiek daarop vanuit eigen boezem, zoals ik nu lever, is zo gratuit en clichématig geworden dat het zelffeliciterend wordt. Maar feiten zijn feiten en ook die oude tekst staat op mijn naam. Hierbij ververs ik hem met voor de gelegenheid vertaalde fragmenten van een betere tekst, door William Black:


(...) In de vroegmoderne Europese verbeelding is de typische watermeloeneter een Italiaan of een Arabische boer. De watermeloen, schreef een Britse officier die in 1801 in Egypte gelegerd was, was “een schamel Arabisch feest”, een karige vervanging voor een echte maaltijd. In de havenstad Rosetta zag hij de bevolking watermeloenen “verslinden... alsof ze bang waren dat een voorbijganger ze weg zou grissen”, en watermeloenschillen hoopten zich op in de straten. Daar symboliseerde dit fruit vele van de eigenschappen die het in het postemancipatoire Amerika zou krijgen. Onreinheid, omdat watermeloen eten zo rommelig gaat. Luiheid, omdat het zo eenvoudig is om watermeloenen te kweken en zo lastig is om watermeloen te eten terwijl je doorwerkt – het is een fruitsoort waarvoor je moeten gaan zitten om het te eten. Kinderachtigheid, omdat watermeloenen zoet zijn, kleurig en verstoken zijn van veel voedingswaarde. Ongewenste aanwezigheid in het openbaar, omdat je een watermeloen moeilijk alleen kunt eten. Deze tropen verspreidden zich door Amerika, maar de watermeloen had nog geen raciale betekenis. Amerikanen associeerden de watermeloen even goed met blanke hillbillies uit Kentucky of boerenpummels uit New Hampshire als met slaven uit South Carolina.
Dit kan verrassend zijn, gelet op het feit dat watermeloenen op de voorgrond stonden in de levens van Afrikaans-Amerikaanse slaven. Slavenbezitters lieten hun slaven vaak hun eigen watermeloenen kweken en verkopen, en gaven hun in de zomer zelfs een dag vrij om van de eerste watermeloenoogst te eten. De slaaf Israel Campbell legde een watermeloen op de bodem van zijn katoenmand toen hij zijn dagelijkse hoeveelheid niet had gehaald, en kreeg hem aan het eind van de dag terug en at hem op. Campbell leerde de truc aan een andere slaaf die vaak afgeranseld werd omdat hij zijn hoeveelheid niet had gehaald, en spoedig was de truc bekend in de wijde omgeving. Toen dat jaar de katoenoogst een paar balen minder opleverde dan de meester had becijferd, bleef het eenvoudigweg een 'mysterie'.
Maar blanken in het Zuiden beschouwden het genoegen dat hun slaven hadden aan de watermeloen als teken van hun eigen welwillendheid. Slaven paradeerden normaliter niet met de vrucht en gehoorzaamden aan de gedragscode die door blanken was opgesteld. Toen een opzichter in Alabama watermeloenen opensneed voor de slaven, verwachtte hij dat de kinderen zouden komen aanrennen om een stuk te bemachtigen. Een jongen, Henry Barnes, weigerde te rennen en toen hij zijn stuk kreeg rende hij weg naar de slavenverblijven om te eten buiten het zicht van de blanken. Toen kreeg hij een pak slaag van zijn moeder, herinnerde hij zich, “om die stijfkoppigheid”. (…)
In 1869 publiceerde Frank Leslie’s Illustrated Newspaper misschien wel de eerste karikatuur van zwarten die zwolgen in watermeloenen. Het begeleidende artikel legde uit: “De neger uit het Zuiden spreidt zijn epicuristische smaak zelden tastbaarder tentoon dan met zijn buitengewone zwak voor watermeloenen. De jonge geëmancipeerde slaaf is vooral krachtig in zijn voorliefde voor dat verfrissende fruit.” (...)
De belangrijkste boodschap van het watermeloenstereotype was dat zwarte mensen niet op hun vrijheid waren voorbereid. Tijdens de verkiezingen van 1880 beschuldigden de democraten de wetgevende macht van South Carolina, waar tijdens de Reconstructie de meerderheid zwart was, van misbruik van belastinggeld door zich zelf te laven aan watermeloenen; dit verzinsel haalde zelfs schoolboeken voor het vak Geschiedenis. (...)
Aan het begin van de twintigste eeuw was het watermeloenstereotype overal te vinden – op pannenlappen, presse-papiers, bladmuziek, peper-en-zoutstelletjes. (...) Het lange verhaal van blank geweld om de raciale hiërarchie te behouden speelde in op de lach.
Het heeft iets onnozels om zoveel betekenis te hechten aan een stuk fruit. En het klopt dat er intrinsiek niets racistisch aan watermeloenen is. Maar culturele symbolen hebben het vermogen om onze wereld en de mensen daarin te herscheppen, zoals toen politieagent Darren Wilson in Michael Brown een bovenmenselijke “demon” zag. Zulke symbolen zijn geworteld in historische gevechten – in het bijzonder, bij de watermeloen, met de angst van blanke mensen voor het zwarte geëmancipeerde lichaam. Blanken gebruikten het stereotype om zwarte mensen te beschimpen – om hun iets af te nemen dat ze gebruikten ter bevordering van hun vrijheid, en er iets van te maken om de spot mee te drijven. Uiteindelijk doet het er niet toe of iemand bewust wil krenken door uit het watermeloenvaatje te tappen, omdat het stereotype een eigen leven leidt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen