vrijdag 23 mei 2014

Vogelperspectief


Nu ga ik een verhaal vertellen dat, blijkt na wat surfwerk achteraf, vaak is verteld. Waarom is me dat ontgaan? Het feit dat we omringd zijn geraakt door informatie, omsingeld of gewurgd, kan niet anders dan ruis hebben meegezogen. Wat dan? In Zingen is geluk introduceert Barber van de Pol het begrip ‘fonofilie’, liefde voor geluiden, en dat lijkt een overlevingsstrategie.
Twee andere manieren om met prikkels om te gaan worden, naar we vermoeden, weleens gedemonstreerd door de gourmande: het opzetten van een filosofische blik (met in haar hand de draad van een jojo die op de grond rust) of het trappelen (terwijl ze de handvatten van het springtouw tegen elkaar tikt en er dan mee zwaait).
Maar goed, hier volgt het verhaal.
Onlangs kreeg het taalkundig genie een kluit deeg. Hij heette Herman en hij wou vriendschapskoek worden. Niet niks, maar er zaten instructies bij. Daaruit bleek dat hij traag groeit, op kamertemperatuur, maar door zuurdesem niet kan bederven.
Het ouderhart klopte bij het zien hoe het taalkundig genie Herman over de voorgeschreven periode van tien dagen verzorgde, met roersessies en toevoeging van eenvoudige ingrediënten.
Uiteindelijk aten we Herman met het hele team lekker op, bij de koffie. Een uitspraak over die drank kan trouwens nog een overlevingsstrategie aan het oppervlak brengen: ‘An American version of an Italian evolution of a beverage invented by Arabs brewed from a bean discovered by Africans’. Het draait uiteraard om het overzicht en het historisch perspectief dat er heus niet zelfgenoegzaam uit spreekt.
Een stap verder ging Sir Ken Robinson, die eens een blijkbaar bekende karakteristiek van zijn landgenoten citeerde, de Englishman: ‘Naar huis rijden in een Duitse auto, even stoppen om Belgisch bier en Turkse kebab te kopen of een Indiase afhaalmaaltijd, om de avond daarna door te brengen op Zweeds meubilair en naar Amerikaanse programma’s te kijken op een Japanse tv.’ De noviteit schuilde in een extraatje, dat zelfkritiek behelsde over de ultieme Britse identiteit: ‘Alles wantrouwen dat uit het buitenland komt.’
In de redenatie als geheel gebruikt Robinson het wapen van de paradox, die zowel wijs als grappig als een beetje vermoeiend is. Dat begreep ik althans uit het wedervaren van Herman.
Feitelijk hebben we hem namelijk niet helemaal gegeten, maar voor een vijfde, wat al veel was. De crux was dat het taalkundig genie, vóór afwerking in de oven, vier Hermannetjes in hun deegstadium moest wegschenken.
Een echte daad dus, die liberaal (investeren) en socialistisch (delen) valt te interpreteren. Of religieus, met dank aan een wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging? Zuurdesem heeft van oudsher bijzondere connotaties. Waarschijnlijk in het verlengde daarvan moet ik denken aan een andere Herman, die in zijn meest autobiografische nummer ‘Blue’ vertelde dat hij een wanderer was.
Hoe kijken we, als vogel, vis of mol? Misschien is het in de informatiestroom een basisreflex van de westerse cultuur geworden dat reacties per definitie wisselend zijn, maar het viel op dat de bestemmelingen van de vriendschapskoek, en hun ouders die het voorbeeld schijnen te moeten geven, niet bijster enthousiast de kluit in ontvangst namen. Ik zou kunnen gissen naar de redenen, maar dat zijn mijn zaken niet.
Zelfkritiek, meen ik te hebben begrepen van Robinson, kan niet van anderen komen. Wel ontspringt er dan een conflict met daden van geëngageerde mensen, die nooit aflaten om anderen op hun tekortkomingen te wijzen. De eeuwige wedervraag aan hen luidt vervolgens: en jijzelf dan?
Daarom was een interview met babyboomer Joni Mitchell over babyboomers misschien ook zo groots, ze ‘zag het rond zich gebeuren’.
Alleen al voor haar zou iedereen fonofilie mogen ontwikkelen.
Rijmt het met mijn ethiek dat ik me niet wil afvragen waarom er Hermannetjes feitelijk worden uitgesloten? Door de rouw bij de gedachte dat er linea recta in vuilnisbakken zijn beland? Maar ook daar kunnen Hermannetjes voer zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen