vrijdag 4 oktober 2013

Zeggen waar het op staat


Vernoemd naar Herman Brood, een award voor mensen die ‘wél gewoon zeggen wat ze echt vinden’? Afgaand op de begeleidende commentaren en voorbeelden gaat het hier niet om liefdeverklaringen en andere loftuitingen. Het is lang geleden, maar uit talloze verhalen meen ik af te leiden dat Brood confrontaties meed. Moeder schonk koffie aan onenightstands nadat de vogel gevlogen was, manager deed aan bandleden de mededeling dat ze ontslagen waren en voor de Amerikaanse markt deed iedereen wat werd verordonneerd.
Brood, de ster die ook altijd fan was en die heterogene rijen namen wist op te sommen van zijn idolen – niet van degenen die hij mogelijk verafschuwde.
Een intens charmante en verlegen man, werd er steevast bij verteld. Indien mijn geheugen me niet in de steek laat, bood Brood een interviewer eens aan om deze tien minuten aan te kijken, tegen betaling wel te verstaan. In ‘The Talkin'’ deed de pianist-zanger kond van zijn sociale fobie, slechts te overwinnen door drank en drugs:

Ships would be sinking
If they had a clue of what I’m thinking


‘They’ slaat dan op mensen in de openbare ruimte. Dit speelt in de tijd dat Broods artistieke carrière in de zogeheten neergaande spiraal was, onder meer wegens het wegvallen van zijn grandioze songtekstschrijver Pé Hawinkels. Meer dan ooit werd hij een nar, een Pietje Bell wiens kwajongensstreken vergeving kregen. Brood had het metabewustzijn verloren van zijn gekoketteer met de pers, dat hem zo ongrijpbaar had gemaakt.
Anton Corbijn heeft Broods biografie in licht geschreven. Tot de vele foto’s hoort er eentje, eind jaren zeventig, waarop Brood krulspelden in heeft (van het merk Carmen?) en een nagelvijl in de hand houdt. Een afbeelding die moest worden begrepen als geintje, zo gesoigneerd als de rocker zich voordeed. Tegelijk liet deze zich filmen bij het eindeloos kammen van zijn haar, bij het strijken van overhemden en hij regisseerde zelfs de dialoog met zijn echtgenote bij het burgerlijk huwelijk.
Dat de award naar Brood vernoemd is omdat hij ‘wars van elke vorm van PR-beleid’ zou zijn geweest, kan zeker naar het rijk der fabelen worden verwezen dat inmiddels immens zal zijn. Aan zijn favoriet Vaandrager ontleende hij de lijfspreuk ‘’k ben een hoer tevens me eigen pooier’. Ook leek hij mij nu niet iemand die ‘onnodig kwetsend’ wilde zijn. En ‘volkomen origineel’? Brood hield niet op te oreren dat hij alles in de muziek had gejat.
Of hij aldus ‘de koning van dit onbeschaamd je eigen gang gaan’ was, daarover valt te nog twisten, maar derden moesten in elk geval de randvoorwaarden invullen. Zoals Woodstock ongedwongen voor hippies kon zijn bij de gratie van de nuchtere oude man die er de toiletten onderhield.
Onlangs passeerde hier de studie Publieke tranen van Henri Beunders. Deze memoreerde Broods – inderdaad onbeschaamde – opdracht om, nadat hij onaangekondigd zelfmoord gepleegd had, een mooi feestje van zijn begrafenis te maken. Intimi schijnen geprobeerd te hebben te volgen, maar bij hen overheerste logischerwijs het verdriet.
De award intrigeert me nogal, al is het pas de eerste editie. Is hier een poging gestart om political incorrectness te canoniseren? De basisveronderstelling moet berusten op censuur en op een gebrek aan representativiteit. Een thema bij de latere Komrij, dat tegenwoordig vaker te beluisteren valt. Het zou het zoveelste kunnen zijn dat van links (repressieve tolerantie, de kritiese student) is verhuisd naar rechts (comments, de verongelijkte burger). De organiserende site noemt zich een platform zonder ideologie of dogma’s. Daarom is ons motto ook: “Voorbij het eigen gelijk”.
Zeggen wat er werkelijk leeft. In het land van Brood (politieke voorkeur?) was dat de gave van Joop den Uyl en decennia later van Fortuyn. Zo bezien komt de award er op een raar moment. Ook in het licht van de shutdown in Amerika, onbeschoft voor de have nots, waar de Tea Party de aanstichter is – en terugkrabbelt voor de heropening van natuurparken, niet voor die van musea.
Dit gelauwerde zeggen heeft iets van uitspreken in de letterlijke zin, leeggieten en dan maar zien of er hogere chemische reacties ontstaan. Wat de Tea Party doet, wijkt dan niet af van al die giftige kritiek op de elitepolitiek hier, op mensen die vervolgens wel oplossingen moeten geven.
Spectaculair in Beunders’ Publieke tranen is een verhaal uit het Enschede anno 1947, dat een directie zo min mogelijk ruchtbaarheid gaf aan het neerstorten van een vliegtuig boven op haar school waarbij diverse leerlingen omkwamen – als gevolg van dat geprogrammeerde zwijgen mochten overlevende klasgenootjes niet naar de uitvaart.
Dit is heden onvoorstelbaar, ook in het meer geserreerde België, dat niet alleen de dood van koning Boudewijn en witte marsen in grosvolume beleefde maar eveneens de busramp met sneeuwklassen in Zwitserland. Wel zwermden daar vaklieden rond, die familie en vrienden van slachtoffers probeerden te verleiden om te zeggen waar het op stond.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen