vrijdag 23 december 2011

Keerzijden

Hoopvolle ontwikkelingen? De veelbesproken promotie door Time van de activist tot persoon van het jaar zie ik vooral in contrast met de toekenning uit 2006 aan You. Die kreeg toen een compliment voor het grijpen van de teugels der mondiale media en voor het mede vormgeven van een digitale democratie waar niet de instituties maar individuen zouden spreken. Dank ging uit naar alle gratis burgerjournalistiek waarmee professionals op eigen terrein zouden zijn verslagen. Ik heb me nooit kunnen ontdoen van het gevoel dat die gelauwerde websurfer evengoed behersenprikkeld kon wezen. Mij, en ongetwijfeld anderen, stemt het vrolijker dat de schijnwerper zich nu richt op een diffuse massa die iets veranderen wil.
Tegelijk is toetsing aan de praktijk aangewezen. Toen ik gisteren als rijbewijsloze meneer de trein naar het vaderland moest hebben, was dat zinloos door een algemene staking. Die bleek op haar beurt vergeefs: de gewraakte pensioenhervorming werd binnen de dag aangenomen. Raar allemaal. Waar ik er op basis van ervaringen als EU-grensarbeider van uitga in de toekomst nergens ‘recht’ op te hebben, is bij het harde middel van de staking, dat ook de vorm had kunnen hebben van gratis reizen, de noodzaak van de conflictstof hopelijk gevoeld. Mogen stakers geen belastingbetalende, het bordje van het pensioen in de lucht houdende allochtonen het land uit hebben gewenst.
Helemaal mooi zou het zijn indien babyboomers, die werkelijk elke denkbare wind in de rug hebben gehad, enige afstand zouden willen nemen van hun ‘verworven rechten’. Mocht dit onnozel klinken, het is conform hun eis in de jaren zestig die terug in de actualiteit geraakt is. Dick Pels wijst in Het volk bestaat niet op het breed heersende gevoel van democratisch tekort, dat destijds heerste en zijn comeback maakte vanwege de de-ideologisering in paarse regeringen. Als de uitkomst niet zo triest was, zou het ironisch zijn dat de machtsomstoters van weleer ressorteren onder populistische bewegingen van heden (Henk te Velde suggereert in Van regentenmentaliteit tot populisme zelfs fijntjes dat Mulisch de voorloper is van Pim Fortuyn).
Vandaag bereikte mij een nieuwjaarswens per mail, ‘Beste persrelatie…’: zou dat letterlijk bedoeld zijn?
Door het vervagen van links-rechts-tegenstellingen, stelt Dick Pels, kon Fortuyn een nieuw antagonisme lanceren: buitenstaanders versus gevestigden. De invulling van die termen is zeer uiteenlopend geweest, maar zo bezien ontmoeten tegenpolen elkaar zonder verpinken. De Occupy-beweging acht zich toch even niet-vertegenwoordigd als de Teaparty? De vraag kan dan ook zijn of de zelfgeproclameerde 99% op enige manier te vergelijken valt met de 70% die in Nederland geen hogere opleiding had. Dat laatste refereert aan de ‘diplomademocratie’, waarbij volgens mij twee dingen relativering behoeven. Het huidige niveau van opleidingen problematiseert het ooit zo kwaliteitsgegarandeerde etiket ‘academisch’ en bij reële macht doorkruisen – niet aan kennis gebonden – netwerken alles en iedereen.
Pels heeft gelijk: populisme kan geen intermezzo heten en verdient geen neerbuigendheid zonder zelfonderzoek. Er zijn immers ontwikkelingen en op grond daarvan dienen zich nieuwe feiten aan, zoals in de voetballerij er ook een BRIC (Barcelona, Real, Inter, Chelsea) is gekomen. Zelfs indien de voorspelling uitkomt dat in 2012, volgens Wilders zelf het ‘jaar van de waarheid’, de PVV sneeft, dan zijn de kiemen van het populisme allang gezaaid in vele, zoniet alle partijen. Maar om dat hard te maken zouden partijprograms van de laatste veertig jaar synchroon en diachroon moeten worden bestudeerd. Ook vrees ik dat ‘links’, misschien nog zwaarder dan onder het moedeloos vaak gesignaleerde gemis van een richtinggevend Verhaal, gebukt gaat onder de angst populistisch te zijn.
Dit zou voor protestbewegingen betekenen dat ze er verstandig aan doen kennis te nemen van de meest platte kritieken. Zoals de Occupy-beweging al een verfrissende reality check heeft doorgemaakt, zo is het toch onthutsend om zich de reikwijdte voor te stellen van reacties als van een VVD’er die vond dat uitkeringstrekkers uit de kampen gepikt moesten worden, van Gingrich die het beter achtte dat de demonstranten zich eerst eens wasten, van jongeren die de beweging onsympathiek weinig concreet achtten terwijl er consumentenmacht valt te halen…
Is dat willekeurig over andere burgerprotesten uit smeren onversneden cynisme?
Ik weet niet of zulke uitingen kunnen worden ‘ingekapseld’. Maar het is al heel wat om niet in dezelfde val van de karikatuur te trappen. Een van de meest belangrijke teksten die ik in 2011 denk te hebben gelezen, is een interview met Leopold Lippens, burgemeester van Knokke en broer van de gewezen Fortis-topman. Uit zijn vermakelijke tirades tegen prinzipienreiters die hij bijvoorbeeld moeiteloos in ecologische groepen ontwaart, vallen argumenten te halen. Ze helpen bij het scherper krijgen van zijn wereldbeeld. Correctie, al zou hij de aanduiding zelf wellicht ontkennen: van zijn ideologie.
(Dat ook bij de verheffing van de activist ‘ideologie’ not done is, lijkt een vak apart. Maar de smetvrees blijft intrigeren. Recent waarschuwde zelfs een juryrapport tegen ‘dichterlijke ideologie’, alsof men bloot en los van het steeltje in het leven staat.)
Alles helpt tegen het idee van objectiviteit. Dat lijkt de kern van de murwe consensus, tegen de legitimiteit en feitelijke waarde van verzet, die zich na paarse regeringen allerhande van het denken én van media meester heeft gemaakt. Zelf luister ik nota bene barmhartig naar ons taalkundig genie, die nu spreekt over ‘Jeezuus’, meer nog dan over de Kitty die we altijd weer moeten begroeten, schijnbaar zonder ooit afscheid te nemen. Op elk moment van de dag kan subjectiviteit geraakt worden.
Dit lijkt me alvast vruchtbaarder dan zich met de ontelbaren mee verkneukelen over het wonder van verdrietuitbarstingen voor het oog van de camera bij het onderdrukte volk in Noord-Korea na de dood van dictator Kim Jong-il. Ik zie ook weinig verschil tussen deze collectieve hypnose en het etalagegedrag van publicisten die op de smetteloze Twitter nieuwsjes in hun branche reproduceren en elk gepost schrijfseltje bij hun followers aanbevelen. En mochten er eens een paar woorden meer bij zijn, over andere stukken bijvoorbeeld, dan blijkt de missie ‘lees’ hilarisch dubbelzinnig: ‘doe jij het maar, want mij ontbreekt het aan autonomie’.
Nu nog iets waars maar niet diepzinnigs en toch lekker van de bek.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen